Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken

Zoekresultaten 4,111 - 4,120 15,837 resultaten gevonden
Glansstrijkijzer (o.)
Wanneer men een kledingstuk of een deel ervan glanzend gesteven wilde hebben, gebruikte men een glansstrijkijzer. Eerst werd het kledingstuk in een stijfselpapje gedaan, daarna gedroogd, ingevocht en tenslotte droog gestreken. Wanneer dat met een strijkijzer met vlakke zool gebeurde (zie massief strijkijzer, strijkijzer met kolen en strijkijzer met strijkbout), kon de waterdamp die bij dit proces vrijkwam, niet weg. Daarom gebruikte men een glansstrijkijzer, dat een bolle zool had en waarmee al schommelend gestreken werd. Andere modellen hebben een zool die voor het grootste gedeelte vlak is maar waarvan de punt en/of de achterkant afgerond is. [MOT]
Glaceerijzer (o.)
Gietijzeren keukenwerktuig bestaande uit een rond plaatje (ca. 5-8 cm doorsnede; ca. 1-3 cm dik), in het midden bevestigd aan een geknikte, lange (ca. 40 cm) steel, met of zonder houten handvat. Wanneer men het glaceerijzer roodgloeiend verhit boven het gas of in het vuur, kan men daarmee de bovenkant van gratineerschotels of gesuikerde nagerechten bruineren met een knapperige korst of een karamellaag. Het glaceerijzer is vrijwel niet te onderscheiden van het mutsstrijkijzer, een gelijkaardig werktuig dat op de kachel verwarmd werd en waarmee de binnenkant van mutsen gestreken werd. [MOT]
Graanschop (v.)
De graanschop is een houten schop (ca. 150 cm lang) gebruikt voor het omroeren van het graan en om het in de kaar van de wanmolen en in zakken te scheppen. Het blad heeft een lengte van ca. 35 cm bij 30 cm, is holrond, en is door middel van twee pennen of twee bouten aan de steel bevestigd. Zie ook graanschep en graanschepbak. Te onderscheiden van de omzetschop. [MOT]
Graanschep (v.)
De graanschep is een handwerktuig met een halfcilindrisch blad en een recht hecht (ca. 20-30 cm) dat met één hand kan gehanteerd worden. Men gebruikt haar om kleine hoeveelheden graan uit de zakken te scheppen. De graanschep kan uit hout of metaal bestaan; vandaag de dag bestaan er ook plastieken modellen. Zie ook graanschop. [MOT]
Graanschepbak (m.)
Met een graanschepbak kan men graan opscheppen. Hij bestaat uit een horizontale plank, twee zijplanken die vooraan afgerond zijn of in een punt uitlopen en een achterplank. Eventueel is er nog een bovenplank. De zijplanken zijn bovenaan in het midden verbonden door een dwarslat, bedoeld als handgreep; de achterplank heeft achteraan in het midden een U-vormige greep. Zie ook graanschop. [MOT]
Griefpasser (m.)
Handwerktuig dat wordt gebruikt in de leerbewerking o.m. door de zadelmaker, de gareelmaker en de riemenmaker. Het wordt meestal verhit (1) en in de nerfzijde (2) van het leer gedrukt voor het aanbrengen van strakke, goed afgewerkte groeven van verschillende (4 tot 6) diktes, als versiering of als 'gids' voor het naaien. Een griefpasser bestaat in veel verschillende vormen en is gemaakt van ijzer, hout of been (3). Kleine modellen (ca. 15 à 20 cm) zijn voorzien van een licht gebogen stang die in een houten hecht steekt. Met de grote modellen (ca. 35 cm) wordt vanuit de schouder gewerkt om meer druk te kunnen uitoefenen. Het werkend deel heeft één of meerdere bolle stompe snede(s) en is al dan niet voorzien van een geleider. Deze laatste is vast of instelbaar (4) en net diep genoeg om de rand van het leer te houden zonder het oppervlak waarop het leer wordt geplaatst, te raken. De enkelvoudige modellen, met een ruitvormig werkend deel (zie MOT V 94.0215 S), kunnen gemakkelijk in het midden...
Graskantsteker (m.)
Handwerktuig waarmee de kanten van het gazon worden afgestoken. Bij nauwkeurig werken geschiedt dit langs een richtsnoer. De graskantsteker maakt een korte rechte snede, maar met enige oefening kunnen ook gebogen lijnen langs het gras worden gestoken. Hij heeft een halvemaanvormig ijzeren blad (breedte 20-22 cm) dat door middel van een dille of een angel - verstevigd met 2 veren en een beslaghuls - aan een houten of ijzeren knop- of T-steel (ca. 70-125 cm) is bevestigd. Bovenaan is het blad soms voorzien van een voetsteun om de schoen van de gebruiker niet te beschadigen. Niet te verwarren met de zodensteker waarvan het zwaar blad de vorm heeft van een driehoek. Zie ook borduurafsnijder (roterend) en zodensnijder. [MOT]
Groefkrammes (o.)
Het groefkrammes is een mes (1) van ongeveer dezelfde lengte als het krammes (ca. 80-100 cm) en dat eveneens aan één uiteinde een houten hecht heeft en aan het andere een haak die in een zware kram aan de werkbank bevestigd wordt; het mes fungeert aldus volgens het hefboomprincipe van de tweede soort. Het heeft een smal (ca. 1-3 cm), langwerpig (ca. 10 cm) V- of U-vormig onderdeel dat in de hefboom bevestigd is door middel van een schroef (2) en waarmee een groef gesneden wordt rond de randen van de zool van de klompschoen om er het leder in vast te nagelen. Soms wordt het groefkrammes gecombineerd met een hielafrondmes. Laatsgenoemde is dan eveneens in de hefboom bevestigd d.m.v. een schroef. [MOT] (1) Eigen benaming onbekend. Het mes werd in onze streken niet gebruikt, wel in Groot-Brittannië en Frankrijk. (2) Het kan ook in een gleuf bevestigd zijn zodat het verstelbaar is.
Groentehakmes (o.)
Keukengerei om groenten mee fijn te hakken. Er bestaat een grote verscheidenheid in vorm. De snede kan rechthoekig of afgerond zijn; het hecht kan bovenaan het blad bevestigd zijn - horizontaal als een kruk of aan één of beide uiteinden verbonden met het blad - maar kan ook in het verlengde van het blad liggen. In het laatste geval lijkt het mes op het vleeshakmes (eenhandig), maar het is lichter.  Het groentehakmes wordt steeds in combinatie met een hakblok of een houten kom of schaal gebruikt. Zie ook wiegmes. [MOT]
Groefzaag (v.)
De groefzaag is een zaag om een groef van gelijke diepte uit te zagen. Er bestaan twee sub-typen: de zaag zonder geleider, met geklemd of tegenliggend blad, en de zaag met verstelbare geleider, doorgaans met tegenliggend blad (zie glossarium). Het blad (15-30 cm) is in of tegen een rechthoekig blok bevestigd met recht hecht of met open of gesloten pistoolkolf. Met de groefzaag zonder geleider wordt tot tegen het blok gezaagd of wordt er een lat tussen de plank en het blok geplaatst. [MOT]