Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken

Zoekresultaten 4,251 - 4,260 15,737 resultaten gevonden
Graskantsteker (m.)
Handwerktuig waarmee de kanten van het gazon worden afgestoken. Bij nauwkeurig werken geschiedt dit langs een richtsnoer. De graskantsteker maakt een korte rechte snede, maar met enige oefening kunnen ook gebogen lijnen langs het gras worden gestoken. Hij heeft een halvemaanvormig ijzeren blad (breedte 20-22 cm) dat door middel van een dille of een angel - verstevigd met 2 veren en een beslaghuls - aan een houten of ijzeren knop- of T-steel (ca. 70-125 cm) is bevestigd. Bovenaan is het blad soms voorzien van een voetsteun om de schoen van de gebruiker niet te beschadigen. Niet te verwarren met de zodensteker waarvan het zwaar blad de vorm heeft van een driehoek. Zie ook borduurafsnijder (roterend) en zodensnijder. [MOT]
Groefkrammes (o.)
Het groefkrammes is een mes (1) van ongeveer dezelfde lengte als het krammes (ca. 80-100 cm) en dat eveneens aan één uiteinde een houten hecht heeft en aan het andere een haak die in een zware kram aan de werkbank bevestigd wordt; het mes fungeert aldus volgens het hefboomprincipe van de tweede soort. Het heeft een smal (ca. 1-3 cm), langwerpig (ca. 10 cm) V- of U-vormig onderdeel dat in de hefboom bevestigd is door middel van een schroef (2) en waarmee een groef gesneden wordt rond de randen van de zool van de klompschoen om er het leder in vast te nagelen. Soms wordt het groefkrammes gecombineerd met een hielafrondmes. Laatsgenoemde is dan eveneens in de hefboom bevestigd d.m.v. een schroef. [MOT] (1) Eigen benaming onbekend. Het mes werd in onze streken niet gebruikt, wel in Groot-Brittannië en Frankrijk. (2) Het kan ook in een gleuf bevestigd zijn zodat het verstelbaar is.
Groentehakmes (o.)
Keukengerei om groenten mee fijn te hakken. Er bestaat een grote verscheidenheid in vorm. De snede kan rechthoekig of afgerond zijn; het hecht kan bovenaan het blad bevestigd zijn - horizontaal als een kruk of aan één of beide uiteinden verbonden met het blad - maar kan ook in het verlengde van het blad liggen. In het laatste geval lijkt het mes op het vleeshakmes (eenhandig), maar het is lichter.  Het groentehakmes wordt steeds in combinatie met een hakblok of een houten kom of schaal gebruikt. Zie ook wiegmes. [MOT]
Groefzaag (v.)
De groefzaag is een zaag om een groef van gelijke diepte uit te zagen. Er bestaan twee sub-typen: de zaag zonder geleider, met geklemd of tegenliggend blad, en de zaag met verstelbare geleider, doorgaans met tegenliggend blad (zie glossarium). Het blad (15-30 cm) is in of tegen een rechthoekig blok bevestigd met recht hecht of met open of gesloten pistoolkolf. Met de groefzaag zonder geleider wordt tot tegen het blok gezaagd of wordt er een lat tussen de plank en het blok geplaatst. [MOT]
Goottroffel (m.)
Troffel waarvan het blad (ca. 3-8 cm bij 12-30 cm) gootvormig is; de uiteinden kunnen recht of afgerond zijn. Hij wordt gebruikt voor het afstrijken van ronde overgangen in het pleisterwerk, tussen wand en plafond. In plaats van een troffelvormig kan men ook een spaanvormig werktuig gebruiken. In dat geval staat het handvat in het midden van het gootvormig blad. Zie ook hoektroffel. [MOT]
Goot (v.)
De goot is een smal, ijzeren gootvormig handwerktuig van ca. 40 à 50 cm. Ze doet denken aan sommige lepelboren maar het T-vormig handvat is zeer kort. De goot wordt in combinatie met een rechte rietdekkersnaald met ovalen oog gebruikt (1). De wis, bindteen of ijzerdraad wordt via de goot door de deklaag geleid tot ze door het oog van de naald komt, als het ware 'gehengeld' en met de naald terug door de deklaag getrokken en gebonden. Een alternatief voor deze combinatie is een ronde rietdekkersnaald, het twijgijzer. De goot is niet te verwarren met monsterstekers zoals de graanboor of kaasboor. (1) VAN HEMERT & VAN ROODEN: 48. De combinatie van goot en rechte naald was in Nederland streekgebonden, bv. eigen aan de provincies Noord- en Zuid-Holland.
