ID-DOC: algemeen zoeken

Hieronder kan u een algemeen trefwoord invoeren en een algemene zoekactie doen. 

Geef ons een seintje als je problemen ondervindt met deze pagina via info@mot.be.

Zoekresultaten 1,501 - 1,511 1,511 resultaten gevonden
Zuigerveertang (v.)
Wanneer de dunne, veelal uit gietijzer vervaardigde zuigerveren van de zuiger van een verbrandingsmotor vervangen moeten worden, gebruikt men een zuigerveertang om ze geleidelijk en regelmatig over de hele omtrek te buigen zodat ze gemakkelijk over de zuiger geschoven kunnen worden; trekt men alleen de einden uit elkaar, dan zal de veer enkel maar buigen aan de tegenovergestelde zijde zodat de kans op breuk hierbij zeer groot is. Eén model heeft een paar nokken op zijn bek, die eerst achter de rand van de zuigerveer (50-100 mm) grijpen. Drukt men de handgrepen naar elkaar toe, dan krijgt de veer eerst steun op de zijkanten en zet daarna uit. Een ander model is voorzien van twee veren die de tweeledige bek met messingen uiteinden - om de zuigerveer niet te beschadigen - bijeenhouden. De zuigerveer wordt door de uiteinden op twee plaatsen vastgegrepen door de armen lichtjes toe te duwen. Bij het verder dichtknijpen, gaan de twee kaken verder uit elkaar zodat de zuigerveer uitzet. [MOT]
Zuiverhekel (m.)
Het gezwingelde vlas (zie zwingelmes) of de hennep (1) wordt gezuiverd, d.i. ontdoen van knopen en de nog laatste achtergebleven lemen en klodden (korte en zwakke vezels), door de vezels door de tanden van de grove hekel, ook voorhekel genoemd, en daarna door een fijnere hekel te trekken. Beide bestaan uit een schuin (ca. 80°) opgestelde houten plank voorzien van een 5-16-tal tanden (ca. 8-12 cm lang) (2) die geschrankt staan. De plank, soms voorzien van een uitsparing om de voet door te steken, is aan een (houten) voetplank bevestigd. Ook in de vorm van een hekelplank of -bank (3). Te onderscheiden van de spinhekel waarbij de vezels worden gekamd juist voor ze gesponnen worden. Zie ook de repelkam. [MOT] (1) De zuiverhekel voor het vlas zou fijner zijn dan die voor de hennep (WEYNS uit Ons heem 26 (1972) 3: 101). (2) ELOY: 322, meldt een (hennep)hekel met ca. 40 pinnen met een lengte van ca. 16 cm lang. (3) Bv. DEWILDE 1983: 380.
Zwaaispits (m.)
De zwaaispits (1) is een handwerktuig van de steenbewerker met een lange houten steel (ca. 30-100 cm) die met twee handen gevat wordt en een lange (ca. 30-50 cm) symmetrische ijzeren kop (2 à 3 kg zwaar) met twee piramidale punten. De steenhouwer hanteert hem om de grovere oneffenheden in natuursteen weg te hakken op de verticale vlakken. Zie ook de afhouwhamer. De hamer is verwant met de bilhamer die door de molenaar wordt gehanteerd om een maalsteen te billen, maar diens banen vormen doorgaans een bredere pen. Het handwerktuig is niet te verwarren met de polka en sommige modellen van de vlecht en houweel. [MOT] (1) De term is een verbastering van het Duitse Zweispitz (twee punten).
Zwabber (m.)
Handwerktuig dat bestaat uit kabelgaren, lappen of sokken (1) bevestigd aan een lange (ca. 1-1,30 m) steel en waarmee men het dek van een schip kan dweilen (2) of, eveneens aan boord, de planken van het dek kan vochtig houden (3) of zelfs een brand kan blussen (zie ook vuurzweep)(4). Hetzelfde werktuig wordt ook in huis gebruikt om de vloer te dweilen. Dan bestaat het soms uit lange pluizige draden om de vloer af te stoffen. Sommige modellen zijn voorzien van een stang in een holle steel. Bij het uittrekken van de stang wordt het werkend deel bij elkaar gedrukt zodat het overtollige water eruit loopt. [MOT] (1) DORLEIJN: 132. (2) Ook om water op te nemen in een scheepsruim (DORLEIJN: 132). (3) Men spreekt dan soms van een koelzwabber. (4) Men spreekt dan soms van brandzwabber.
Zweetmes (o.)
Het zweetmes bestaat uit een reep buigzaam metaal - nu wel eens van plastic - (ca. 50 cm bij 4 cm), met een handvat aan beide uiteinden (1). Het dient om het vocht van sterk bezwete paarden af te strijken. Zie ook zweettrekker. [MOT] (1) Een afgedankt zeisblad werd daarvoor vaak gebruikt (bv. ''Nouveau dictionnaire universel des arts et métiers'': s.v. couteau.).
Zweettrekker (m.)
