Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken

Zoekresultaten 4,241 - 4,250 15,737 resultaten gevonden
Golfsteker (m.)
Met een golfsteker kan men gegolfde aardappelschijven of frietjes maken. Het bestaat uit een gegolfd, rechthoekig of trapeziumvormig blad dat in een U-vormig frame met handvat bevestigd is. Men steekt met de golfsteker schijfjes van een aardappel af; wanneer hij een rechthoekig blad heeft, kan men deze schijfjes vervolgens in blokjes snijden, opdat men frietjes met gegolfde randen bekomt. [MOT]
Glassnijder (m.)
Handwerktuig met een vervangbaar en eventueel verstelbaar (1) snijwieltje van gehard staal of een diamant (2) - d.i. een in metaal gevatte splinter diamant - bevestigd in een houten, metalen of kunststoffen hecht. Het te snijden glas wordt op een vlakke ondergrond gelegd en langs een liniaal met het snijwieltje of de diamant ingesneden. Grote stukken worden dan afgebroken door het glas lichtjes op te lichten en neer te laten vallen; het glas breekt dan af langs de breuklijn. Soms heeft de glassnijder een bolvormig uiteinde of een hamervormig kopeinde, waarmee aan de onderzijde langs de breuklijn op het glas geklopt wordt, zodat het zou breken. Wanneer er een klein stukje glas afgebroken moet worden, gebeurt dit met behulp van een afgruistang of glasgruizer (3). Dat laatste is een stangetje of plaatje met inkepingen, overeenkomend met de verschillende dikten van vensterglas. Vaak is de glasgruizer echter in één werktuig verenigd met de glassnijder. Bij sommige modellen is het uiteinde...
Graanzeef (v.)
Nadat het graan met de vlegel is gedorst en het graanstro is verwijderd, blijven korrels, kaf, aardkluitjes, kortstro, steentjes en andere onzuiverheden samen achter. Een deel van de onzuiverheden wordt verwijderd met behulp van de graanzeef. Door de zeef heen en weer te schudden, vallen de korrels erdoor terwijl kaf en kortstro achterblijven. De graanzeef wordt ook gebruikt om kaf van stof/zand te scheiden (1). Ook de vlaswerker gebruikt een graanzeef om na het dorsen (zie bookhamer) het lijnzaad van het kaf te scheiden. De graanzeef is een grote (diam. 50-100 cm) ronde zeef (2) met 2 à 3 houten ringen (hoogte ca. 10-20 cm) waartussen een platte geperforeerde bodem uit metaal (zink) of leer (3) is geklemd. In laatstgenoemde worden de kleine ronde of langwerpige gaatjes (diam. 1-2 mm; hartafstand ca. 4 mm) (4) geponst met een holpijp. Het midden van de zeefbodem is vaak versierd met een figuur, een datum, initialen en/of plaatsnaam. In de rand zijn soms 1, 3 of 4 gaten of gleuven voorzien...
Grendel (steenhouwer) (m.)
De grendel is een handwerktuig van de steenhouwer om de oneffenheden weg te “spitsen” bij de ruwe bewerking van harde steensoorten of een stuk zandsteen. Het is samengesteld uit puntijzers, vierkant in doorsnede en bij elkaar gehouden in een beugel met een opsluitwig. Voor de bewerking dienen de ijzers minstens aan één kant mooi op een lijn te staan. Het aantal puntijzers varieert meestal tussen 9 en 13. (1) Gezien ze vlot verwisselbaar zijn, kunnen ze individueel geslepen of bijgesmeed worden. Het handvat kan van hout of metaal zijn en wordt met beide handen gevat. Dit handwerktuig wordt niet meer actief gebruikt. (2) Zie ook bouchardhamer. [MOT] (1) Het aantal puntijzers kan sterk variëren. Op diverse exemplaren zijn tussen 5 en 15 puntijzers aangetroffen. (2) Wegens de overmatige stofvorming zou het in Nederland in 1921 reeds verboden zijn. JANSE 1998: 26. Zie artikel over een onderzoek naar stofvorming in 1910: ELIAS S., Een en ander over de gevaren van het steenhouwersvak, in Nederlands...
