Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken

Zoekresultaten 4,571 - 4,580 15,889 resultaten gevonden
Penwortellichter (m.)
Twee- of drietandig metalen vorkje (ca. 3-5 cm; lengte totaal ca. 25-30 cm) waarmee de tuinier onkruid met penwortel uittrekt. Het blad kan recht zijn maar vaak is het gebogen om een steunpunt te geven bij de hefboomwerking. Hiervoor is soms ook een metalen lus (diam. ca. 4 cm) bevestigd juist boven de tanden. Het hecht van dat model is langer (lengte hecht ca. 30 cm; lengte totaal ca. 50 cm) Te onderscheiden van de penwortelsteker, het wiedvorkje en de aspergeguts. Zie ook distelsteker, plantschopje en penworteltrekker. [MOT]
Pelijzer (o.)
Met het pelijzer hakt de steenhouwer smalle sleuven, kielgaten uit natuursteen om deze te ontginnen. Het is een zware, geheel metalen beitel (ca. 15-20 cm lang) met smalle (0,5-1 cm), rechte of bolronde snede. Het geheel is rechthoekig of achthoekig in doorsnede. Te onderscheiden van de ritsbeitel voor metaalbewerking. [MOT]
Paproerder (m.)
Handwerktuig om de pap in de pot of ketel boven het vuur te roeren. Het bestaat uit een ijzeren sikkelvormig werkend deel (ca. 10 cm) dat ofwel in het verlengde van ofwel haaks op de steel (ca. 45 cm) staat. Laatstgenoemde is al dan niet voorzien van een houten handvat. Een ander model heeft de vorm van een houten keukenspatel waarvan het werkend deel doorboord is (1). [MOT] (1) Bv. WEYNS 1974: 446.
Perspotpers (hand) (v.)
Kwekers die werken met planten die een lang seizoen nodig hebben om vrucht te dragen, zoals meloenplanten, planten het zaad altijd direct in een tot kluitje samengeperst blokje teelaarde, perspotje (2) genoemd. Dit wordt later met de zaailing in de grond gezet. Perspotjes worden ook gebruikt voor het vervroegen van verschillende gewassen, zoals kropsla, andijvie, bloemkool, tomaten e.d. De perspotpers (1) is een holle, aan twee zijden open, ijzeren kubus of cilinder (ca. 2-10 cm) (3) op een T-vormige steel om perspotjes te maken. Men drukt de kubus in de grond, trekt hem er dan met een kluitje uit, dat d.m.v. een hendel uit die kubus geduwd wordt; bij deze laatste handeling drukt men tevens een plantgaatje in de aarde. [MOT] (1) Naast de perspotpers bestaan er ook perspottoestellen op een tafel en elektrisch aangedreven perspotmachines (VAN LEUVEN: 57). (2) V.A.W.P.: 3.220. (3) De perspotpers kan ook voorzien zijn van verschillende compartimenten om meerdere perspotten tegelijk te maken...
Pijpenbuigtang (v.)
De pijpenbuigtang is een handwerktuig waarmee men plastieken, koperen en dunwandige stalen buizen koud kan buigen. Net als de pijpenbuiger bestaat ze uit een metalen stang die op het uiteinde omgebogen is en op enige afstand daarvan een halfrond uitgefreesd buigsegment heeft. De pijp wordt achter het haakvormig uiteinde in het buigsegment geplaatst. De tweede arm dient als hefboom om de pijp rond het buigsegment te buigen. De afmetingen van de tang en de breedte van het buigsegment varieert naargelang de diameter van de pijp. De vroegere zogenaamde Bergmannbuizen waren van karton met een buitenlaag van metaal en boog men met de isolatiepijpbuigtang. Zie ook de buigveer. [MOT]
Penwortelsteker (m.)
De penwortelsteker is een beitelvormig werktuig waarmee de wortels van paardebloemen e.d. in de grond doorgestoken worden. De snede is vaak in V geslepen om de wortel te vatten. Sommige modellen kunnen ook al trekkend de wortel doorsnijden. Te onderscheiden van de distelsteker en de penwortellichter. Zie ook aspergeguts, wiedvorkje, plantschopje en penworteltrekker. [MOT]
Penijzer (o.)
Het penijzer is een langwerpig, ijzeren plaatje - ongeveer 20 cm lang, 3 cm breed en 0,5 cm dik - met verscheidene, soms gegroefde gaten die van grootte verschillen (ca. 0,5-2 cm), dat gebruikt wordt om relatief kleine houten pennen te maken. Men neemt een stuk hout dat ongeveer dezelfde doorsnede heeft als de pen die men wil bekomen. Eén uiteinde rondt men af en steekt men in het gat van het penijzer; vervolgens klopt men het stuk hout met bv. een (houten) hamer verder door het gat. Grotere pennen worden met een krammes of met een dekkersbijltje gemaakt. Te onderscheiden van het nagelijzer.[MOT]
Pianosleutel (m.)
Een pianosleutel is een haakvormige dopsleutel met houten hecht waarmee de bouten, waaraan de snaren van een piano, harp of hakkebord bevestigd zijn, bij het stemmen aan- of losgedraaid worden. De achtkantige dopsleutel bestaat in verschillende diameters. [MOT]
Pijpenrasp (v.)
De pijpenrasp is een kleine (ca. 4-5 cm), cilindervormige (ca. 1 cm doorsnede) rasp met afgerond uiteinde, waarmee men aangekoekte tabak of teer in het pijpenkopje kan loswroeten wanneer dat niet lukt met de pijpenkoter. [MOT]
Pijptang (v.)
De pijptang is speciaal ontworpen om pijpen aan- en los te draaien.  De arm van de onderste kaak is hol zodat de andere arm erin past. Hij kan tevens door een bout versteld worden om de opening tussen de kaken te vergroten of te verkleinen. Deze bout vormt ook het scharnier van de tang. De bovenste kaak is naar achter getand, de onderste naar voor. De tang grijpt de pijp wanneer men ze naar beneden drukt, maar glijdt erover wanneer men ze terug naar boven brengt. Men hoeft dus niet telkens de tang te openen om de pijp verder aan te draaien. Deze tang wordt soms ook Blitztang of klemtang genoemd. Ze bestaat in verschillende maten (15-40 cm) maar meestal gebruikt men een tang van ca. 30 cm. Er bestaat ook een pijptang die de smid gebruikt om ronde of lange stukken te vatten. De lange stukken vat men haaks tussen de kaken. Deze bestaan uit een haakvormige ronde haak en een korte rechte kaak die het bewerkt stuk tegen de haak drukt. Men kan ook pijpen aandraaien met deze tang. Het Stillson...