Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken

Zoekresultaten 4,291 - 4,300 15,737 resultaten gevonden
Handhaak voor hout (m.)
De handhaak voor hout is een metalen (S-vormige) haak (ca. 30 cm lang; ca. 500 gr) met meestal houten hecht en een vierkantige, driehoekige of platte punt om korte en tamelijk dikke (ca. 75-120 / 10-20 cm) stukken rondhout te verplaatsen. Het hecht kan bol-, T- , L- (1) of D-vormig zijn. Daarnaast bestaat er een handhaak voor hout die sterk op een heel kleine zethaak gelijkt. Dank zij de handhaak moet de houthakker of de sjouwer zich minder bukken, heeft hij een beter houvast en moet hij splinterig, nat of bevroren hout slechts met één hand aanraken. Het handwerktuig is te vergelijken met de sjouwershandhaak die in de haven gebruikt wordt en de handhaak voor strobalen. Deze laatste twee zijn echter lichter gebouwd. Zie ook uitdraaghaak (1 man). [MOT] (1) Bv. POHL.
Handhei (v.)
De handhei dient om betrekkelijk korte en dunne palen in de grond te slaan, ook wel om een zware houtverbinding te doen sluiten (1). Ze bestaat uit een zware (2), 30-50 cm lange houten blok, aan beide uiteinden met een ijzeren ring beslagen, waarop twee of vier U-vormige handvatten bevestigd zijn. Soms ook worden er vier ca. 1 m lange staken schuin op vastgemaakt. Het werktuig wordt door twee, drie of vier arbeiders gevat, opgetild en op de kop van de paal neergelaten. Wanneer een model met staken gebruikt wordt, kunnen palen geheid worden die hoger zijn dan de arbeiders. Voor gekalibreerde palen wordt heden het blok vervangen door een buis die over de paal geschoven wordt. Zie ook planttang, straatstamper. [MOT] (1) Bv. een zwaard op een boot (DORLEIJN: 48). (2) Tot 30-50 kg volgens JELLEMA 246, tot 60 kg volgens VAN KEIRSBILCK 1898: 158.
Handschoffelmachine (v.)
Met de handschoffelmachine worden, in gewassen die op rijen groeien, de wortels van onkruid doorgesneden; men gebruikt ze soms ook om de korst te breken zodat er een betere luchtcirculatie ontstaat en de capillaire werking - en dus de uitdroging - tegen te werken. De handschoffelmachine bestaat uit meestal twee metalen wielen (diam. ca. 35 cm) met elk aan de as een stang die een metalen plaatje, juist achter het wiel, op de juiste hoogte houdt. Beide trapeziumvormige plaatjes, door een beugel verbonden, zijn voorzien van 2-3 sleuven waarin men de schuinstaande messen of schoffels, op de gewenste breedte, in vastschroeft. Men duwt het geheel voor zich door middel van twee houten armen (ca. 130 cm). Er bestaan ook handschoffelmachines met één wiel waarmee men tussen twee plantenrijen schoffelt, dit in tegenstelling tot het model met twee wielen waarmee men beide zijden van één rij planten bewerkt. Tegenwoordig bestaat er een model met rubberen wiel (ca. diam. 25-60 cm) waarbij men de schoffels...
Handborstel (m.)
Borstel voor het wegvegen van stof en het aanvegen van de vloer. Vaak vormen handborstel en vuilblik een stel. Door in de ene hand het vuilblik te houden en de handborstel in de andere hand te nemen kan men het stof of het vuil met de borstel op het blik vegen en in de afvalbak gieten.De handborstel is een stevige borstel met een smal (ca. 3-5 cm) houten of plastic borstellichaam voorzien van een aantal (ca. 30) niet doorboorde gaten waarin haarbundels (ca. 5-7 cm) uit kokos of kunststof steken. Op de kop van het borstellichaam bevinden zich vaak enkele schuin ingeplante haarbundels om makkelijker in de hoeken te kunnen werken. Borstellichaam en korte steel liggen in elkaars verlengde en zijn meestal monoxiel. De handborstel is te onderscheiden van de schildersstoffer, gebruikt voor het afstoffen van te schilderen houtwerk. Het werkend deel uit (zacht) varkenshaar voorkomt krassen of zwarte vegen. [MOT]
Hamguts (v.)
