Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken

Zoekresultaten 4,401 - 4,410 16,176 resultaten gevonden
Pijpschaar (v.)
Ondanks haar naam is de pijpschaar een tang. Men warmde de kaken op om kant e.d. te pijpen of er plooien in aan te brengen. De bek bestaat uit twee ronde lange staafjes. Soms draaide men touw rond de ogen van de armen om de handen te beschermen tegen de warmte. De plooischaar kon meerdere plooien tegelijkertijd aanbrengen. [MOT]
Pizzawieltje (o.)
Keukenwerktuig met een relatief groot (ca. 6-7 cm doorsnede) en stevig roestvrijstalen snijwieltje, bevestigd in een houten, plastic of aluminium hecht dat naar het wieltje toe wat wijder uitloopt, om de vingers te beschermen. Met een pizzawieltje kan men een pizzabodem uit het deeg snijden en, als de pizza gebakken is, kan men deze daarmee in punten snijden. Te onderscheiden van het deegradertje, het behangsnijwieltje en het wassnijwieltje. [MOT]
Plaatschaar (v.)
"Plaatschaar" duidt een aantal scharen aan om blik of dunne (ca. 0,5mm) metalen platen door te knippen. Als het om dikker materiaal gaat, hakt men eerst een ruwe snijlijn in met een koubeitel of gebruikt men een stokschaar. De plaatschaar bestaat uit 2 hefbomen van de eerste soort die rond een spil draaien. De vrij lange, rechte armen eindigen in ogen of zijn op het uiteinde licht naar binnen gebogen; bij het Japans model (Japans: kanekiri hasami) zijn de bladen smaller en de armen gebogen. Er bestaan verschillende modellen, die soms een eigen benaming dragen, al is het gebruik ervan niet altijd constant. Met de blikschaar knipt de plaatwerker rechte sneden in de plaat. De bladen liggen in hetzelfde vlak als de armen en worden steeds haaks ten opzichte van het materiaal gehouden. Zo voorkom je ruwe snijkanten in de plaat. Bij een ander model, soms doorloopschaar genoemd, zijn de arme, gebogen zodat de hand zich een vijftal centimeter boven de plaat bevindt. Hierdoor kan men langere stukken...
Pijpfrees (v.)
Nadat de metalen pijpen (binnendiameter 0,3-5 cm) met de pijpsnijder of de metaalzaag zijn afgekort, gebruikt de loodgieter of de fitter een pijpfrees om de braam, die zowel aan de binnen- als aan de buitenzijde van de pijp voorkomt, te verwijderen. Daarvoor wordt respectievelijk een mannelijke en een vrouwelijke pijpfrees gebruikt. De mannelijke pijpfrees bestaat uit een stalen kegel van verschillende afmetingen met 7 à 20 gefreesde groeven die rechte of spiraalvormige snijkanten vormen. Het vrouwelijke model bestaat uit een cilinder of kegel waarvan de binnenzijde kegelvormig is uitgehold en voorzien is van 20 à 25 gefreesde groeven met rechte snijkanten. De pijpfrees wordt, zoals de ruimer, in beweging gebracht door een wringijzer, een omslagboor of een borstboor. Soms is het uiteinde voorzien van een opening waar een stangetje (ca. 10 cm) doorsteekt en als handvat dient. Andere modellen zijn voorzien van een handvat met palrad. [MOT]
Plamuurmes (o.)
Spatelvormig werktuig dat wordt gebruikt om vulmiddel aan te brengen in kleine spleten in wand of plafond. Het plamuurmes heeft meestal een driehoekig of trapeziumvormig metalen blad (ca. 2-14 cm breed), met scherpe of afgeronde hoeken, dat soepel en (licht) verend is, en in een houten of plastic, recht hecht steekt. Met de hoek van het plamuurmes worden eerst de losse delen uit de scheur verwijderd, daarna wordt wat vulmiddel op het uiteinde van het blad aangebracht en wordt het in een doorlopende beweging in de scheur gedrukt. Door de flexibiliteit van het blad dringt het vulmateriaal in alle oneffenheden. Nadat het opgedroogd is, wordt het bewerkte oppervlak geschuurd (zie schuurpapier), opdat het vulmateriaal niet boven het oppervlak zou uitsteken. De huisschilder gebruikt tevens een plamuurmes om het houtwerk van ramen, deuren en hun kozijnen te plamuren. Er bestaan ook plamuurmessen waarvan de bladen verwisselbaar zijn. Zie ook afsteekmes. [MOT]
Planttang (v.)
