Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken

Zoekresultaten 4,081 - 4,090 15,837 resultaten gevonden
Frituurschep (v.)
Met een frituurschep laat men gefrituurd voedsel uitlekken. Ze heeft een opengewerkte, cirkelvormige, lichtjes holronde schep van metaaldraden (ca. 15-20 cm doorsnede) aan een lange steel (ca.30-55 cm). Aan de rand is de schep versterkt met een steviger ring en over de bodem lopen verstevigingsdraden. De steel is lang zodat men op veilige afstand van het hete vet kan blijven. De Chinese frituurschep heeft een schep van messingdraad die een patroon van gelijke cirkels vormt, bevestigd aan een houten steel. Zie ook schuimspaan. [MOT]
Gasaansteker (m.)
Gasaansteker is een verzamelnaam voor diverse types mechanische aanstekers die dienen om een vonk te geven aan een verwarmings- of verlichtingstoestel op gas (1). De bekendste toepassing zijn gasstellen en fornuizen om te koken (2). Gasaanstekers zijn doorheen de twintigste eeuw sterk verspreid geraakt om allerlei apparaten op gas te ontsteken, zoals soldeeruitrusting, bunsenbranders, acetyleenlampen, enz. Diverse modellen bevatten vuursteenwieltjes en -raspen die door een mechanische beweging een vonk veroorzaken, wanneer ze tegen een ruw en hard oppervlak strijken of schuren, zoals geribbeld staal. De meest toegepaste legering is Auermetaal of ferrocerium, ontwikkeld in 1903 (3). De vuursteentjes in gasaanstekers zijn vaak vervangbaar of kunnen een kwartslag gedraaid worden bij slijtage. Bij tangvormige modellen trekt de veerkracht het steentje terug over het ruwe vlak bij het openen. Bij een model (bv. MOT V 93.0282) zit een kleine kom onder de vuursteenrasp, een windkapje. Bij andere...
Fruitpers (m.)
Werktuig met een metalen, geperforeerd recipiënt (ca. 7-10 cm doorsnede; ca. 8-15 cm hoog) op een sokkel met opstaande randen; aan de bovenzijde zit er een schroef die een plaatje naar beneden duwt als men eraan draait (1) (zie ook vleespers) (2). Voor druiven en bessen gebruikt men ook een ander model, dat te onderscheiden is van de vleesmolen. Hij heeft een huis van (vertind) gietijzer met bovenaan een vultrechter en binnenin een Archimedesschroef die door een draaizwengel in beweging wordt gebracht en waaronder zich een zeefbodem bevindt. Deze fruitpers wordt met een schroefklem aan het tafelblad bevestigd. De trechter wordt gevuld en men draait aan de zwengel. De schroef duwt het fruit tegen de zeefbodem; het sap komt er doorheen en wordt opgevangen in een kom, de velletjes en zaadjes komen er gescheiden van het sap uit en worden in een andere kom opgevangen. Zie ook citruspers. [MOT] (1) De kleine fruitpers die men in de keuken gebruikt, is gebaseerd op de grote druivenpers die in...
Gazonbeluchter (roller) (m.)
Een veel belopen gazon blijft mooi groen als men het met een gazonbeluchter bewerkt. Door verdichting van de grond tegen te gaan worden genoeg lucht, water en meststoffen bij de wortels toegelaten. Er bestaan verschillende middelen om het gazon te verluchten. Eén model van gazonbeluchter bestaat uit twee wielen die met elkaar verbonden zijn door een 6-tal stangen (ca. 35 cm), voorzien van ijzeren pinnen (ca. 8 cm; diam. 0,6 cm), en een beugel met beschermkap en steel (ca. 100 cm). Als men het werktuig over het gazon vooruitduwt komen de pinnen - om de ca. 5-10 cm - met een hoek van ca. 30° in de grond terecht en worden d.m.v. een veersysteem terug op hun plaats gebracht. Een ander model is gewoon een bespijkerde houten rol die d.m.v. een beugel aan een houten steel is bevestigd (1). Voor een klein gazon kun je ook een gazonbeluchter (zolen) gebruiken. Nog veel arbeidsintensiever is het als je een gazonbeluchter (prikker) gebruikt. Het werktuig - gelijkend op een poothout - is voorzien...
Fretboor (v.)
De fretboor is een zeer kleine avegaar die met één hand gedraaid wordt en dient om kleine gaten te boren, bv. voor een schroef (1). De kruk staat vast op het boorijzer (zie glossarium). Ze kan van hout of van metaal zijn. In het eerste geval eindigt het boorijzer in een angel, soms in een oog. In het tweede zijn boorijzer en kruk uit één stuk gemaakt. Het boorijzer is vaak een schroefboor (2) en juist omdat dit model het hout doet barsten, wordt de fretboor weinig aangewend voor smalle stukken. De fretboor is te onderscheiden van de zwikboor. [MOT] (1) Volgens TIDEMAN: 93 zou de fretboor ook gebruikt worden "bij onderzoekingen van hout omdat het boorsel minder fijn verkorreld is ...". (2) Zie glossarium. Vandaar dat fretboor soms het boorijzer van deze vorm aanduidt (LOMBAERT: 88).
Gehaktbaltang (v.)
De gehaktbaltang is een metalen tang, doorgaans van aluminium of roestvrij staal, waarmee men gemakkelijk kleine balletjes kan persen in plaats van ze manueel te rollen. Na het samenknijpen, strijkt men overtollige stukken weg langs de rand, bv. met een keukenspatel. Overtollig kookvocht kan wegvloeien via een ronde opening aan de buitenkant. De tang wordt voornamelijk gebruikt voor gehaktballen maar evengoed om rijst of puree in een bolvorm te presenteren. [MOT]
Flestang (v.)
Warme flessen, bokalen, proefbuisjes e.d. kan men veilig vasthouden met een flestang. De vorm van de tang en ronding van de bek zijn aangepast aan het recipiënt. De armen kunnen gekruist zitten of evenwijdig lopen. [MOT]
Fototang (v.)
Negatieven en afdrukken van foto's kan men makkelijk vastnemen met een fototang. Ze bestaat uit een u-vorm die men dichtknijpt. Soms zijn beide armen ook halverwege met elkaar verbonden door een scharnier en houdt een veer het werktuig open. De pannenkoektang lijkt sterk op de fototang. [MOT]
Garnaalschaar (v.)
Schaar waarmee men garnalen kan pellen. Eén arm heeft twee aparte onderdelen: een in doorsnede vierkantig, smal (enkele millimeters) en spits staafje met ernaast een plat en buigzaam blad. De andere arm bestaat uit een stevig snijblad met erop een ander smaller blad bevestigd. Om een garnaal te pellen, steekt men het spits staafje langs de kop naar binnen; de schaal kan nu losgeknipt worden. [MOT]
Fruitlepel (m.)
Lepel (ca. 15 cm) waarvan het blad een spits en getand uiteinde heeft, om makkelijk zachte fruitsoorten, zoals kiwi's, meloenen, e.d. uit te lepelen. [MOT]