Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken

Zoekresultaten 4,401 - 4,410 15,935 resultaten gevonden
Scheermesjesslijper (m.)
Om de mesjes van een veiligheidsscheermes te slijpen, gebruikte men vroeger een klein wetleer waarover men het mesje heen en weer schoof. Er bestaan ook modellen uit inox waar het veiligheidsmesje tussen een houder wordt geklemd en men het samen met een mechanisme heen en weer over een wetsteen laat glijden. Het mechanisme zorgt ervoor dat het mesje regelmatig draait zodat de 4 vouwen van het mesje geslepen kunnen worden. De wetsteen is zeshoekig waarbij op één zijde een leer werd gelijmd. Bij een ander model zijn het twee kleine slijpstenen die over het lichtgekantelde mesje, geklemd in een houder, glijden. Ook hier wordt, in twee bewegingen, het mesje geslepen. Een model (bv. MOT V 2018.0253 a-c3) bestaat uit een messing doosje met een doorlopend touw aan weerszijden. Wanneer men trekt, draaien beide assen excentrisch en wrijven ze het mes langs uitsteeksels in bakeliet (1). Om de mesjes te slijpen, kan men ook gebruik maken van een holronde oliesteen. [MOT] (1) DURBIN G., Wig, hairdressing...
Schilklem (v.)
Werktuig waarmee men een twijg van zijn schors kan ontdoen. Voor het schillen moet de twijg enkele maanden met de voeten in een laagje water van 10-15 cm gezet worden. Wanneer de twijg gaat wortelen en het blad uitloopt, kan ze geschild worden. De sapstroom onder de bast is namelijk op gang gekomen, waardoor deze gemakkelijk verwijderd kan worden. Het schillen gebeurt best bij zonnig weer, want de geschilde teen moet snel drogen wil zij haar helderwitte kleur behouden. De schilklem is een V-vormig gesmeed ijzer waarvan de benen tegen elkaar klemmen; de uiteinden van de benen zijn naar buiten gebogen zodat de teen er makkelijk in kan geschoven worden. Het ijzer wordt met de punt in een stuk stam of balk gestoken en met één hand vastgehouden terwijl met de andere hand de teen doorheen de klem getrokken wordt. De losgetrokken bast wordt met de hand van de twijg geschoven. Een ander model is onderaan cirkelvormig en kan ofwel met een wigvormig ijzer ofwel met een schroef aan een paal of de...
Schoenmakersmes (o.)
Het schoenmakersmes is een volledig metalen mes, ca. 15-25 cm lang, dat door de schoenmaker gebruikt wordt om de kanten van leder af te schuinen en de randen van de zool af te snijden. De snede is recht en bevindt zich schuin in het vlak van het mes. Het mes is vaak breder naar het snijdend uiteinde toe. Het kan ook in de lengte holrond zijn; op deze wijze vermijdt men de schoen te beschadigen wanneer de randen van de zool afgesneden worden. Vaak wordt het hecht in dun leder gewikkeld (1). Soms wordt het mes zelf gemaakt uit bijvoorbeeld een metaalband van een verpakking (bv. MOT V 84.0056). Er bestaan ook modellen met een houten hecht (bv. MOT V 88.1549). Dit mes wordt naast de schoenmaker ook door andere leerbewerkers gebruikt. Zo gebruikt de boekbinder het mes om de randen van het leder uit te dunnen, alvorens ze over de omslag worden geslagen. De mandenmaker gebruikt soms een schoenmakersmes in plaats van een steekmes (mandenmaker). [MOT] (1) SALAMAN 1986: 141.
Schilschop (v.)
De schilschop dient om enkele stroken bast en de takjes van gevelde naaldbomen af te steken. Het handwerktuig heeft een metalen blad (ca. 15/20/30 cm) waarvan een zijde recht en scherp is en de andere, halfrond, in een in hetzelfde vlak liggende dille eindigt. In de dille steekt een D-schacht (1), een knopschacht (2), een L-schacht (3) of een schacht waarvan het uiteinde in een van een dille voorziene metalen bol van ca. 1 kg steekt. Deze bol maakt het werktuig zwaarder en geeft een beter houvast. De schacht is ongeveer één meter lang (4). De boom ligt op de grond, de houthakker legt de snede op de stam, aan de dikke kant, neemt het handvat of de bol in zijn rechterhand, de schacht in zijn linker en duwt het werktuig naar voor. De schilschop is te onderscheiden van het groot blekijzer en van de snoeibeitel. Het eerste heeft een stomp en veel minder breed blad. Zijn hanteerwijze is verschillend: de schilschop glijdt over de stam in de lengte richting, het blekijzer wordt zijdelings tussen...
Scheerkwast (m.)