Tang met twee halfcilindrische - soms spade- of troffelvormige - kaken die dicht gaan wanneer de ramen naar elkaar gedrukt worden. Een bijzonder model (van het leger?) wordt bediend met een hendel. De planttang dient vooreerst, zoals de pootboor, om bolgewassen en planten waarbij de wortels niet ontbloot mogen worden, te planten of verplanten. Hierbij worden de halfcilindrische kaken (diam. ca. 6-18 cm) van de tang in gesloten toestand in de (mulle) grond geduwd om dan de mooi gevormde kluit terug te lossen door de kaken te openen. Een groter model (ca. 120 cm) dient om makkelijk diepe, smalle kuilen in de grond te graven. De opening tussen de spadevormige, dikke (ca. 3 mm) kaken bedraagt ongeveer 15 cm in gesloten toestand. Bij het graven duwt men de plantboor halfopen in de aarde, drukt men de armen dicht en haalt zo de aarde tussen de spaden naar boven. Men kan tot 1 meter diep gaan. Deze planttang werd onder meer gebruikt om de houten elektriciteits- of telefoonpalen te plaatsen....
Plaggenzeis (v.)
Handwerktuig met zwaar, halfrond (ca. 25 bij 12 cm) blad dat door middel van een dille haaks op een houten steel (ca. 100 cm), met handvat, is bevestigd. Met de plaggenzeis hakt men - in tegenstelling tot de zeis waarmee wordt gesneden - zoden (plaggen) los op de heide. Ze werden in de zon gedroogd en als strooisel gebruikt om de mest in de potstal (1) aan te lengen en de vloeibare uitwerpselen goed op te slorpen. [MOT] (1) Stal in de Kempen waarbij de vloer, waar de koeien opstaan, ca. 75-100 cm lager ligt dan de werkvloer. De mest stapelt zich onder de voeten van het vee de hele winter op.
Plaan (steenbakker) (v.)
Handwerktuig van de steenbakker dat bestaat uit een rechthoekig blokje, meestal van wilgenhout, al dan niet met één boogvormige zijde (1), met gladgeschaafde onderkant, voorzien aan de bovenkant van één of twee hechten, loodrecht op het blokje geplaatst. Bij de steenvorm waarvan de dwarsplankjes minder hoog zijn dan de lange hoort een plaan met twee groeven in de onderkant (2). Nadat de steenbakker met beide duimen het teveel aan klei van de steenvorm heeft weggestreken, maakt hij met de natte plaan uit de waterbak de steen effen en glad. Wanneer de onderkant van de plaan te veel is afgesleten wordt hij opnieuw glad en vlak gemaakt. [EMABB] (1) Soms driehoekig (LEJEUNE, E: 129). (2) Bv. DUHAMEL 1763: pl.4.18.
Pillenschieter (m.)
De pillenschieter is een hulpmiddel om medicijnen in de vorm van tabletten of capsules oraal aan dieren toe te dienen. In tegenstelling tot een toedienspuit voor vloeistoffen, wordt het medicijn met snelheid zover mogelijk achter in de keel geduwd, zodat het dier het medicijn doorslikt en niet uitspuwt. Vaak gaat het om courante geneesmiddelen zoals Albendazol tegen wormen. Enerzijds kan het dienen voor huisdieren zoals katten en honden, anderzijds voor groot vee zoals koeien. Eigenaars, fokkers en dierenartsen hanteren het. Eenvoudige modellen zijn van harde plastic vervaardigd. Men herkent gebruikte exemplaren aan de bijtsporen. Tegenwoordig zijn er modellen in diverse materialen en formaten, aangepast aan de diersoort. Soms is daarbij een zijdelingse hendel voorzien, die het werktuig de vorm van een pistool geeft. De pillenschieter is te onderscheiden van de sigarettenvuller. [MOT]
Pinrasp (v.)
Schoenmakerswerktuig dat bestaat uit een langwerpige (ca. 7-10 cm / ca. 2-3 cm) rasp, die zich bevindt aan een lichtjes gebogen staaf die in een houten handvat bevestigd is. De totale lengte varieert tussen 25-50 cm. De pinnen waarmee men de zool vasthecht kunnen soms in de schoen binnendringen. De schoenmaker knipt de scherpe uiteinden eerst af met een pinknipper - dat is een mesje dat vaak gecombineerd is met de pinrasp, en zo geplaatst is dat het over de binnenzijde van de zool geduwd of getrokken kan worden - en raspt vervolgens de binnenkant van de schoen glad met de pinrasp. Zie ook schoenmakersrasp. [MOT]