Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken

Zoekresultaten 4,431 - 4,440 16,123 resultaten gevonden
Pijpenbuigtang (v.)
De pijpenbuigtang is een handwerktuig waarmee men plastieken, koperen en dunwandige stalen buizen koud kan buigen. Net als de pijpenbuiger bestaat ze uit een metalen stang die op het uiteinde omgebogen is en op enige afstand daarvan een halfrond uitgefreesd buigsegment heeft. De pijp wordt achter het haakvormig uiteinde in het buigsegment geplaatst. De tweede arm dient als hefboom om de pijp rond het buigsegment te buigen. De afmetingen van de tang en de breedte van het buigsegment varieert naargelang de diameter van de pijp. De vroegere zogenaamde Bergmannbuizen waren van karton met een buitenlaag van metaal en boog men met de isolatiepijpbuigtang. Zie ook de buigveer. [MOT]
Penwortelsteker (m.)
De penwortelsteker is een beitelvormig werktuig waarmee de wortels van paardebloemen e.d. in de grond doorgestoken worden. De snede is vaak in V geslepen om de wortel te vatten. Sommige modellen kunnen ook al trekkend de wortel doorsnijden. Te onderscheiden van de distelsteker en de penwortellichter. Zie ook aspergeguts, wiedvorkje, plantschopje en penworteltrekker. [MOT]
Penijzer (o.)
Het penijzer is een langwerpig, ijzeren plaatje - ongeveer 20 cm lang, 3 cm breed en 0,5 cm dik - met verscheidene, soms gegroefde gaten die van grootte verschillen (ca. 0,5-2 cm), dat gebruikt wordt om relatief kleine houten pennen te maken. Men neemt een stuk hout dat ongeveer dezelfde doorsnede heeft als de pen die men wil bekomen. Eén uiteinde rondt men af en steekt men in het gat van het penijzer; vervolgens klopt men het stuk hout met bv. een (houten) hamer verder door het gat. Grotere pennen worden met een krammes of met een dekkersbijltje gemaakt. Te onderscheiden van het nagelijzer.[MOT]
Pianosleutel (m.)
Een pianosleutel is een haakvormige dopsleutel met houten hecht waarmee de bouten, waaraan de snaren van een piano, harp of hakkebord bevestigd zijn, bij het stemmen aan- of losgedraaid worden. De achtkantige dopsleutel bestaat in verschillende diameters. [MOT]
Pijpenrasp (v.)
De pijpenrasp is een kleine (ca. 4-5 cm), cilindervormige (ca. 1 cm doorsnede) rasp met afgerond uiteinde, waarmee men aangekoekte tabak of teer in het pijpenkopje kan loswroeten wanneer dat niet lukt met de pijpenkoter. [MOT]
Pijptang (v.)
De pijptang is speciaal ontworpen om pijpen aan- en los te draaien.  De arm van de onderste kaak is hol zodat de andere arm erin past. Hij kan tevens door een bout versteld worden om de opening tussen de kaken te vergroten of te verkleinen. Deze bout vormt ook het scharnier van de tang. De bovenste kaak is naar achter getand, de onderste naar voor. De tang grijpt de pijp wanneer men ze naar beneden drukt, maar glijdt erover wanneer men ze terug naar boven brengt. Men hoeft dus niet telkens de tang te openen om de pijp verder aan te draaien. Deze tang wordt soms ook Blitztang of klemtang genoemd. Ze bestaat in verschillende maten (15-40 cm) maar meestal gebruikt men een tang van ca. 30 cm. Er bestaat ook een pijptang die de smid gebruikt om ronde of lange stukken te vatten. De lange stukken vat men haaks tussen de kaken. Deze bestaan uit een haakvormige ronde haak en een korte rechte kaak die het bewerkt stuk tegen de haak drukt. Men kan ook pijpen aandraaien met deze tang. Het Stillson...
Pijpsleutel (m.)
Met de pijpsleutel worden verzonken of moeilijk bereikbare schroefbouten, moeren, autobougies enz. aan- of losgedraaid. Hij bestaat uit een metalen pijp waarvan een uiteinde vier- of zeshoekig uitgedreven is om te passen op een moer of een bout; er bestaan er ook dubbele, waar beide uiteinden een bout van verschillende afmetingen kunnen vatten. Een combinatie van pijpsleutel en dopsleutel van zelfde afmetingen komt ook voor. Doorgaans is er door de pijp een gat geboord waardoor een stang gestoken wordt die als draaikruk dient. Er bestaan ook gebogen pijpsleutels. Kleine pijpsleutels eindigen vaak in een ring. Zie bougiesleutel, horlogesleutel, sleutel voor rolschaatsen. [MOT]
Pennenmes (o.)
Het pennenmes diende oorspronkelijk om de punt van een ganzenveer te snijden en inktvlekken uit perkament of papier weg te krabben, zoals een radeermesje. Het heeft een smal, scherp blad met een lengte tussen 2,5 cm en 4,5 cm. Het pennenmes is nu meestal een knipmes, uitzonderlijk met vervangbaar blad, dat voor allerlei doeleinden, onder meer als nagelmesje, gebruikt wordt. Een licht (ca. 10 gr) model, van de Christy Company, bevat een blad dat in vier posities in het hecht kan geschoven worden zodat men de lengte van het blad kan bepalen. Op vele zakmessen is er naast het groot blad ook een klein scherp mesje dat als pennenmes wordt gebruikt. Niet verwarren met het operatiemes. [MOT]
Pijpenkoter (m.)
Een pijpenkoter is een ijzeren staafje, botje (bv. hazensprong) of houten stokje waarmee tabak of teer uit de pijpenkop verwijderd kan worden. Vaak wordt het gecombineerd met een lepeltje (ca. 4 cm bij 2 cm) dat ook aangekoekte teer kan lospeuteren (zie ook pijpenrasp), en met een stampertje (1) (ca. 1 cm in doorsnede) om brandende tabak in de pijp aan te drukken. [MOT] (1) pijpenstopper genoemd.
Pikhaak (m.)
De pikhaak wordt in combinatie met een zicht gebruikt. Hij dient om bij het werk de halmen bijeen te houden en om het afgehakte graan tot een schoof bijeen te brengen. De pikhaak heeft een gebogen of recht, puntige ijzeren haak (ca. 15-30 cm) dat haaks aan een rechte houten steel (ca. 80-100 cm) is bevestigd door middel van een angel, een dille of twee veren. Op ca. 10 cm van het uiteinde van de steel is meestal een sleuf voorzien om het blad van de zicht erdoor te steken zodat het geheel over de schouder kan gedragen worden. Zie ook de kortere halmenhaak. [MOT]