Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken

Zoekresultaten 5,071 - 5,080 15,807 resultaten gevonden
Wasbreektang (v.)
Een wasbreektang heeft holronde, dwars gegroefde kaken. De as kan zich tussen kaken en armen bevinden maar ook aan het kopuiteinde. In dat laatste geval vertoont de wasbreektang gelijkenis met de notenkraker (1). De kaken worden om de hals van een verzegelde fles gekneld om zo de was te breken. Te onderscheiden van de champagnetang waarmee men de muselet doorknipt. [MOT] (1) In ''Nouveau Larousse Illustré'': s.v. dégoudronnoir staat een afbeelding die verdacht veel op een notenkraker gelijkt.
Vuurschopje (smid) (v.)
Het vuurschopje is een ijzeren schopje (lengte ca. 75 cm; breedte ca. 12 cm) met meestal vlak blad en ijzeren steel, waarmee de smid de kolen samenbrengt en het te warmen stuk dekt. Vaak is het handvat opengewerkt. Zie ook asschop en vuurschop (stoker). [MOT]
Walkmes (o.)
Een walkmes is een stok (30-40 cm lang, 3-4 cm dik) met aan één uiteinde een lange nagel (ca. 10 cm) die er schuin en dwars door geslagen is. Bij het walken, het met de hand kneden van de klei, snijdt men de massa klei in twee met dat werktuig. [EMABB]
Wetsteen (m.)
Langwerpige steen (ca. 20-30 cm bij 2-4 cm) om werktuigen te slijpen, hoofdzakeliijk de zeis, de zicht, de sikkel en allerhande messen. Het gereedschap voor houtbewerking wordt doorgaans op de slijpsteen en de oliesteen geslepen maar de houthakkers, de timmerlieden, de dekkers enz. hebben vaak een wetsteen in hun gereedschapszak om, zo nodig, hun bijl te slijpen. De werktuigen die zeer scherp moeten zijn, worden niet met een wetsteen maar met een stuk zacht hout (zie wethout) of leder (zie wetleer) geslepen. Zowel natuur- als kunststeen worden gebruikt en de vorm kan sterk variëren: de doorsnede kan rechthoekig zijn, rechthoekig met afgeronde hoeken, ovaal of rond; in de lengte kan het werktuig rechthoekig zijn of in twee punten eindigen. Door het veelvuldig gebruik hebben sommige stenen grillige vormen. Een gebroken steen wordt vaak in houten handvat gestoken om hem langer te maken. De maaier draagt zijn wetsteen in een slijpbus van hout, hoorn, plaatijzer of leder, die hij aan zijn...
Wetleer (o.)
Met een wetleer scherpt men een scheermes, door het er met lichte druk heen en weer over te wrijven. Het bestaat uit een lederen riem met aan één korte zijde een handvat en aan de andere een ring die bv. aan een deurkruk kan gehangen worden en zo opgespannen wordt. Een bijzonder model is een wetleer in de vorm van een riem die automatisch in een cilindrische houder oprolt wanneer men hem loslaat (1). Bij een ander model is het leder over een metalen raam gespannen en kan het met een schroef aangespannen worden. Vaak is het een langwerpig (ca. 20-45 cm lang; ca. 4-10 cm breed) houten plankje, soms met overlangse groeven, waarover aan één of beide zijden een stuk leder gespannen of gelijmd is. Aan één korte zijde is er al dan niet een recht handvat. In enkele gevallen zit er vlas tussen het plankje en het leder. Soms bevindt er zich aan de andere zijde van het plankje een oliesteen/watersteen. Het kan ook een langwerpig houten doosje zijn met een strip leder erop; in het doosje kan het...
Wetstaal (o.)
Keukenmessen worden geslepen met een messenslijper, een heel gladde wetsteen of een wetstaal. Dat laatste heeft een staafvormig werkend deel (ca. 10-30 cm lang) dat in doorsnede rond is, vaak met fijne groeven in de lengte en een recht houten, hertshoorn of plastic hecht. De staaf is van hoogwaardig gehard staal. Tussen hecht en werkend deel is er meestal een stootplaatje als bescherming voor de vingers. Een model van de schoenmaker heeft uitzonderlijk geen hecht maar een afgeplat stalen uiteinde (1). Het mes wordt herhaaldelijk in één beweging over het wetstaal gehaald, totdat het opnieuw scherp is. Te onderscheiden van het splitsijzer. [MOT](1) SALAMAN 1986: 44. Exemplaar MOT V 90.0167 werd door de fabrikant benoemd als Schumacherstahl.
Werfknipmes (o.)
Het werfknipmes is een zakmes voorzien van hulpmiddelen om op een bouwwerf te werken. Men herkent het aan de klinksleutel, al dan niet in combinatie met een vierkante of stervormige holte, waarmee men een deur kan openen zonder kruk op het slot. Wanneer bij werkzaamheden tijdelijk een vierkante staaf in het gat voor de deurklink steekt, klemt men de holte rond deze staaf om de deur te openen. [MOT]
Vuurlepel (m.)
Kleine (ca. 15 à 20 cm) bronzen, koperen of ijzeren platte lepel waarvan het werkend deel vaak opengewerkt is of soms opstaande randen heeft. Het einde van de steel kan voorzien zijn van een ring of een haak om het werktuig op te hangen (1). De vuurlepel dient om de gloeiende houtskool in het komfoor te roeren en te sorteren. Kleinere (max. 15 cm) modellen werden gebruikt voor de pijpenwarmer (2). [MOT] (1) De vuurlepel werd wel eens door vrouwen gedragen aan de riem; vaak was het een huwelijksgeschenk (ARMINJON & BLONDEL: 484). (2) ARMINJON & BLONDEL: 558 (s.v. pelle de fumeur).
Wasroerder (m.)
Een wasroerder is een stok of spatelvormig houten handwerktuig (ca. 65-90 cm lang) waarmee men het wasgoed in de ketel roerde. Het blad is langwerpig (ca. 20-30 cm lang; ca. 6-11 cm breed) en de lengte bedraagt ongeveer 1/3 van de lengte van de steel. [MOT]
Vuist (metselaar) (v.)
Een vuist is een stalen hamer (ca. 1-2 kg) met twee vierkante, vlakke banen waarvan de hoeken meestal zijn afgeschuind, en korte (ca. 20 cm) steel. De metselaar gebruikt de vuist voor sloopwerk. Hierbij slaat hij met de hamer op het breekijzer. Te onderscheiden van de moker die zwaarder is en een langere steel heeft. [MOT]