Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken

Zoekresultaten 4,511 - 4,520 15,837 resultaten gevonden
Knopenhaakje (o.)
Het knopenhaakje is een klein (ca. 10 cm) ijzeren haakje - vaak met een (versierd) ijzeren, houten, benen of ivoren heftje - waarmee vroeger de dameslaarsjes vastgeknoopt werden (1). Er bestaat ook een model met twee haakjes van verschillende grootte. Een ander model is vouwbaar. Soms is het knopenhaakje aan het andere uiteinde voorzien van een schoentrekker. Zie ook zakmes. [MOT] (1) Het knopenhaakje werd soms gebruikt als wildhaakje om de ingewanden van gevogelte te verwijderen (PETITPRERE: 2131). Zie verder jachtknipmes. EMMET: 187 vermeldt dat het knopenhaakje gebruikt werd voor handschoenen.
Kolkschep (v.)
De kolkschep is een handwerktuig van de kolkenruimer om een rioolput te reinigen door slib en vuiligheid, die de afvoerstroom belemmeren, eruit te scheppen. Ze bestaat uit een lepelvormig of komvormig werkend deel van metaal. In de opstaande randen zijn gaten voorzien om vloeibare substantie te laten uitvloeien en enkel het slib te verwijderen. Door middel van een dille is het werkend deel aan een lange houten steel bevestigd. De kolkschep is soms gecombineerd met een haak om het rioolrooster boven de put uit te nemen. Zie ook de baggerlepel en buizenlepel. [MOT]
Koksmes (o.)
Mes met een stevig lemmet (ca. 10-30 cm) met een puntig uiteinde en een houten of kunststoffen hecht dat smaller is dan het lemmet, waarmee groenten gesneden worden. De punt blijft steeds op het hakblok en door het mes op en neer te bewegen, terwijl de groenten steeds verder onder het lemmet geschoven worden, worden ze in stukjes gesneden. Men kan met dit mes ook groenten en kruiden al schommelend heel fijn snijden door het op en neer te bewegen met één hand rond het hecht en de andere op de bovenzijde van het lemmet, vlakbij de punt (vergelijk wiegmes). [MOT]
Kolenschep (steenbakker) (v.)
Tijdens het bakken van bakstenen in een ringoven worden kleine hoeveelheden steenkool langs boven bijgevoegd (zie ook kolentrechter). Dat gebeurt met een halfcilindrische kolenschep met omgebogen angel. zie ook kolenschep en kolenschop. [MOT]
Kolentrechter (m.)
Tijdens het bakken van bakstenen in een ringoven worden kleine hoeveelheden steenkool langs boven bijgevoegd. De kolen worden in een lange smalle trechter met een kolenschep (zie kolenschep (steenbakker)) gegoten. Het hecht ervan wordt met de linker hand gehouden terwijl de rechter de volle schep leegmaakt. [MOT]
Kolenschop (v.)
Schop met breed blad en schuin opstaande randen, voorzien van een houten D-steel. De kolenschop wordt gebruikt voor het scheppen van steenkool. Zie ook stookschop. [MOT]
Koolboor (v.)
Boor die lijkt op een kleine naafboor (ca. 20 cm lang) die gebruikt wordt om het hart uit een kool te boren voordat deze in stukjes gesneden wordt. [MOT]
Kortzaag (hand) (v.)
De kortzaag (1) is een zaag met een naar het uiteinde toe smaller toelopend blad (ca. 70 à 90 cm) met vrij grote tanden en een pistoolkolf. Soms staat een recht handvat naast die kolf. Ze dient om boomstammen dwars door te zagen. De tanden zijn groot omdat de zaag bestemd is om groen hout te zagen. Meestal wordt ze door één persoon gehanteerd, maar het is mogelijk aan het andere einde een tweede handvat op het blad te schroeven zodat ze door twee personen gehanteerd kan worden. Zie ook handzaag (dubbele, Japanse) waarmee men met de zijde met fijne tanden het hout dwars doorzaagt. [MOT] (1) "Kortzaag" wordt als algemene benaming gebruikt om die zagen aan te duiden waarmee dwars op de vezels wordt gewerkt.
Kopkniptang (v.)
Met de kopkniptang kan men makkelijk draad vlak langs een ander oppervlak afknippen. Alhoewel de tang sterk lijkt op de trektang, is haar bek scherper en vaak afgeplat. Bij de trektang is de bek juist rond om het hout niet te beschadigen wanneer men ze als hefboom naar beneden drukt. Men kan draden met kleine tot vrij grote diameter afknippen met de kopkniptang. Sommige modellen hebben een schuine bek, zodat men er ook op moeilijke plaatsen mee kan werken. Op een model komen een combinatietang en een kopkniptang samen voor doordat beide armen van de tang 180° rond de draaispil kunnen draaien. Zo kan steeds één van de twee werkende delen gebruikt worden. Zie ook draadkniptang, zijkniptang en isolatiepijpsnijtang. [MOT]
Koordnaald (v.)
Een koordnaald is een ca. 30-40 cm lange priem met een gat in de punt, waardoor een koordje gestoken kan worden. De gareelmaker, de zadelmaker, de matrassenmaker en de zetelmaker gebruiken dit handwerktuig wanneer ze dikke voorwerpen naaien. Blijkens de catalogus van de firma Osborne gebruikte de slager een koordnaald om ham te binden (1). [MOT] (1) OSBORNE: 49.