Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken

Zoekresultaten 4,941 - 4,950 15,889 resultaten gevonden
Vlecht (m.)
De steenhouwer gebruikt een vlecht (1) hoofdzakelijk om bij zachte steensoorten het overtollig materiaal te verwijderen. Hij wordt ook gebruikt om natuursteen vlak te maken, nadat het ruw bewerkt is met de zwaaispits of de puntbeitel, alsook bij de afwerking om de steen een geribbeld uiterlijk te geven (zie ook ceseel). De vlecht bestaat uit een ijzer met één, meestal twee bijlvormige uiteinden met vlakke snede die in hetzelfde vlak liggen als de steel (ca. 40-60 cm). Laatstgenoemde wordt met beide handen gevat. In doorsnede heeft de snede een hoek tussen 10° - om zachte steensoorten te beslaan - en 40°, voor harde steensoorten.  De snede kan ook getand zijn, zowel puntig als stomp (bretté in het Frans). Men spreekt dan van een tandvlecht. Vlechten met twee haaks op elkaar staande sneden kunnen verward worden met de polka. [MOT] (1) De naam is afkomstig van het Duitse abflachen, vlak maken.
Vlampijpborstel (m.)
De vlampijpborstel is een verwarmingswerktuig om vlampijpen te reinigen, door het roet los te maken en te verwijderen, wanneer deze de doorvoer blokkeert. De stugge haren (staaldraad, messing, nylon,...) zijn in een getorste ijzerdraad geklemd, waaraan een verlengstuk wordt geschroefd, eveneens een staaf van getorste ijzerdraad (ca. 70-150 cm), die eindigt in een ring waarmee men het werktuig vat. Het werkend deel gelijkt enigszins op sommige schoorsteenborstels en op de spongatborstel, die veel korter is. Vlampijpen zijn ijzeren of koperen pijpen, "Elk der betrekkelijk dunne buizen door welke gloeiende gassen getrokken worden, aangebracht in stoomketels, die ten doel hebben het verwarmend oppervlak te vergrooten [sic] ... waardoor in tubulaire ketels de vlam en rook naar de schoorsteen gaan" (1). Ze komen voor aan stoomketels, boilers en diverse machines, bv. in fabrieken, op een schip, in een locomotief. Dergelijke vlampijpborstel lag courant in kelderruimtes bij de verwarmingsketel....
Vetpers (m.)
Een vetpers bestaat uit een veelal gietijzeren cilindrisch recipiënt, met inplaatsbare zeef van ca. 25 cm doorsnede, met langszij aan de onderzijde een tuit. Aan de bovenzijde draait een zware schroef die een schijf naar beneden drukt. Met de vetpers wordt het laatste vet uit gekookt runds- en varkensvet geperst. Na het koken blijven vezelachtige bestanddelen, kaantjes genaamd, in een vergiet achter. Het laatste vet dat er ingebleven is, wordt er door middel van de vetpers uitgeperst. Soms zijn er bijbehorende roostertjes die in het recipiënt tussen verschillende lagen kaantjes geplaatst kunnen worden, opdat het persen nog efficiënter kan gebeuren. Zie ook spatel voor smout, vleespers. [MOT]
Visdoder (m.)
Licht (ca. 150 gr) knuppelvormig handwerktuig van zo'n 30 cm lang uit hout, koper of plastic en met al dan niet een verbreed (diam. ca. 3-4 cm) uiteinde (lengte ca. 6-12 cm), dat vaak met lood verzwaard is. Met een visdoder geeft de sportvisser de gevangen vis een korte, harde slag op de kop om de hersenen uit te schakelen. Dit ofwel om de vis onmiddellijk te doden, ofwel om hem te verdoven alvorens hem met een andere techniek te doden, zoals bijvoorbeeld door hem de keel over te snijden. Van sommige vissersknipmessen wordt het hecht ook als visdoder gebruikt. [MOT]
Visschuiver (m.)
Een visschuiver (1) is een handwerktuig om een lading vis te triëren bij de verwerking in aanloop naar een visveiling. Een grote, licht hellende triagetafel met opstaande randen was voorzien van openingen. De visvangst werd gesorteerd door de vis met de schuiver naar de juiste bak te schuiven. Het houten werktuig is soms versterkt met ijzer of heeft een ijzeren steel. Het werkend deel is steeds stomp om de vis niet te beschadigen. [MOT] (1) Eigen benaming onbekend
Vingerstok (m.)
