Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken

Zoekresultaten 4,551 - 4,560 15,889 resultaten gevonden
Palingtang (v.)
De visser kan palingen makkelijk vasthouden met een palingtang. Deze vissen zijn zeer bewegelijk en glad en glijden makkelijk weg. De kaken zijn vrij lang en geribd voor een betere grip. Kort bij de draaispil blijft er een opening tussen de gesloten kaken, zodat men de vis niet verplettert. Ter vervanging van deze tang nemen sommige vissers een vod of wat zand in de handen, waardoor ze een betere grip verkrijgen op de vis. Net als bij de visserstang is de buitenzijde van één van de kaken vaak getand, zodat men de schubben van de vis makkelijk kan afkrabben. Zie ook palingschaar. [MOT]
Opruimkegel (m.)
Na het snijden met de lodenpijpsnijtang verwijdt de loodgieter de opening van een loden buis om een andere loden buis erin te kunnen solderen. Dit kan gebeuren met een opruimtang, een looduitdrijver, een mofhout of een opruimkegel.  Dat laatste is een palmhouten kegelvormig werktuig, dat sterk van grootte kan variëren naargelang de diameter van de te verwijden buis. Er wordt met een hamer op geklopt. [MOT]
Ovenpaal (m.)
Een ovenpaal is een houten of metalen handwerktuig (ca. 175-265 cm lang) met een ovaal of rechthoekig blad (ca. 15-35 cm breed) aan een lange steel waarmee de bakker het brood ovende. De steel is lang opdat men zo tot achteraan in de bakoven geraakte. [MOT]
Pannenlepel (m.)
Bolrond monoxiel (wilgenhout) werktuig met handvat waarmee de pannenbakker de gevormde pan in de droogrekken plaatst. De pannenmaker legt de lepel met de bolle zijde op de pan. Vervolgens wordt de pan met de pannenvorm gekeerd en de vorm weggenomen zodat de nieuw gevormde pan op de lepel komt te liggen. De pannenmaker houdt met de andere hand de pan nog in evenwicht en plaatst haar vervolgens met enige omzichtigheid in het droogrek. [EMABB]
Overzijboorschaaf (v.)
De overzijboorschaaf (1) is een boorschaaf met T-vormige doorsnede en schaafbeitel om een kloostersponning te verbreden. Er bestaan overzijboorschaven met boogvormige zijkanten (2). [MOT] (1) RAUWERDA 1958: 27. (2) Bv. FOKKENS: pl. 2.
Ontstopper (m.)
Deze nieuwe werktuigfiche is in opbouw. [MOT]
Paletmes (o.)
Het paletmes is een spatel- of troffelvormig werktuig (ca. 15-20 cm lang) met over de gehele lengte buigzaam blad, dat de kunstschilder gebruikt om verfstoffen op het palet te mengen en om verf op het doek aan te brengen (1). Vroeger, toen de schilder zelf zijn verven wreef, was een tempermes onmisbaar om de door de loper verspreide verf van de wrijfsteen te verzamelen. De spatelvormige kunnen van metaal, hout of plastic zijn en worden tevens gebruikt om, met de zijkant van het blad, natte verf weg te schrapen zonder de ondergrond te beschadigen. De troffelvormige hebben een metalen blad waarvan vorm en grootte (ca. 3-12 cm lang; ca. 3-4 cm breed) sterk variëren: het kan driehoekig, ruitvormig, ovaal of rechthoekig zijn - met of zonder afgeronde hoeken - en is met een knik aan het rechte hecht bevestigd (2). Deze laatste worden vooral gebruikt om kleine stippen of brede banen verf op het doek aan te brengen. Het paletmes met smal, rechthoekig blad bestaat ook als zakmes. Dan is het een...
Pannenvorm (m.)
Houten mal waarin de S-vormige pan (Boomse pan, Vlaamse pan) haar vorm krijgt. Ze wordt vervaardigd uit een in de lengte uitgeholde dikke wilgenhouten plank. Een uitsparing in het midden van de holle rand dient voor het aanbrengen van de neus van de pan en over de afgeronde zijkant brengt de pannenmaker de krul van de dakpan aan. De pannenvorm is niet makkelijk te maken en wordt zo veel mogelijk hersteld, vooral de zijkanten waar de slijtage groot is. Die zijkanten worden na te grote slijtage weggesneden en vervangen door hardhouten stukken, rekening houdend dat de welving nagenoeg de zelfde moet blijven. De onderkant heeft een handvat. Hierdoor kan de pannenmaker de mal omdraaien zodat de gevormde pan op de pannenlepel komt te liggen en in de droogrekken kan geplaatst worden. Er zijn zowel linkse als rechtse pannenvormen voor het maken van respectievelijk linkse en rechtse pannen. De pannenbakker maakt doorgaans zelf zijn vorm. Ook voor de nokpannen bestaan er vormen. Soms wordt de mal...
Palter (m.)
De palter is een zware (1,5-4,5 kg) (1) punthaak met een of twee losse ring(en) (middellijn ca.11-15 cm; gehele lengte 30-50 cm) om stammen te kantelen, om een boom die op de andere gevallen is, los te draaien en soms om kleine stronken uit de grond te trekken (2). Een houten staak (1,50-2 m) wordt in de ring gestoken met een uiteinde op de stam. Wanneer hij naar boven geduwd wordt, steekt de punt (3) van de haak eerst in het hout, daarna kantelt de stam. Wanneer deze laatste terug zou kunnen rollen, werken twee man samen: de eerste houdt het stuk tegen terwijl de andere het opnieuw vat. Er bestaan ook verstelbare modellen. De palter wordt vooral in het bos gebruikt. Op de werkplaats wordt de kanthaak (voor stam) aangewend. Zie ook zethaak. [MOT] (1) HILF: 407. (2) GAYER & FABRICIUS: 168; BOUCKAERT & POSKIN: 29. (3) Nu wordt een rechte snede aangeraden (HILF: 404) maar gewoonlijk eindigt de haak in een punt.
Pannenstrijker (m.)
De pannenstrijker is een troffel met een langwerpig (ca. 16-20 cm), plat en smal (ca. 2,5-4 cm) blad dat afgerond of puntig is en met een omgebogen steel aan een handvat bevestigd is. Het wordt door de metselaar of pannendekker gebruikt om pannendaken aan te strijken, d.i. er specie tussen aan te brengen. De stukadoor gebruikt de pannenstrijker op plaatsen waar men moeilijk met andere gereedschap kan komen, achter verwarmingsbuizen e.d.. Te onderscheiden van de tongtroffel en niet verwarren met het ontzegelmes van de imker. [MOT]