Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken

Zoekresultaten 4,521 - 4,530 15,837 resultaten gevonden
Koubeitel (m.)
De koubeitel is een beitel van max. 20 cm lang met dubbele vouw, volledig van metaal - in dit geval hard staal - die gebruikt wordt door de smid voor het koud doorhakken of inkepen van metalen. Voor ijzerhoudend metaal bedraagt de hoek van de dubbele vouw 60°, voor lichte legeringen 40-45° (1). Te onderscheiden van het breekijzer. Zie ook stokbeitel. [MOT] (1) BRODBECK: 64.
Kooltjestang (v.)
De kooltjestang dient om een kooltje uit de haard te nemen en er de pijp mee aan te steken. Vaak heeft deze tang twee vierkante plaatjes aan het einde van de gekruiste armen. Deze laten toe het kooltje makkelijker vast te nemen. De kooltjestang is lichter en meestal kleiner dan de vuurtang. [MOT]
Kousjesuitdruktang (v.)
De schoenmaker brengt kousjes aan met een kousjestang en verwijdert ze indien nodig met een kousjesuitdruktang. De doorboorde kaak plaatst men onder het kousje. De dunne kaak plaatst men erop en men knijpt de tang dicht. Soms belet een stelschroef het te ver drukken, waardoor men het leer zou beschadigen. [MOT]
Koolmes (o.)
Het koolmes is een meestal houten handwerktuig met stalen blad, dat licht schuin gemonteerd is en waarmee men fijne stukjes van een kool of andere groente kan afsnijden. Het koolmes kan recht zijn met een recht handvat in het verlengde of in het geheel licht gebogen zijn. Tegenwoordig zijn er modellen in diverse materialen en met bv. twee bladen om sneller te werken. Zie ook de koolschaaf om een halve kool in stukjes te schaven. [MOT]
Kolenschep (v.)
Metalen schep met een vlak of holrond langwerpig blad (ca. 10-15 cm breed; ca. 20-25 cm lang) met opstaande randen om kleine hoeveelheden kolen in de kachel te scheppen. Ze kan volledig van metaal zijn of een metalen blad hebben dat met een angel of een dille aan een houten hecht bevestigd is. Ze is vaak versierd en vormt één geheel met de kolenbak. Zie ook kolenschep (steenbakker) en stookschop. [MOT]
Koolschaaf (v.)
Grote groenteschaaf (ca. 1 m lang en 30 cm breed) waarmee men halve kolen in fijne stukjes kan schaven voor de bereiding van zuurkool. Ze heeft verscheidene schaafmessen die zich schuin ten opzichte van de as van een grote plank bevinden. Een houten bak zonder bodem waarin de halve kool geplaatst wordt, glijdt over de schaaf. [MOT]
Krammes (o.)
Na het ruw bewerken met hakbijl en dissel (zie klompenmakershakbijl en klompenmakersdissel) gebruikt de klompenmaker het krammes om de klomp of klompschoen in de gewenste vorm te snijden (1).  Het is een langwerpig mes (ca. 70-100 cm / ca. 4-9 cm) met aan één uiteinde een houten handvat dat haaks op het mes bevestigd is, en aan het andere uiteinde een haak die in een zware kram gehangen wordt. Er bestaan ook krammessen met een knop i.p.v. een haak. Deze knop wordt in een plaatje - met gaten op verschillende hoogten - gestoken, dat op de werkbank bevestigd is. De klomp rust in schuine stand met de neus of de hiel op de werkbank terwijl de klompenmaker met de linkse hand, rustend tegen de linkse dij, het andere einde tegenhoud. Met zijn rechterhand hanteert hij het krammes dat met op- en neergaande bewegingen de hoofdlijnen van de klomp gestalte geeft. Doordat het krammes als een hefboom van de tweede soort werkt, kan er heel wat kracht op gezet worden. Bij het maken van schoenklompen wordt...
Kroestang (v.)
Een kroestang is een metalen tang met relatief lange armen (ca. 10-40 cm) en bolrond gebogen kaken, waarmee men de smeltkroes uit het vuur kan nemen. Ook gieters zoals de bronsgieter gebruiken kroestangen om het metaal in een smeltvorm te gieten of om de kroes uit de oven te tillen. Bij grote hoeveelheden kan het zowel een tang betreffen, als een draagbeugel voor een kroes met meer dan 50 kg vloeistof (1). Dit laatste model kan wel 2 tot 4 meter lang zijn en moet met twee personen gehanteerd worden. [MOT] (1) DUPONTCHELLE, J.: Manuel pratique de fonderie, 1914, 114.
Krabijzer (steenhouwer) (v.)
Het krabijzer is een metalen schraper met twee gebogen uiteinden, in tegengestelde richting (1), al dan niet getand, om de sporen van de steekbeitel en steenhouwersguts in zachte en halfzachte steensoorten te egaliseren of weg te werken. Omdat het krabijzer niet op alle oppervlakken bruikbaar is, krijgt de steenschaaf meestal de voorkeur (2). Beeldhouwers hanteren vaak de riffelvijl- en -rasp. Het krabijzer is niet te verwarren met het stukadoorspaleerijzer. [MOT] (1) In Frankrijk komen zeer diverse modellen voor, waarvan ook een enkelvoudig met houten hecht. (BESSAC: 192) Volgens Boucard: 44 werd een dergelijk getand model ook gebruikt om mortel in voegen aan te brengen zoals een voegzwaard. (2) Handelscatalogus MM. Civet, Crouet, Gautier & Co: Exploitation de carrières de pierres de taille, moellons & meulières, 1889: 85
Krabbertje (o.)
Handwerktuig dat op een krabber lijkt, maar waarvan het dun scherp blad meestal niet symmetrisch is en de zwanenhalsschacht - met open dille of angel, en korte (ca. 15 cm) houten steel - zich op het linkse of rechtse deel van het werkend deel bevindt. Er bestaan ook rechte krabbertjes (V Dv 0851). Met het krabbertje snijdt men, al trekkend, net onder het aardoppervlak de wortels van het onkruid door. Het werktuig wordt ook in de landbouw gebruikt bij het handwieden en het uitdunnen van bieten. Zie ook schoffel. [MOT]