De hamguts is een guts om een ham of lamsbout uit te pijpen, d.i. ontdoen van het dijbeen of de bilpijp zonder het vlees (spierweefsel) open te snijden of te beschadigen. De beenguts is een stevige guts met een lang (ca. 15-20 cm) en vrij breed (ca. 2-3 cm) blad dat aan de buitenzijde een vouw heeft, bevestigd in een houten of plastic hecht. De holle vorm van het blad glijdt gemakkelijk over het been en de vouw aan de buitenzijde zorgt ervoor dat het vlees zonder veel moeite loskomt en het zo weinig mogelijk beschadigd wordt. In de lengte is het werkend deel soms licht gebogen. Zie ook uitbeenmes. [MOT]
Handhaak voor zakken (m.)
Lichte handhaak met een reeks korte tanden op een plaatje van zo'n 4-6 cm. Het handvat uit jute of hout staat al dan niet haaks op het werkend deel. Met deze haak verplaatst men "het meeste zakgoed, behalve geraffineerder suiker, fijne zaden, gemalen puimsteen, fijne zwavel en soortgelijke goederen" (1). De tanden zijn kort om te vermijden dat er te grote gaten worden gemaakt bij het grijpen of dragen van bv. jutezakken (2). Zie ook handhaak voor balen. [MOT] (1) JANSE: 27. (2) Werkzeuge. Eine Typologie für Museen und Sammlungen. Teil 1, München, 2020: 94.
Handschoenrektang (v.)
De vingers van een handschoen kan men verbreden met een vingerstok of een handschoenrektang. De kaken van het laatste werktuig zijn halfrond en over het algemeen langer dan de armen. Men mag immers niet teveel druk uitoefenen. Een veer sluit de tang automatisch, wanneer men geen druk uitoefent op de armen. Handschoenrektangen zijn doorgaans van hout, maar er bestaan er ook van metaal en plastic. Men had ook modellen voor de lange balhandschoenen. [MOT]
Handhaak voor strobalen (m.)
Handwerktuig door de landbouwer gebruikt om strobalen te verplaatsen. Het is een haakvormig ijzer met een ring als handvat of een houten hecht dat dwars op het werkend deel is bevestigd. Te onderscheiden van de handhaak voor balen die lichter is en meestal korter. [MOT]
Handhaak voor balen (m.)
Handwerktuig waarmee men balen kan verplaatsen. Het kan een metalen S-vormige haak zijn (ca. 20 cm lang; ca. 300 gr) met een houten T-vormig hecht, die op de handhaak voor hout en de sjouwershandhaak lijkt. Het kan ook een dubbele haak zijn. Zie ook handhaak voor zakken. [MOT]
Handschroef (v.)
Spantoestel dat dient om een klein werkstuk in de hand of in een bankschroef vast te klemmen of om twee of meer stukken opeen te klemmen. De ijzer of houten (1) handschroef bestaat hoofdzakelijk uit twee hefbomen van de derde soort verbonden door een scharnier. De platte gegroefde bekken worden door middel van een vleugelmoer aangedraaid. Soms is de moer vervangen door een zwengel (2). Bij het losdraaien zorgt een veer voor het geleidelijk opengaan van de bekken (bv. MOT V 88.0764). Op een ander model vertrekken de bekken vanuit één hecht (3) (bv. MOT V 90.0173). Ze zijn U-vormig (4) aan elkaar verbonden, al dan niet scharnierend, of een bek kan over een geleider schuiven. Meestal is een of beide bekken voorzien van een V-groef om ronde pennetjes makkelijk te kunnen klemmen. Beide modellen worden in de hand gehouden. De uurwerkmaker gebruikt een handschroef met twee hefbomen van de eerste soort (bv. MOT V 2007.0412). Deze wordt in de hand gehouden, Een veer zorgt voor het geleidelijk...