Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken

Zoekresultaten 4,261 - 4,270 15,737 resultaten gevonden
Haagspanner (o.)
Wanneer een opening ontstond in een haag die het vee moest tegenhouden, werd om het gat te dichten soms aan beide zijden van de haag een horizontale staak bevestigd. De twee staken werden samengebonden en drukten dus de takken op één rij. Om ze bij elkaar te trekken, werd gebruik gemaakt van een touw of van een haagspanner (1). Dat werktuig bestaat uit een recht stuk hout van ca. 60 cm waarin één of meerdere holronde uitsnijdingen zitten en dat als hefboom dient. Aan één uiteinde van de hefboom is een metalen ketting bevestigd die eindigt in een grote haak (10-15 cm). Deze haak wordt rond één van de staken gehangen terwijl de andere staak in een uitsnijding van de hefboom geplaatst wordt. Naargelang de gewenste afstand tussen de twee staken, kan de ketting ingekort worden met behulp van een kleine haak die zich aan het andere uiteinde van de ketting bevindt. Wanneer er op de hefboom geduwd wordt, worden de twee staken naar mekaar toe getrokken. De plaats van de holronde uitsnijdingen...
Groenteschaaf (v.)
Met een groenteschaaf (1) kan men appelen en stevige groenten als aardappelen, bietjes en kool in plakken snijden. Ze is van variërende grootte (ca. 20-50 cm lang; ca. 5-15 cm breed) (2). Het kan een vlakke schaaf van plaatijzer zijn, die lijkt op de vlakke keukenrasp maar i.p.v. gaatjes een aantal scherpe gleuven heeft waarover het voedsel gewreven wordt. Andere schaven hebben één of een aantal schaafmessen in een houten plank of metalen rechthoekige plaat, die zich vaak schuin ten opzichte van de as bevinden en veelal verstelbaar zijn zodat de dikte van de plakken bepaald kan worden. Sommige schaven hebben - als vast of los onderdeel - ook schaafmessen om julienne-reepjes of frites te snijden. Onderaan kan er een steun aanwezig zijn zodat de groenteschaaf schuin gezet kan worden. Op sommige groenteschaven is er een soort slee aanwezig met een knopvormig handvat waarmee men over de schaaf heen glijdt en zo vingers beschermt. [MOT] (1) NOOITGEDAGT: 23 maakt een onderscheid tussen een...
Groentezeefmolen (m.)
Met een groentezeefmolen pureert men gekookte groenten. De molen heeft een rond metalen of plastic frame, al dan niet met recht handvat en drie armen onderaan zodat hij op een schaal of kom geplaatst kan worden. De groentezeefmolen kan een vaste, eventueel kegelvormige, of een verwisselbare zeefbodem hebben. In het laatste geval zijn er meestal drie zeefschijven, om grof, middelfijn en fijn te pureren. Op de bodem rust een verende, halfronde of S-vormige metalen schijf die aangedreven wordt door een draaizwengel. Wanneer men daaraan draait, wordt het voedsel door de halfronde schijf door de zeefbodem gedrukt. De zwengel kan in twee richtingen gedraaid worden zodat vastzittende deeltjes groenten losgehaald kunnen worden. De groentezeefmolen is demonteerbaar zodat hij gemakkelijk af te wassen is. Zie ook groentemolen. [MOT]
Griendhakmes (o.)
Bij het oogsten van tenen, d.i. één- en tweejarige wilgentwijgen, in snijgrienden (zie rijshaak) gebruikt men een lattentrekker of een griendhakmes. Met dat laatste worden de tenen van de stoof, d.i. de levende stronk, afgehakt. In Vlaanderen wordt er liefst geen hakmes met hecht en blad in hetzelfde vlak gebruikt maar wel een griendhakmes met afgerond of puntig S-vormig blad (ca. 30/12 cm; 1,1-1,5 kg) en met boogvormige snede. Zie ook de rijshaak waarmee tevens gehakt wordt. [MOT]
Groenteborstel (m.)
Met een groenteborstel verwijdert men aarde en vuil van groenten (1). Het is een borstel met vrij stevige haren die men makkelijk in de hand kan nemen. Door een ophangring kan men hem makkelijk te drogen hangen. [MOT](1) Het model van kokosvezel wordt soms geïdentificeerd als vaatborstel of schuurborstel voor het aanrecht.
Grondhark (v.)