Werktuig waarmee men - net zoals met het zweetmes - het vocht van sterk bezwete paarden aftrekt. Het heeft een langwerpig (ca. 20 bij 5 cm) metalen blad, dat in de lengte gebogen is en haaks bevestigd is aan een rechte steel. Aan het blad is ook een rubberen band bevestigd die er aan één lange zijde onderuit steekt (ca. 1 cm). Te onderscheiden van de ruitenwisser. [MOT]
Zwermschepzak (m.)
Bij het scheppen van een bijenzwerm aan een boomtak, rond een boom of in de haag, kan men gebruik maken van een schepkorf, een bijenlepel of een zwermschepzak. Met een schepkorf (1), een plat korfmandje voorzien van een houten handvat of een lus uit stro aan de bovenzijde of schuine zijde, wordt de zwerm bijen langs de onderzijde opgevangen bij het geven van een stevige slag op de tak waaraan de bijentros hangt. Zitten de bijen rond een boomstam, dan wordt de bijenkoningin gevangen en wordt zij samen met enkele bijen, die door middel van een bijenborstel of een bijenlepel in de schepkorf worden gebracht, naast de boomstam gelegd. Hangt de zwerm te hoog, dan kan deze opgevangen worden met een zwermschepzak. Deze bestaat uit een stoffen zak in de vorm van een cilinder. Bovenaan zit de zak rond een metalen ring of beugel voorzien van een gebogen lipje en een huls waarin een lange steel steekt. Onderaan kan de zak met een touwtje dichtgesnoerd worden. De imker schraapt de zwerm zoveel mogelijk...
Zwikboor (v.)
De zwikboor is een fretboor om een luchtgat in een ton te boren. Haar kruk is meestal zwaar om de zwik, d.i. de pen om het gat te stoppen, in te kunnen drijven. Daarom zijn de uiteinden ervan soms met koperen of ijzeren blokjes beslagen. Het boorijzer is vaak een schroefboorijzer (zie glossarium). [MOT]
Zwiktang (v.)
Bij het maken van een schoen spant de vakman het leer om de leest en spijkert het vast met een zwiktang. De bek is binnenin geribd en soms gebogen om een betere greep te bekomen. De schoenmaker trekt het leer aan met de tang en houdt het stuk even tegen met zijn linkerhand. Hij opent de tang en gebruikt de hamer van de bek om de spijkers in te slaan. Net als bij de spantang van de schilder is één of beide kaken dikker om als hamer te dienen. Bij sommige modellen is de hamer op de kaak geschroefd. De zwiktang is dus een samengesteld werktuig. Ze is ook verwant aan de singeltang van de stoffeerder. [MOT]
Zwingelmes (o.)
Nadat het vlas met de bookhamer gebraakt is, wordt het gezwingeld. Daarvoor heeft men een zwingelmes en een zwingelbord nodig. Het zwingelmes is een langwerpige houten spaan uit beuk, es of notelaar van ca. 30 à 40 cm lengte (1). Het heeft een aangescherpte snijkant en een houten handvat. Bij een ander model is boven de houten spaan een schuine opstaande lat aangebracht, zodat het vlas een dubbele slag wordt gegeven. Het zwingelbord is een lange rechtopstaande brede plank. Op ongeveer 1 m hoogte is de plank diep uitgezaagd. Het vlas wordt met de linkerhand in die uitsparing gehouden en met het zwingelmes in de rechterhand bewerkt. Door met het zwingelmes op het vlas te slaan, komen de houtachtige stengeldelen of lemen uit het vlaslint los. De bewerking werd gemechaniseerd door de zwingelmolen, d.i. een rad waarop 8 à 12 zwingelmessen zijn bevestigd dat door een zwengel of tredmolen wordt aangedreven. Zie ook zuiverhekel. [MOT] (1) STARA-MORAVCOVA: 88 onderscheidt een ovalen en een trapezoïdale...
Écraseur (m.)
Een écraseur (1) is een chirurgisch instrument in roestvrij staal om inwendige lichaamsdelen, weefsels of gezwellen te omringen en geleidelijk de bloedtoevoer af te klemmen door middel van een draad of ketting. Deze wordt met beide handen aangespannen door een, vaak uitschuifbaar, handvat dat door een lange staaf loopt om het af te klemmen lichaamsdeel te bereiken via een lichaamsholte of operatie. Het is vooral gekend bij dierenartsen maar ook andere artsen gebruikten het (2). Naargelang het doel bestaan er talrijke verschillende modellen voor bv. castraties, aambeien, gezwellen, tumoren, poliepen of cysten. Doorgaans zijn de modellen vernoemd naar een specifiek arts. Zie ook de tang voor schapenstaart. [MOT] (1) Eigen Nederlandse benaming onbekend. De Franse term wordt algemeen gehanteerd in andere talen en wijst op het pletten of vergruizen. Naast écraseur à chaîne treft men ook de term serre-noeud aan voor het model met draad. (2) Handelscatalogus SCHAERER, M. [p.1905]: Cataloque illustré d'Instruments, d'Appareils...