Groefmes (o.)
Schoenmakerswerktuig dat dient om het teveel aan leder af te snijden aan de ingenaaide zoolrand. Het heeft een smal (ca. 5 mm) blad met een gaffelvormig, snijdend uiteinde en een smalle, ondiepe, overlangse groef (ca. 1-2 mm) aan de onderzijde. Men duwt het groefmes langs de rand en een stripje leder wordt afgeschaafd. Sommige schoenmakers zouden voor dat doeleinde een afkorter van de zadelmaker gebruiken (1). [MOT] (1) SALAMAN 1986: 105.
Grondboor (v.)
De grondboor wordt door verschillende vaklui, zoals de landbouwer, de tuinier, de grondwerker, de mijnwerker, de archeoloog of de palynoloog gebruikt om in de grond gaten te maken voor palen, voor een aardelektrode, voor een waterpomp of voor een artesische put, om een elektrische leiding onder het wegdek te trekken, voor het nemen van grondmonsters ter bestudering van een bodemprofiel of sporen van stuifmeel enz. Het werktuig bestaat uit een stalen boorijzer (diam. ca. 6-10 cm) op een ijzeren stang (lengte ca. 80-150 cm ; diam. ca. 2-3 cm), voorzien van een houten of ijzeren kruk (ca. 60-70 cm). Sommige modellen kunnen verlengd worden (tot 8 m en meer) door stangen aan elkaar te schroeven met behulp van een grondboorsleutel om op grotere diepte te werken. Het werkend deel kan verschillende vormen aannemen afhankelijk van de aard en de hardheid van de grondlagen of de bedoeling van de boring: gutsvormig, spiraalvormig, vleugelvormig enz. (1). Op modellen met een vervangbaar werkend deel,...
Groefschaaf (v.)
De groefschaaf is een schaaf met smalle beitel (ca. 0,2- 0,8 cm), zonder keerbeitel, om een groef in een plank te schaven. Zware groefschaven hebben een handvat en om dwarsdraads te kunnen werken, snijdt een verticaal mesje soms de vezels door (1). De zool van deze schaaf kan van metaal of van hout zijn. In het eerste geval bestaat zij uit twee platen die op dezelfde lijn staan en waartussen de schaafbeitel steekt. In het tweede, heeft het blok dezelfde doorsnede als de messingschaaf. In de groef is een houten lat ingelegd die de zool vormt; wanneer de groefschaaf op een veerploeg bevestigd is, is het geheel soms monoxiel (2). Op beide modellen is er, steeds links op het blok, een aanslag. Tenslotte dient gezegd te worden dat er groefschaven bestaan met bolronde zool. Ze worden vooral door de koetsenmaker gebruikt (zie koetsenmakersgroefschaaf). De groefschaaf is één van de ploegschaven (3), d.i. het stel schaven dat de groef en de messing (zie messingschaaf) in te verbinden planken uitschaaft....
Groentemolen (m.)
Met een groentemolen snijdt of raspt men groenten. Hij heeft een plastic of metalen frame met verwisselbare (roestvrij) stalen snijschijven met gaten of gleuven van verschillende grootten die met een draaizwengel in beweging gebracht worden. De snijschijf kan zich onderaan het toestel bevinden dat op drie poten rust - die vaak rubberen voetjes hebben - en waarvan één voorzien is van een scharnierende arm met een halvemaanvormige plaat die precies in het frame past. De groenten worden, desnoods in stukken gesneden, in het molentje op de snijschijf gelegd, de scharnierende arm wordt naar beneden geduwd terwijl men aan de zwengel draait. Zo worden de groenten doorheen de draaiende schijf geduwd. De snijschijf kan zich ook aan de zijkant van het toestel bevinden, dat op een rubberen zuigvoet rust. Er bestaat een grote groentemolen om kolen of rapen in dunne plakjes te snijden. Hij wordt met een schroef vastgemaakt aan een tafel of werkblad. De kool of raap wordt op een nagel geprikt die door...