Hark die uit hout, metaal of uit beide is vervaardigd. Het ca. 20-50 cm brede kopstuk telt 10 à 15 korte (ca. 6 cm), dicht bijeen staande (ca. 2,5 cm), meestal licht gebogen tanden (1). Op de ijzeren hark is doorgaans een dille gesmeed (2). Vandaag bestaan er bredere (ca. 75 cm) modellen uit hout, plastic of aluminium, ook wel niveleerhark genoemd. Een ander model bestaat uit een onbuigzame holle vertinde stang van ca. 40-75 cm waardoor een 20-36 tal tanden steken die aan de andere zijde een lus vormen. Deze zijde van het werkend deel dient als gazonhark. Dit model wordt ook gebruikt om het hooi te keren (zie hooihark (hand)) (3). Het model met hakje, vermeld door DEBY & RODIGAS (4) en door BOITARD (5) lijkt uitzonderlijk te zijn. De grondhark dient om zaden te dekken, om aardkluitjes - op bewerkte grond - te breken, om de omgespitte bedden te effenen (6), om onkruid te verzamelen en de wegen of tuinpaden van vuil te reinigen. Soms wordt ze ook gebruikt om jonge zaailingen uit te dunnen....
Haagschaar (hand) (v.)
De haagschaar, die de snoeisabel (zie machete) vervangt, dient om hagen en heesters te scheren. Ze bestaat uit twee hefbomen van de eerste soort, die rond een spil draaien. De ca. 25-30 cm lange bladen met rechte snede liggen in hetzelfde vlak als de armen of er schuin op. Op recente modellen zijn over ca. 5 cm, naast de spil, een reeks tanden gesmeed in één van de bladen. Zo kunnen betrekkelijk dikke takken (tot ca. 1,5 cm) doorgeknipt worden die anders zouden kunnen wegglijden, maar nu tegengehouden worden ter hoogte van de tanden. De armen van de haagschaar bestaan uit twee angels die al dan niet door de twee houten handvatten van ca. 25 cm steken; soms zijn de armen van de haagschaar door middel van een dille aan de (kortere) handvatten bevestigd. Vandaag de dag zijn twee rubberen kussentjes op de armen bevestigd, waartegen de armen stoten wanneer geknipt wordt. Een ander model haagschaar bestaat uit twee metalen armen, al dan niet draaiend om eenzelfde spil, die elk op hun beurt...
Grondschaaf (v.)
De grondschaaf dient tot het gladschaven van met de beitel uitgeholde kloostersponningen, tot het uitschaven van een groef waarvan de kanten gezaagd werden, en van korte groeven waar onmogelijk met een boogschaaf gewerkt kan worden (1). Op de grondschaaf staat de snede van de bijna verticale beitel niet dwars op het blok (ca. 20/10/3 cm) zoals op de andere schaven. Ze is in de lengte gericht. De beitel steekt onder de zool uit en kan hoger of lager geplaatst worden naargelang van de behoefte. Aangezien de beitel niet meer ondersteund is wanneer hij onder de zool uitsteekt, is hij doorgaans veel dikker dan die van een gewone schaaf, om niet te plooien of te trillen; het is vaak een al dan niet afgedankte beitel of een schietbeitel (2). Soms is het uiteinde van de beitel onderaan gebogen zodat hij horizontaal snijdt. Er bestaan ook grondschaven met twee geleiders. [MOT] (1) De trekmessen (zie glossarium) die voor hetzelfde werk zouden dienen (WILDUNG: 49) schijnen onbekend in onze streken....
Haaksleutel (m.)
Met de haaksleutel worden ringmoeren, pluggen enz. met een (zaag)gleuf of een gaatje in de omtrek van de moer (bv. van een stuurkolom), aan- of losgedraaid. Het uiteinde van de haak, voorzien van een nok of pen, past dan respectievelijk in de gleuf of het gaatje. De haaksleutel is vaak gecombineerd met een steek- of een ringsleutel, ook wel eens met een schroevendraaier of een fietssleutel (ringsleutel). Er bestaan ook dubbele en verstelbare haaksleutels. Deze laatste zijn uitgerust met een scharnier zodat je de haakopening van de sleutel kan instellen. De sleutel voor ontromer is een speciaal model van haaksleutel met een gaffelvormige bek. Zie ook pensleutel, conussleutel. [MOT]
Haarspit (o.)
Klein aambeeld voor het haren (scherpen) van zeis of zicht. Het haarspit is een naar onder spits toelopende ijzeren pen, met platte vierkante verstaalde kop (ca. 3-5 cm). Soms is de kop ook wigvormig of zijn beide vormen gecombineerd. Ongeveer in het midden van de pen is een opening waardoor een ijzeren of houten dwarspen steekt om te beletten dat het haarspit tijdens het haren te diep in de grond wordt gedreven. In onze streken zit de maaier neer op de grond, met het haarspit tussen de benen. De zeis of de zicht wordt op het aambeeld gelegd en met een hamer geslagen. Met een haarhamer op het haarspit met platte kop, met een bankhamer op het haarspit met wigvormige kop. Om sneller en gemakkelijker te werken, zijn diverse haartoestellen ontwikkeld. [MOT]