Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken

Zoekresultaten 4,531 - 4,540 15,889 resultaten gevonden
Miniatuurbeitel (m.)
De miniatuurbeitel wordt hoofdzakelijk gebruikt door de beeldhouwer (steen) om kleine stukjes steen weg te slaan of voor het aanbrengen van het fijnere detailwerk. De steenhouwer gebruikt de miniatuurbeitel veelal voor detailwerk, bijvoorbeeld om (holle) sierlijsten vorm te geven en bij te werken. De miniatuurbeitel is een fijne geheel metalen beitel (ca. 16-23 cm lang) met soms zeer smalle (ca. 4-30 mm) (1) afgeronde snede. Hij is te onderscheiden van sommige modellen bordijzers waarvan de hoeken afgerond zijn. [MOT] (1) Volgens ''Taille de la pierre'': 58; volgens ROCKWELL: 43 is de gebogen snede ca. 0,5-2 cm lang.
Middentrekker (m.)
Met de middentrekker kan een lijn in het midden van smaller wordende balken getrokken worden (1). Het werktuig bestaat uit een plankje van zo'n 30 x 12 cm met een brede inkeping; in het midden van die inkeping steekt een nageltje. Wanneer twee tegenovergestelde hoeken van de inkeping tegen de randen van een spits toelopende balk gehouden worden, krast de punt een lijn in het midden van de balk. Een variante hiervan bestaat uit twee latjes die op een dwarslat scharnieren, waarin het nageltje steekt. Zie ook kruishout. [MOT] (1) Zie VAN KEIRSBILCK 1898: 245.
Neusknijper (m.)
Wanneer een stier niet geringd is, kan de veehouder hem onder controle houden met behulp van een neusknijper. Hij plaatst de tang op het tussenschot in de neus van het dier en drukt de armen dicht. De stier moet het hoofd stil houden om geen pijn te lijden. De kaken van een neusknijper zijn breed en rond. Ze eindigen in twee bollen om het tussenschot niet te kwetsen. De tang kan bestaan uit twee hefbomen van de eerste soort (bv. MOT V 91.0677 – zie ook glossarium) waarbij de armen meestal eindigen in een oog, zodat de veehouder er een touw of een leidstok kan aan bevestigen. De neusknijper kan ook bestaan uit twee hefbomen van de derde soort (zie glossarium) waarbij een ring over de armen schuift om de kaken al dan niet dicht te drukken (bv. MOT V 83.0399). Soms is die ring gecombineerd met een bladveer (bv. MOT V Dv 0011) of vervangen door een springveer (bv. MOT V 96.0283). Bij een ander model wordt de afstand tussen de kaken van de tang geregeld door een stelschroef (bv. MOT V 91.0679)....
Nagelijzer (o.)
De spijkersmid gebruikt het nagelijzer bij het vormen van koppen op klinknagels, spijkers en bouten. Het is een langwerpig stuk gereedschap van uiteenlopende vorm, al dan niet voorzien van een handvat, met één of meer, in doorsnede vierkante of ronde, conische gaten (diam. ca. 1-2,5 cm). De maat van het gat komt overeen met de dikte die de spijker onder de kop moet krijgen. De ronde gaten dienen vooral om klinknagels of spijkers met platte kop te maken. De gewone spijker wordt meestal met een nagelijzer voorzien van vierkante gaten gemaakt. Het gat is onderaan iets groter om te vermijden dat de nagel klem raakt. Sommige modellen hebben bovenaan kegelvormige uitgeboorde randen om de spijkerkop onderaan schuin te maken (1). De bovenvlakken van nagelijzers zijn soms verstaald. De spijkersmid plaatst een gesmede stift, spits toelopend en met opgestuikt uiteinde, met de punt in het nagelijzer dat op het aambeeld rust. De spijker in wording steekt ca. 1 cm boven het nagelijzer uit en wordt...
Nageltrekker (m.)
Nageltrekker is een algemene benaming voor verschillende hefbomen en tangen om nagels uit te trekken. De zware uitvoeringen worden door de (scheeps-)timmerman gebruikt, de lichtere vooral om kisten te openen. De hefboom, soms kiezentrekker genoemd, is te vergelijken met de koevoet behalve dat de nagel niet in een klauw gevat wordt, maar gehouden wordt door een beweegbare beugel. Een van de tangen bestaat uit een korte arm, die op de plank rust, en een lange arm, die naar beneden gedrukt wordt. Een andere tang bestaat uit samengestelde hefbomen. Voor hetzelfde doel worden de trektang, de koevoet of de klauwhamer gebruikt. [MOT]
Nevelspuit (hand) (v.)
