Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken

Zoekresultaten 4,281 - 4,290 15,889 resultaten gevonden
Knopenverdeler (m.)
De knopenverdeler (1) is een metalen, meestal aluminium, verstelbare mal (2) die diverse functies kan uitoefenen bij het maken of aanpassen van kleding. Men kan het meettuig daarbij als een harmonica uitrekken of inklappen. De meest gebruikte toepassing is het uitleggen van de knoopsgaten, zodat deze precies op dezelfde onderlinge afstand op een lijn worden gemaakt. Men kan er ook drukknopen, plooien, versiersels, enz. mee afmeten. In de puntvormige uitsteeksels is daartoe vaak een gleuf voorzien om door te steken.  De algemene vorm gelijkt enigszins op een model van de deegsnijrol, waarop echter snijwieltjes zijn gemonteerd. [MOT] (1) Eigen benaming onbekend.(2) Men kan het werktuig ook als een passer beschouwen. Zie het Franse compas d'habillement in ROYER & VERSTRAETE: 411.
Knobbeltang (v.)
De knobbeltang is een vrij zware (ca. 600-1000 gr) metalen tang waarmee men het leder van een schoen (ook daim, nubuck) kan oprekken bij knellende schoenen. Ze wordt voornamelijk gebruikt bij medische klachten. Likdoorn of eksteroog komt onder meer voor op de bovenkant van de tenen en kan zeer pijnlijk zijn bij knellende druk van bovenaf. Bij Hallux Valgus (L) trekt de grote teen scheef en vormt zich een pijnlijke knobbel van uitstekend bot en geïrriteerd weefsel.  De schoenmaker plaatst de open ringvorm aan de buitenkant van de schoen en de bolvorm aan de binnenkant ter hoogte van de knellende plek, zodat het leder plaatselijk en zonder schade wordt opgerekt. Bij een ander model wordt de bek volledig in de schoen geplaatst en wordt de hefboom op de binnenzool geplaatst om de bovenzijde op te rekken. [MOT]
Knoopsgatenschaar (v.)
Klein schaartje (ca. 10 cm lang) waarvan de driehoekige snijbladen niet over de ganse lengte lopen maar van het uiteinde tot ongeveer halverwege de bek zodat er vanaf hier een opening ontstaat. Op deze wijze is het mogelijk de knoopsgaten in te knippen zonder de omringende stof te beschadigen. Met een schroefje, dat zich tussen de benen van de schaar bevindt, kan bepaald worden hoe ver de snijbladen snijden. Zo is het dus mogelijk de grootte van de knoopsgaten te bepalen. Zie ook knoopsgatentang.[MOT]
Knoopsgatentang (v.)
De knoopsgatentang lijkt sterk op de holpijptang. In plaats van het buisje met scherpe randen om de gaten te maken, vervult een holpijp met scherp vleugeltje op de kaak deze rol. Wanneer men de tang dichtknijpt, knipt men een spleet met gaatje in het materiaal voor het knoopsgat. Op sommige modellen is een koperen plaatje met maataanduiding voorzien om de tang op de juiste knoopsmaat af te stellen. Er bestaat ook een knoopsgatenschaar. [MOT]
Knopenaanzettang (v.)
Vroeger hingen de knopen om de schoenen toe te houden aan een soort van nageltje met platte kop of aan een U-vormig haakje. Dat nageltje door het leder steken en zijn punt buigen rond de ring van de knoop gebeurde in één bewerking met behulp van een knopenaanzettang. Eén van de kaken was zo uitgehold dat men er de kop van het nageltje kon insteken. De andere zó dat de punt de bodem volgde wanneer het werktuig toegeknepen werd. [MOT]
Knopsteker (m.)
De knopsteker (1) bestaat uit een metalen pijpje (middellijn ca. 0,5-1 cm) - scherp aan één uiteinde en met een hecht of een kruk aan het ander uiteinde - om cirkeltjes, hartjes e.d. als versiering te snijden op de klompen (2). De knopsteker wordt op de klomp gedrukt, nooit geslagen zoals de holpijp van de leerbewerker. [MOT] (1) BORREMANS: 341. (2) Soms wordt de huls van een patroon gebruikt (VAN BAKEL 1958: 68).
Klompenmakersrits (v.)
Handwerktuig dat sterk op de boomrits en op de balkenrits gelijkt en door de klompenmaker gebruikt wordt om de klompen te versieren. Zie ook hoefmes voor paarden. [MOT]
Kloofklopper (m.)
Een kloofklopper is een stuk hard rondhout (o.m. haagbeuk) van zo'n 30-40 cm, waarvan een uiteinde dunner gesneden werd om als handvat te dienen. Met de kloofklopper slaat de kuiper op het kloofmes en de lattenklover, op het kloofijzer. [MOT]
Kousjestang (v.)
De schoenmaker brengt kousjes aan met een kousjestang om te voorkomen dat gaatjes in leer zouden scheuren. Hij plaatst deze metalen ringetjes, die in elkaar passen, op de kaken van de tang. De kaken bestaan uit twee uitgeholde cilinders en één kaak heeft in het midden een stangetje dat in de kous past. De vakman houdt het leer vast met de linkerhand en knijpt met de rechterhand de tang dicht. Beide delen van de kous worden nu aan elkaar vastgedrukt en vormen een beschermingsring. Om deze terug te verwijderen gebruikt men een kousjesuitdruktang. Soms combineert men deze tang met een holpijptang. Op één van de kaken zit een beweegbaar plaatje dat zowel een holpijp als een stangetje voor de kousjes bevat. Op de andere kaak vinden we het kussen voor de holpijp en het uitgeholde aambeeldje voor de kousjes. Naargelang men het ene of het andere nodig heeft, draait men het plaatje. Men brengt ook zwaardere kousjes aan in zeilen e.d. om de openingen te beschermen waar een touw door loopt. Het...
Kraagdrijver (m.)
Een kraagdrijver is een werktuig van de loodgieter om een kraag te vormen in een loden buis, voor aansluiting met een andere loden buis. Het formaat kan sterk van grootte variëren naargelang de diameter van de te verwijden buis, net als de looduitdrijver, opruimkegel en het mofhout, waarmee hij nauw verwant is. De kraagdrijver is een monoxiel, gedraaid werktuig uit palm- of azijnhout dat aan beide uiteindes een cilindrisch, al dan niet afgerond uiteinde heeft. Op een derde van de stang bevindt zich een assymetrische verwijding met een doorsnede van 7 tot 20 cm, waarvan de binnenzijde meestal aan één kant uitgehold is. Er wordt met een hamer op geklopt. Daartoe is meestal een beslagring voorzien op een cilindrisch uiteinde. Zware, industriële modellen voor pijpen met grote diameter zijn bijkomend versterkt met ijzerbeslag. Er bestaan volledig metalen exemplaren voor koperen buizen. [MOT]