Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken

Zoekresultaten 4,521 - 4,530 15,889 resultaten gevonden
Margrietje (v.)
Het margrietje (1) is een metalen, meestal messing, steeksjabloon met een diameter van ca. 5 cm, om met gekleurd garen bloemenmotieven te naaien in de vorm van margrietjes. Deze werden verwerkt in bv. bovenkleding en borduurwerk.Wanneer de bloem is afgewerkt, kan je door een korte draai aan de knop de priempjes naar binnen klikken, zodat de lusjes vrijkomen, waarop je de bloem eenvoudig uit het patroon kan halen (2).Tot hetzelfde doel zijn ook diverse sjablonen en toestelletjes in kunststof ontwikkeld, zowel voor hobbyisten als knutselaars en kinderen. [MOT](1) Eigen benaming onbekend.(2) Het gebruik wordt getoond in deze cataloog uit 1970 en in dit filmpje.
Luizenkam (m.)
Een luizenkam is een plastic, hoornen of metalen kam met hele fijne (ca. 1 mm), tegen mekaar staande tanden. Hij wordt gebruikt om neten uit haren te verwijderen. Doordat de tanden tegen mekaar staan, kunnen de neten er niet doorheen en worden ze uit het haar gekamd. [MOT]
Magneetsleutel (m.)
Heel kleine (ca. 6 cm) steeksleutel, meestal gecombineerd met een voelmaat, en vaak met een ringsleutel, een schroevendraaier en een magneetvijl. Er bestaat ook een set magneetsleutels van verschillende maten. De magneetsleutel wordt gebruikt op inductieklossen en stroomverdelers. [MOT]
Maatbeker (m.)
Beker - met of zonder oor of uitschenktuit - waarop maateenheden van verschillende droge ingrediënten (zout, suiker, bloem, enz.) en/of vloeistoffen op aangeduid staan. Hij kan van plastic, glas, plaatijzer, aluminium, roestvrij staal of polypropyleen zijn; de maateenheden kunnen aan de binnen- of buitenzijde staan en in druk of in reliëf weergegeven zijn. Sommige maatbekers hebben een deksel. Zie ook kurkentrekker. [MOT]
Metselaarshouweeltje (o)
Het metselaarshouweeltje (1) is een handwerktuig dat door de metselaar en stukadoor voor allerlei werk wordt gebruikt; bv. om voegen uit te kappen, om gaten en sleuven in metselwerk te maken, om oude pleisterlagen te verwijderen en om de rand van pleisterwerk schoon te hakken om er nieuw pleisterwerk op te doen aansluiten. Het werktuig verschilt van de kaphamer en van andere houwelen door zijn formaat en door de twee bijlvormige snedes, die meestal haaks op elkaar staan, zoals bij een polka, waarmee hij vaak wordt verward. Het metselaarshouweeltje is lichter (400-800 gr, max. 1 kg) en de steel is kort (ca. 35-40 cm). Het blad met de snede haaks op de steel is licht naar beneden gericht of gebogen, waarmee het zich onderscheidt van de bikhamer. [MOT] (1) Eigen benaming. In het Frans is de term décintroir algemeen verspreid. Soms wordt kaphamer gebruikt maar het gaat niet echt om een hamer. GROOTAERS L. Schoolwoordenboek sv décintroir geeft bikhamer en metselhamer als vertaling.
Metaalzaag (v.)
Handwerktuig met een smal (ca. 1-2,5 cm), stalen zaagblad met heel fijne tandjes, ofwel bevestigd aan een handvat ofwel - wat vaker voorkomt - in een beugel. Het handvat kan recht zijn of de vorm hebben van een open of gesloten pistoolkolf. De vertanding, die van het handvat weg gericht staan, hangt af van het soort metaal dat gezaagd moet worden: hoe dunner of hoe harder het materiaal, hoe fijner de tanden moeten zijn. De beugel is soms verstelbaar om diverse bladlengten te kunnen gebruiken. Er bestaat ook een klein (ca. 10 cm) zakmodel met schroef waarbij het blad tegen het handvat kan gedraaid en vastgezet worden. [MOT]
Melkplaat (v.)