Langwerpige (ca. 30 cm), monoxiele conische stok met een recht hecht - te onderscheiden van de krulstok - die gebruikt wordt om de vingers van handschoenen uit te rekken en te verbreden, bv. na het wassen. Voor hetzelfde doeleinde kan ook een handschoenrektang gebruikt worden. [MOT]
Vishakmes (o.)
Hakmes met een zwaar, langwerpig of gebogen blad dat in een recht hecht bevestigd is en waarmee vis in stukken gehakt wordt. Het is te onderscheiden van het vleeshakmes (eenhandig) omdat het lichter is en een afgerond, dunner blad heeft. De snede is recht of bolrond. [MOT]
Vleespers (m.)
Werktuig waarmee men het sap uit paarden-, rund of schapenvlees kan persen om het te geven aan tuberculosepatiënten, herstellenden, bij bloedarmoede enz. Men kiest de magere en malse delen van het vlees van een gezond volwassen dier (1). Het wordt eerst zorgvuldig gereinigd en in schijfjes van ca. 0,5 cm gesneden. Dan wordt het gehakt of geschraapt (2) om de pulp te scheiden van het vezelige afval. De pulp wordt in een vijzel fijngestampt of door een vleesmolen gehaald (3), in een doek gewikkeld en dan geperst in de vleespers. Het sap wordt in een kopje opgevangen dat in een recipiënt, gevuld met warm water, staat (4). Het kan meteen worden gebruikt (5). Een andere methode is de schijfjes gereinigd vlees licht te schroeien in een hete pan, zonder toevoeging van boter of vet alvorens ze te persen (6). De vleespers bestaat uit een cilindrisch, metalen recipiënt (ca. 7-10 cm doorsnede; ca. 8-15 cm hoog) op een sokkel met een uitschenktuitje; aan de bovenzijde zit er een schroef die een rond...
Vleeshamer (m.)
Om vlees mals te slaan, kan men een vleespletter of een vleeshamer gebruiken. Dat laatste is een houten hamer - porselein of aluminium wordt soms gebruikt - met een cilindervormige of rechthoekige kop met op beide banen stevige, piramidevormige knopjes. Op de éne baan zitten vaak grotere knopjes dan op de andere; respectievelijk voor dikke en dunne stukken vlees. Deze knopjes kunnen uit de houten kop gesneden zijn maar er kan ook een roestvrijstalen plaatje met knopjes op de baan bevestigd zijn. De kop van de vleeshamer kan ook aan één zijde een bijltje (bv. MOT V 2011.0089), ijspriem (1) of vleesvermalser (2) hebben.Een ander model heeft een handvat bovenaan in plaats van een hamersteel (bv. MOT V 2002.0089). [MOT] (1) Zie ''The Stanley Catalog Collection 1855-1898'': 64, 241.(2) CAMPBELL: 87.
Vleesmolen (m.)
Met de vleesmolen wordt vlees fijn gemalen. Hij heeft een huis van (vertind) gietijzer of plastic met bovenaan een vultrechter en langszij een mes- of gatenschijf. Binnenin zit een Archimedesschroef die door een draaizwengel in beweging wordt gebracht. De vleesmolen kan met een schroefklem of zuigvoet aan het tafelblad worden bevestigd. Er bestaan echter ook losse modellen met vier poten. Grootte en gewicht (ca. 1,5-10 kg) variëren. Het fijn te malen vlees wordt in de vultrechter gedaan en komt op de Archimedesschroef terecht dat het vlees doorheen de gatenschijf drukt. Met kan hiervoor een houten stamper gebruiken, die soms bij het toestel hoort. Bij sommige molens draaien mesjes langs een vastzittende gatenschijf, bij andere malen twee gatenschijven - een vaste en een draaiende - het vlees. Met deze schijven kan het vlees in verschillende fijnheden worden gemalen, van grof tot heel fijn, afhankelijk van de grootte van de gaten. De losse, draaiende schijven worden met een vleugelmoer...