Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken


Zoekresultaten 3,181 - 3,190 15,362 resultaten gevonden
Pillenschieter (m.)
De pillenschieter is een hulpmiddel om medicijnen in de vorm van tabletten of capsules oraal aan dieren toe te dienen. In tegenstelling tot een toedienspuit voor vloeistoffen, wordt het medicijn met snelheid zover mogelijk achter in de keel geduwd, zodat het dier het medicijn doorslikt en niet uitspuwt. Vaak gaat het om courante geneesmiddelen zoals Albendazol tegen wormen. Enerzijds kan het dienen voor huisdieren zoals katten en honden, anderzijds voor groot vee zoals koeien. Eigenaars, fokkers en dierenartsen hanteren het. Eenvoudige modellen zijn van harde plastic vervaardigd. Men herkent gebruikte exemplaren aan de bijtsporen. Tegenwoordig zijn er modellen in diverse materialen en formaten, aangepast aan de diersoort. Soms is daarbij een zijdelingse hendel voorzien, die het werktuig de vorm van een pistool geeft. De pillenschieter is te onderscheiden van de sigarettenvuller. [MOT]
Pikhouweel (o.)
Het pikhouweel wordt door de groefwerker en de mijnwerker gebruikt om steen(kool) los te hakken.Het pikhouweel van de mijnwerker heeft zeer verschillende vormen. Het heeft een 25-35 cm lange vierkantige (ca. 2,5 bij 2,5 cm) of rechthoekige (ca. 3 bij 1,5 cm) punt met aan het andere uiteinde een oog waar de houten steel (ca. 60 cm) in steekt. In plaats van een pikhouweel gebruikt de mijnwerker ook een soort van recht houweel zodat hij met hetzelfde werktuig twee maal langer kan werken. Zie de rivelaine. Om niet het hele werktuig naar de smidse te moeten brengen wanneer het versleten is, wordt ook een pikhouweel gebruikt waarvan de punt losgeschroefd kan worden (1).Het model gebruikt voor rotsen is zwaarder (ca. 3-4 kg) dan dat van de mijnwerker (ca. 1,5-2 kg). Naast de punt is dit model aan het ander uiteinde voorzien van een hamer. [MOT](1) HATON DE LA GOUPILLIERE: 285.
Pikhaak (m.)
De pikhaak wordt in combinatie met een zicht gebruikt. Hij dient om bij het werk de halmen bijeen te houden en om het afgehakte graan tot een schoof bijeen te brengen. De pikhaak heeft een gebogen of recht, puntige ijzeren haak (ca. 15-30 cm) dat haaks aan een rechte houten steel (ca. 80-100 cm) is bevestigd door middel van een angel, een dille of twee veren. Op ca. 10 cm van het uiteinde van de steel is meestal een sleuf voorzien om het blad van de zicht erdoor te steken zodat het geheel over de schouder kan gedragen worden. Zie ook de kortere halmenhaak. [MOT]
Pinrasp (v.)
Schoenmakerswerktuig dat bestaat uit een langwerpige (ca. 7-10 cm / ca. 2-3 cm) rasp, die zich bevindt aan een lichtjes gebogen staaf die in een houten handvat bevestigd is. De totale lengte varieert tussen 25-50 cm. De pinnen waarmee men de zool vasthecht kunnen soms in de schoen binnendringen. De schoenmaker knipt de scherpe uiteinden eerst af met een pinknipper - dat is een mesje dat vaak gecombineerd is met de pinrasp, en zo geplaatst is dat het over de binnenzijde van de zool geduwd of getrokken kan worden - en raspt vervolgens de binnenkant van de schoen glad met de pinrasp. Zie ook schoenmakersrasp. [MOT]
Plakhamer (m.)
De plakhamer is een hamervormig werktuig van 300-600 gr waarmee een oplegblad op het blindhout gestreken wordt. Het heeft een zeer brede pen (5-10 cm) en een kort hecht. Het werkend deel is van ijzer, van hout of, uitzonderlijk van koper (1). Het oplegblad wordt aan de bovenzijde bevochtigd en langs de onderzijde ingestreken met lijm. De gelijmde zijde wordt op het blindhout gelegd. Nadat het oplegblad lichtjes is verwarmd - d.i. om de lijm, die zeer vlug afkoelt en opstijft, terug vloeibaar te maken (zie lijmijzer) - legt de vakman de pen van de plakhamer op de plaat en duwt (2) of trekt (3) hij het werktuig van het midden van de plaat tot aan het uiteinde van het blad (4). Hij begint opnieuw tot wanneer hij over heel het blad gewreven heeft. Het doel van de bewerking is het blad goed op het hout te drukken en de lijm open te strijken. De druk mag niet te groot zijn om het blad niet te scheuren. Om bij het lijmen een oplegblad aan te drukken op een bolrond oppervlak, gebruikt men een...