Bij het koken van melk en andere schuimende vloeistoffen ontstaan er luchtbellen. Ze ontwikkelen tot een stevig schuim dat steeds groter wordt en stijgt zodat uiteindelijk de melk overkookt. Het melkplaatje gaat deze schuimontwikkeling tegen door de op de bodem ontstane luchtbellen naar een kleine opening te leiden en te breken. Een melkplaat bestaat uit een hol en rond (diam. ca. 7-9 cm) geribd plaatje van glas, porselein, geëmailleerd- of vertind plaatijzer. Een uitsparing of tuitje is voorzien respectievelijk in de zijkant of bovenaan het plaatje. Een ander model is, in het midden van het plaatje, voorzien van een lang buisje dat de luchtbellen tot boven de melk leidt (1). Een hoog model heeft de vorm van een omgekeerde trechter met onderaan enkele kleine inkepingen. Bovenaan is het voorzien van een rand in de vorm van een champignon. Als de melk kookt stijgt ze in de omgekeerde trechter en loopt over de boord weer in het pannetje (2). Voor hetzelfde doel kan men ook een melkkoker,...
Meetwieltje (wagenmaker) (o.)
Meettuig bestaande uit een schijf of wiel (ca. 20 cm) dat draait om een as bevestigd in een ijzeren of houten handvat. Schijf of wiel kan uit hout, ijzer of een combinatie van beide gemaakt zijn (1). Meestal is er radiaal een merkstreep aangebracht. Nadat de wagenmaker de velgen op de spaken heeft aangedreven (zie ook spakentrekker) keert het wiel terug naar de smid om beslagen te worden. Die vakman meet de omtrek van het wiel door het meetwieltje over het wiel te laten rollen en het zelfde aantal omwentelingen over te brengen op de ijzeren band. Dan kan hij deze op de gewenste lengte afhakken of -knippen. Het meetwieltje wordt ook sporadisch gebruikt door de molenbouwer wanneer hij de molensteen met ijzeren hoepels beslaat. Zie ook borduurafsnijder (roterend). [MOT] (1) NEDERLOF: 20.
Mesthaak (m.)
De mesthaak (1) is een haak met meestal 3 à 4 (2) ronde, puntige, ijzeren tanden (ca. 10-25 cm), en dille, die ongeveer haaks gebogen staan ten opzichte van een lange (ca. 120-200 cm) houten steel. De mesthaak dient om aangestampte stalmest los te trekken, de stalmest van een geladen wagen op het veld te trekken en daarna gelijkmatig te verspreiden (3) (zie ook mestvork). De mesthaak kan tevens gebruikt worden voor het oppervlakkig losmaken van de grond (vgl. klauw met lange steel) en het uittrekken van kweekwortels over kleine oppervlakten; ook om sloten van waterplanten te ontdoen (4). Zie ook paardenmesthaak en sloothaak. [MOT] (1) V.A.W.P.: 2.591 noemt dit werktuig ook een krauwel. (2) Er zouden ook mesthaken met twee tanden bestaan (GOOSSENAERTS: s.v. mesthaak; JEWELL: 73). (3) Volgens VAN HULLE uit DAVID 1975: 240 is het makkelijker om mest open te trekken of een stal uit te mesten met de mesthaak dan met de mestvork. (4) LOGAN: 50; DAVID 1975: 240. Ook wel walhaak of heinhaak genoemd.
Metselaarstroffel (m.)
Handwerktuig dat dient om mortel te mengen, te scheppen en uit te strijken over stenen, muren, vloeren, plafonds, enz. Het wordt ook gebruikt om stenen af te hakken en om tijdens het voegen de afvallende mortel op te vangen. Het bestaat uit een afgerond of puntig metalen blad dat met een omgebogen steel aan een kort recht handvat bevestigd is. Het blad is meestal vrij groot (ca. 16-19 cm/10-15 cm), dit in tegenstelling tot het blad van de pleistertroffel. [MOT]