Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken

Zoekresultaten 4,541 - 4,550 16,200 resultaten gevonden
Staalbandtang (v.)
De staalbandtang is een metalen handwerktuig om de uiteinden van staalband op spanning te brengen en vast te klemmen. Stalen, tegenwoordig ook plastic, omsnoeringsband wordt rond producten of verpakkingen gesnoerd om deze vast te houden. Vaak zit hij rond verpakkingsdozen op een pallet gesnoerd. Een symmetrisch model met gleufvormig werkend deel snijdt inkepingen in de afdichting en buigt de lipjes op de uiteinden gericht om, om beide uiteinden stevig aan mekaar te klemmen. De pakker houdt het werkend deel loodrecht ten opzichte van de staalband en trekt de armen naar mekaar toe. Een ander model krimpt en verzegelt de uiteinden om maximale wrijvingskracht te bieden. De staalbandtang is vergelijkbaar met de staalbandspanner maar dient doorgaans voor lichter werk. Sommige modellen voor zwaarder snoerwerk zijn assymetrisch en voorzien van een zijdelingse steunplaat als extra hefboom. Door zijdelingse druk uit te oefenen met beide armen, kan de pakker zijn volle gewicht inzetten. Zie ook...
Spontrekker (m.)
De spontrekker is een handwerktuig dat gebruikt wordt om de spon uit het spongat te trekken. Het bestaat uit een schroefdraad die losdraait in het midden van een U-vormig ijzer en een kruk. De schroefdraad wordt in de spon gedraaid totdat het U-vormig ijzer tegen de duigen komt. Wanneer men nu verder draait, wordt de spon uit het gat getrokken. Een hamervormig model is gecombineerd met een sponsleutel. Zie ook kurkentrekker. [MOT]
Spintol (schoenmaker) (m.)
Bij naaiwerk met draadgaren gebruikten leerbewerkers zoals de schoenmaker soms een spintol om de draad te twijnen op het dijbeen vooraleer het garen in het leer te naaien met behulp van het naaispan. Het monoxiele handwerktuig in hardhout is nauw verwant aan de spil zoals die in talrijke varianten bestaat om wol te spinnen. Het bestaat uit een haakje, vaak een gekromde nagel, aan het uiteinde van een conisch houten blok. Het handvat is naar verhouding licht en kort (ca. 15 cm). De vakman steekt enkele draden door het haakje en vouwt ze dubbel toe. Vervolgens laat hij de tol hangen en om haar as draaien. De schoenmaker maakte de draden vettig met pek (1). [MOT] (1) BOUCARD D., Dictionnaire des outils et instruments pour la plupart des métiers, 2006: 685.
Spoorwieltje (o.)
Imkerswerktuig dat bestaat uit een metalen wieltje (ca. 2 cm doorsnede) met gegroefde tandjes, bevestigd aan een recht hecht. Het insmelten van kunstraat (ook waswafel genoemd) in het met metalen draden opgespannen raam gebeurt door vlug met het warm gemaakte spoorwieltje over de draden te rollen (1). Sommige modellen zijn voorzien van een koperen afgerond blokje om het wieltje langer warm te houden. Er bestaat ook een model waarbij het wieltje in een hoek van 90° staat ten opzichte van het handvat. [MOT] (1) Met de platte of ronde kant van het spoorwieltje wordt bij spleetramen aan de bovenlat het doorstekende gedeelte van de raat platgestreken en zo vastgezet.
Spongatborstel (m.)
De spongatborstel is een licht conische, korte (ca. 20-25 cm) borstel met stugge haren die aan een getorste metaaldraad zijn bevestigd. Deze is verbonden aan een T-vormig houten of metalen handvat (ca. 15 cm breed). De brouwer kon het werktuig zelf samenstellen. De haren gelijken enigszins op die van een vlampijpborstel, die veel langer is. Tussen verschillende brouwsels worden recipiënten zoals biertonnen grondig gereinigd. De conische vorm van deze borstel is ideaal om aangekoekte resten van vorige brouwsels aan het spongat te kunnen verwijderen en om het spongat opnieuw goed te kunnen afsluiten voor een volgend brouwsel.  (1) QUICKE: 277 sv 'spongatborstel' toont twee andere afgeronde modellen van borstels die hetzelfde doel dienen.