IJzeren, koperen of plastic spuit met reservoir (0,250 - 0,5 l), die door onderdruk werkt: de door de pomp veroorzaakte luchtstraal, zuigt de vloeistof omhoog en verspreidt ze in heel fijne druppeltjes. De nevelspuit dient om de bladeren van planten te bevochtigen en om een bestrijdingsmiddel tegen parasieten, schimmels, onkruiden of vliegen toe te dienen. Zie ook kasspuit. [MOT]
Nekschuiertje (o.)
Borsteltje van de kapper om de achtergebleven haartjes zorgvuldig en zacht uit de nek van de cliënt te verwijderen tijdens en na het knippen van het hoofdhaar. "Terwijl men de kwast heel losjes op één kant houdt, wipt men telkens zacht de haren uit de nek. Men let er daarbij op, dat deze zich niet in de oren nestelen." (1). Het nekschuiertje is meestal een kleine, afgeplatte, ovale borstel (ca. 10-12 cm breed) met kort handvat en zachte borstelharen - uit varkens-, geitenhaar of nylon - van ca. 7-10 cm lang die tussen de huid en de kraag kan worden geschoven. De ronde modellen zijn te onderscheiden van de scheerkwast. [MOT] (1) Uit VAN UDEN: 84.“Vroeger toen de nekborstel nog niet bestond, werden de haren er met de kam uitgewipt of er met blazen uit verwijderd.”
Noodgordelsnijder (m.)
Met de noodgordelsnijder snijdt men de autogordel van o.m. een automobilist in nood snel door. Het bestaat uit een vlijmscherp mesje dat in een plastieken omhulsel is vastgemaakt. Het mesje heeft een langwerpig, rechthoekig blad dat eindigt in een scherp, hoekig mesje van ca. 1cm en een blokvormig handvat dat in het doosje past. Bij het installeren van de noodgordelsnijder wordt het doosje opengeschroefd en legt men de autogordel in de daarvoor bedoelde uitsparing, vervolgens schroeft men het doosje met vier bolle kruiskopschroeven weer dicht. De noodgordelsnijder wordt net boven de schouder omheen de autogordel geïnstalleerd. In noodgeval trekt men het handvat van het mesje uit het doosje. Zodoende snijdt het vlijmscherpe mesje de autogordel feilloos door. Een gelijkaardig mes wordt bij ''kitesurfing'' gedragen om bij nood de lijnen door te snijden. Zie ook de noodhamer en het reddingsmes. [MOT]
Nageltang (v.)
Teennagels kan men makkelijk knippen met een nageltang. Net als bij de zaknageltang zijn de kaken scherp. De benen zijn gekruist en soms zorgt een veertje op één van de benen ervoor dat de tang automatisch geopend wordt. [MOT]
Ontstoppingsveer (v.)
De ontstoppingsveer is een veerkrachtige staaf met zwengel om sanitaire leidingen, vnl. afvoerbuizen te ontstoppen. Er zijn korte, compacte modellen voor doe-het-zelvers om bv. de afvoer van een toilet of wastafel te ontstoppen wanneer een ontstopper met zuignap of pomp niet volstaat. De veer is voorzien van een kunststof omhulsel om het porselein te beschermen tegen krassen. Op het uiteinde van de veer aan de kant van de zwengel is meestal een bijkomend handvat voorzien (1). Loodgieters gebruiken diverse zwaardere modellen, waarbij ze de sifon ontkoppelen en een lange spiraal in de afvoerbuis draaien om de prop die de verstopping veroorzaakt, los te maken. Op snelkoppelingen aan het eind van de veer kunnen diverse ontstoppingskoppen worden bevestigd of een bijkomende veer als verlengstuk. De veer is soms in een draaibare veertrommel verwerkt, waarop de zwengel bevestigd is om de veer als een haspel te ontrollen. Om zwaardere modellen te verplaatsen, is het geheel soms op een rekje van...