Glansstrijkijzer (o.)
Wanneer men een kledingstuk of een deel ervan glanzend gesteven wilde hebben, gebruikte men een glansstrijkijzer. Eerst werd het kledingstuk in een stijfselpapje gedaan, daarna gedroogd, ingevocht en tenslotte droog gestreken. Wanneer dat met een strijkijzer met vlakke zool gebeurde (zie massief strijkijzer, strijkijzer met kolen en strijkijzer met strijkbout), kon de waterdamp die bij dit proces vrijkwam, niet weg. Daarom gebruikte men een glansstrijkijzer, dat een bolle zool had en waarmee al schommelend gestreken werd. Andere modellen hebben een zool die voor het grootste gedeelte vlak is maar waarvan de punt en/of de achterkant afgerond is. [MOT]
Glaceerijzer (o.)
Gietijzeren keukenwerktuig bestaande uit een rond plaatje (ca. 5-8 cm doorsnede; ca. 1-3 cm dik), in het midden bevestigd aan een geknikte, lange (ca. 40 cm) steel, met of zonder houten handvat. Wanneer men het glaceerijzer roodgloeiend verhit boven het gas of in het vuur, kan men daarmee de bovenkant van gratineerschotels of gesuikerde nagerechten bruineren met een knapperige korst of een karamellaag. Het glaceerijzer is vrijwel niet te onderscheiden van het mutsstrijkijzer, een gelijkaardig werktuig dat op de kachel verwarmd werd en waarmee de binnenkant van mutsen gestreken werd. [MOT]
Graanschop (v.)
De graanschop is een houten schop (ca. 150 cm lang) gebruikt voor het omroeren van het graan en om het in de kaar van de wanmolen en in zakken te scheppen. Het blad heeft een lengte van ca. 35 cm bij 30 cm, is holrond, en is door middel van twee pennen of twee bouten aan de steel bevestigd. Zie ook graanschep en graanschepbak. Te onderscheiden van de omzetschop. [MOT]
Graanschep (v.)
De graanschep is een handwerktuig met een halfcilindrisch blad en een recht hecht (ca. 20-30 cm) dat met één hand kan gehanteerd worden. Men gebruikt haar om kleine hoeveelheden graan uit de zakken te scheppen. De graanschep kan uit hout of metaal bestaan; vandaag de dag bestaan er ook plastieken modellen. Zie ook graanschop. [MOT]
Graanschepbak (m.)
Met een graanschepbak kan men graan opscheppen. Hij bestaat uit een horizontale plank, twee zijplanken die vooraan afgerond zijn of in een punt uitlopen en een achterplank. Eventueel is er nog een bovenplank. De zijplanken zijn bovenaan in het midden verbonden door een dwarslat, bedoeld als handgreep; de achterplank heeft achteraan in het midden een U-vormige greep. Zie ook graanschop. [MOT]
Griefpasser (m.)
Handwerktuig dat wordt gebruikt in de leerbewerking o.m. door de zadelmaker, de gareelmaker en de riemenmaker. Het wordt meestal verhit (1) en in de nerfzijde (2) van het leer gedrukt voor het aanbrengen van strakke, goed afgewerkte groeven van verschillende (4 tot 6) diktes, als versiering of als 'gids' voor het naaien. Een griefpasser bestaat in veel verschillende vormen en is gemaakt van ijzer, hout of been (3). Kleine modellen (ca. 15 à 20 cm) zijn voorzien van een licht gebogen stang die in een houten hecht steekt. Met de grote modellen (ca. 35 cm) wordt vanuit de schouder gewerkt om meer druk te kunnen uitoefenen. Het werkend deel heeft één of meerdere bolle stompe snede(s) en is al dan niet voorzien van een geleider. Deze laatste is vast of instelbaar (4) en net diep genoeg om de rand van het leer te houden zonder het oppervlak waarop het leer wordt geplaatst, te raken. De enkelvoudige modellen, met een ruitvormig werkend deel (zie MOT V 94.0215 S), kunnen gemakkelijk in het midden...