Sponzenknijper (m.)
Werktuig dat bestaat uit een klem van ijzerdraad of ijzerplaat, bevestigd aan een plastic of houten steel (ca. 50-150 cm) en waarin men een spons kan klemmen. Zo kan men bv. makkelijk hoge vensters wassen en moet men niet rechtstreeks met de handen in het water. Vaak is de sponzenknijper gecombineerd met een ruitenwisser. [MOT]
Steekbeitel (m.)
Brede beitel met één vouw, soms zonder borst. Aangezien hij lichter werk verricht dan de hakbeitel, wordt hij theoretisch niet geslagen met de houten hamer, maar geduwd. Hij is ook scherper geslepen dan de hakbeitel. De Japanse steekbeitel (Japans: tsuki nomi) is langer dan de westerse en wordt steeds met beide handen gehanteerd. Hij wordt gebruikt voor de afwerking van pen- en gatverbindingen en groeven. [MOT]
Steekbijl, dubbele (v.)
De dubbele steekbijl heeft dezelfde bestemming als de steekbijl. Ze bestaat uit een platte, rechte metalen staaf (120-130/3-4 cm) waarvan een uiteinde de vorm van een beitel heeft zoals een steekbijl met een dille, de andere de vorm van een schietbeitel (1). De vlakken van de vouwen liggen loodrecht op elkaar. In het midden van de staaf is in hetzelfde vlak een dille gesmeed van 10-45 cm waarin doorgaans geen hecht gestoken wordt. Uitzonderlijk vervangt een angel met hecht de dille. De timmerman houdt de dille in zijn rechterhand, de staaf die soms op zijn schouder glijdt, in zijn linker, boven of onder de dille. Door een asgerichte beweging stoot hij op de te bewerken balk. Zie ook dwarsaks. [MOT] (1) BISTON-BOUTEREAU-HANUS: 242 en OSLETb: 30 spreken van een dubbele steekbijl met guts. Dergelijk werktuig schijnt uitzonderlijk te zijn.
Steekbeitel, parallelle (Japanse) (m.)
De Japanse schrijnwerker gebruikt de parallelle steekbeitel (1) (Japans: kote nomi) voor het uitsteken en afwerken van zwaluwstaartverbindingen. Het ijzer (14 cm) maakt na 8 cm plots een z-vormige hoek om vanaf daar over te gaan in het blad. Dat blad (ca. 1 cm bij 6 cm) is zowel aan beide lange, als aan de korte zijde scherp. De vouw staat schuin op de as van het werktuig. Het ijzer is door een angel met een rechte, houten steel verbonden. Met de schuine snede kan gemakkelijk in de hoeken gewerkt worden. De knik in het ijzer biedt het voordeel dat bij het uitsteken van het hout de hand, noch het handwerktuig het werkstuk raken. [MOT] (1) COALDRAKE: 57; ODATE: 74.
Staartsnijder (m.)
Handwerktuig dat de hoefsmid gebruikt om bij trekpaarden de staart tot na het staartbeen af te knippen (1). Het is tangvormig met relatief lange (ca. 30-40 cm) armen, met of zonder houten handvatten. De éne kaak is U-vormig uitgesneden en is hol opdat het snijblad op de andere kaak erin past; uitzonderlijk is ze van hout (2). De staart wordt net na het heiligbeen afgeknipt, zodat hij niet meer terug kan groeien. De wonde wordt met een staartbrandijzer uitgebrand. [MOT] (1) N.L.I.: s.v. brûle-queue, vermeldt dat de staart van het paard werd afgesneden nadat het een beroerte had gekregen. (2) STOQUART: 23.