Kwast om scheerzeep aan te brengen alvorens zich te scheren met een scheermes of een veiligheidsscheermes. Een scheerkwast bestaat uit een bundel nekhaar van de das (1), varkenshaar (vroeger ook paardenhaar), zijde of nylon vastgelijmd in een handvat gemaakt uit hoorn of been, hout, metaal, bakeliet of plastic. De kop van het werkend deel is kegelvormig of bolvormig. De scheerkwast wordt eerst met heet water natgemaakt en met draaiende bewegingen over het potje met vaste scheerzeep gewreven. Bij gebruik van een scheerstick wordt deze over de te scheren baard gewreven en met de natte scheerkwast tot een licht schuimend laagje gebracht. Scheerschuim of -gel worden op de natte scheerkwast gespoten. De kwast wordt zo vastgenomen dat je de basis van de haren met de vingers grijpt. Het scheerschuim wordt op de baardharen aangebracht met heen en weergaande bewegingen of met pompende en draaiende bewegingen (2). Zie ook nekschuiertje. [MOT] (1) De zachte dassenharen hebben een groot absorberend...
Schildershakmes (m.)
Het schildershakmes heeft een vrij dik, breed (3,5 cm) en kort (10 cm) blad, al dan niet gevat in een houten, lederen of rubberen handvat (1). Het handwerktuig eindigt op een schuine (ca. 80°) of haakse snede. De snede aan de lange zijde van het blad is recht en scherp, terwijl de rug van het mes breed is (ca. 5-7 mm) opdat men er met een hamer op kan slaan. De schilder gebruikt dat hakmes voor het uithakken van oude stopverf uit glassponningen. [MOT] (1) Een eerder zeldzaam model heeft, in het handvat, kleine sleuven die, zoals bij een glassnijder, als glasgruizer dienen, d.i. om smalle strookjes glas af te breken (VAN DER KLOES & VAN DER BEEK: 183; FLEURY: 81).
Schoentrekker (m.)
Langwerpig (ca. 8-25 cm), afgerond, lichtjes holvormig stuk plastic, metaal of hoorn dat tegen de achterbinnenzijde van een schoen gehouden wordt, terwijl men deze aantrekt. Omdat de uitholling de vorm van de hiel aanneemt, glijdt deze daarlangs makkelijk in de schoen zonder de achterkant plat te duwen. Soms is de schoentrekker aan het andere uiteinde voorzien van een knopenhaakje. [MOT]
Schilderskam (m.)
Stalen kam met lange (ca. 2,5-5 cm), platte en relatief soepele tanden, die door de huisschilder gebruikt wordt voor het imiteren van hout. Vaak is er een reeks kammen, volledig van staal en van verschillende breedten (ca. 2,5-10 cm), met fijne (ca. 1 mm) en grove (ca. 3 mm) tanden, verpakt in een blikken doos.  Er bestaan ook schilderskammen waarvan de tanden veel steviger zijn en gevat zijn in een houten hecht; deze kammen worden gebruikt om te marmeren. [MOT]
Schopje (leger) (o.)
Naar aanleiding van het gebruik van handvuurwapens is het voor de infanterist van groot belang dat hij zich zo snel mogelijk kan ingraven en dus hiervoor zijn eigen gereedschap, zoals het legerschopje, mee heeft (1). Het werktuig kan tevens gebruikt worden om veldlatrines en -keukens te creëren (2). Vermits het legerschopje steeds dezelfde afmetingen heeft, wordt het ook als meetinstrument gebruikt bij het bouwen van een schuilloopgraaf (3). Het legerschopje is een klein schopje bestaande uit een dik ijzeren blad (ca. 15 cm x 20 cm), met aan de achterzijde een verstevigingsplaat. Beide lopen langer uit in twee veren waarin een korte (ca. 30 cm) houten T- of knopsteel steekt. Het geheel wordt bijeengehouden door een beslagring. Het blad van het legerschopje is bovenaan omgebogen om de schoen van de gebruiker niet te beschadigen. Bij sommige modellen kan één zijde van het werkend deel dun geslepen worden zodat het als bijltje kan worden gebruikt; de andere zijde kan getand zijn zoals een...
Schoffel (m.)
De schoffel is een handwerktuig (1) waarvan het blad verschillende vormen kan hebben. Gewoonlijk is het rechthoekig (ca. 10-16 cm breed), al dan niet voorzien van een beugel, en door middel van een dille op een lange (ca. 140-160 cm), soms licht gebogen, steel bevestigd. Het blad kan ook halvemaanvormig (2) of hartvormig (3) zijn. Meestal worden schoffels geduwd, enkele getrokken (4) maar in beide gevallen ligt het blad evenwijdig met de grond. Als beide bewerkingen worden gecombineerd dan is het blad (ca. 18 x 2,5 cm) langs beide zijden geslepen (5). Rond de Niger (Afrika) is de schoffel van een kruk voorzien (6). De schoffel wordt gebruikt om onkruid - op tuinpaden of tussen plantenrijen - te wieden (7). In tegenstelling tot de krabber wordt met de schoffel, door licht stotende beweging, de onkruidwortels op vrij geringe diepte afgesneden, zonder de aarde te breken (8). Nadien kan men het onkruid met de grondhark opruimen. Zie ook bietenkopschoffel en schoffel met harkje. Zie ook krabbertje....