Plantschopje (o.)
Schopje (ca. 30 cm) dat gebruikt wordt voor het planten van grote zaden, bollen en knollen en kleine plantjes zoals zaailingen. Met het plantschopje kan je gemakkelijk een gat in de grond graven, maar ook de grond losmaken of hardnekkig onkruid verwijderen. Het heeft een holrond, driehoekig blad waarvan de snede meestal afgerond is; wanneer het blad een scherpe punt heeft, is dat bedoeld voor gebruik in harde aarde. Op sommige modellen zijn streepjes op het blad aangebracht, waardoor men de diepte goed kan bepalen. De rechte steel is soms met een knik aan het blad bevestigd. Een ander model heeft een smaller (ca. 5 cm) (en langer) blad (1). Deze dient om kleine bollen en zaailingen te planten waar weinig ruimte is (bv. tussen andere planten), maar ook om paardebloemen en andere planten met penwortels te wieden (zie penwortelsteker). Een speciaal model, vaak gebruikt bij het botaniseren (2), heeft een houten handvat dat wordt bevestigd op het blad dat doorloopt. Het schopje kan een (roestvrij)...
Plamuurmes (o.)
Spatelvormig werktuig dat wordt gebruikt om vulmiddel aan te brengen in kleine spleten in wand of plafond. Het plamuurmes heeft meestal een driehoekig of trapeziumvormig metalen blad (ca. 2-14 cm breed), met scherpe of afgeronde hoeken, dat soepel en (licht) verend is, en in een houten of plastic, recht hecht steekt. Met de hoek van het plamuurmes worden eerst de losse delen uit de scheur verwijderd, daarna wordt wat vulmiddel op het uiteinde van het blad aangebracht en wordt het in een doorlopende beweging in de scheur gedrukt. Door de flexibiliteit van het blad dringt het vulmateriaal in alle oneffenheden. Nadat het opgedroogd is, wordt het bewerkte oppervlak geschuurd (zie schuurpapier), opdat het vulmateriaal niet boven het oppervlak zou uitsteken. De huisschilder gebruikt tevens een plamuurmes om het houtwerk van ramen, deuren en hun kozijnen te plamuren. Er bestaan ook plamuurmessen waarvan de bladen verwisselbaar zijn. Zie ook afsteekmes. [MOT]
Planttang (v.)
Tang met twee halfcilindrische - soms spade- of troffelvormige - kaken die dicht gaan wanneer de ramen naar elkaar gedrukt worden. Een bijzonder model (van het leger?) wordt bediend met een hendel. De planttang dient vooreerst, zoals de pootboor, om bolgewassen en planten waarbij de wortels niet ontbloot mogen worden, te planten of verplanten. Hierbij worden de halfcilindrische kaken (diam. ca. 6-18 cm) van de tang in gesloten toestand in de (mulle) grond geduwd om dan de mooi gevormde kluit terug te lossen door de kaken te openen. Een groter model (ca. 120 cm) dient om makkelijk diepe, smalle kuilen in de grond te graven. De opening tussen de spadevormige, dikke (ca. 3 mm) kaken bedraagt ongeveer 15 cm in gesloten toestand. Bij het graven duwt men de plantboor halfopen in de aarde, drukt men de armen dicht en haalt zo de aarde tussen de spaden naar boven. Men kan tot 1 meter diep gaan. Deze planttang werd onder meer gebruikt om de houten elektriciteits- of telefoonpalen te plaatsen....
Platbektang (v.)
Dunne metaaldraad buigt men met een tang. Naargelang men een hoek of een boog wenst te bekomen, gebruikt men een tang met een platte of een ronde bek (zie rondbektang). De kaken van de platbektang kunnen aan de buitenzijde rechthoekig of rond zijn. De bek is conisch om ogen van verschillende diameter te kunnen maken. Soms combineert men een platbektang met een draadkniptang. [MOT]
Plaveiblok (o.)
Bij het leggen van zware tegels gebruikt de tegelleger of de stratenmaker een plaveiblok om ze aan te stampen (vgl. straatstamper). Het werktuig bestaat uit een houten, met een ijzeren ring beslagen blok. Een ijzeren T-handvat zorgt voor extra gewicht (het geheel weegt zo'n 2-2,5 kg). Het werkt bij een op- en neerwaartse beweging. [MOT]