Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken

Zoekresultaten 5,041 - 5,050 15,889 resultaten gevonden
Zaknageltang (v.)
De zaknageltang is bijzonder geschikt om nagels af te knippen. De kaken zijn scherp en gebogen om de ronding van de nagels beter te kunnen volgen. De tang sluit zich door middel van een hefboomarm, die op één van de kaken gemonteerd is. Een stang verbindt de twee armen met de hefboom. De tang sluit zich wanneer men de hefboom naar beneden drukt. Deze drukt dan namelijk de kaak, waarop hij bevestigd is, tegen de andere kaak, waardoor men de nagel afknipt. Men kan de tang makkelijk op zak steken, omdat de hefboomarm omgedraaid kan worden en dan niet langer uitsteekt. Er bestaat ook een grotere versie van de nageltang voor het knippen van teennagels. [MOT]
Zodenlichter (m.)
Handwerktuig vervaardigd uit een metalen blad (ca. 25 x 25 cm) van verschillende vorm - driehoekig, zeshoekig, druppelvormig, halvemaanvormig, hartvormig - dat overgaat in een gebogen plat ijzeren verlengstuk (ca. 30 cm), al dan niet voorzien van een ring, en dille waarin een rechte of licht gebogen houten knop- of T-steel (ca. 100-150 cm) steekt. Het blad ligt dus evenwijdig met de grond terwijl de steel een hoek van ca. 135° met het werkend deel vormt. Soms is het model veel zwaarder. De steel is dan veel langer en eindigt in een 50-60 cm brede T-kruk, die op de dij (bovenbeen) van de werkman rust (1). De zodenlichter dient om de zoden (ca. 30 x 15 cm en 10-12 cm dikte), die met een zodensteker of zodenbijl verticaal zijn doorgestoken of met een zodensnijder zijn doorgesneden, van de bodem los te steken en op te lichten door het werktuig voor zich uit te duwen. Vaak trekt een tweede arbeider door middel van een touw. (2) De zoden worden onder meer door de dijkwerker en het leger gebruikt...
Zuigerveertang (v.)
Wanneer de dunne, veelal uit gietijzer vervaardigde zuigerveren van de zuiger van een verbrandingsmotor vervangen moeten worden, gebruikt men een zuigerveertang om ze geleidelijk en regelmatig over de hele omtrek te buigen zodat ze gemakkelijk over de zuiger geschoven kunnen worden; trekt men alleen de einden uit elkaar, dan zal de veer enkel maar buigen aan de tegenovergestelde zijde zodat de kans op breuk hierbij zeer groot is. Eén model heeft een paar nokken op zijn bek, die eerst achter de rand van de zuigerveer (50-100 mm) grijpen. Drukt men de handgrepen naar elkaar toe, dan krijgt de veer eerst steun op de zijkanten en zet daarna uit. Een ander model is voorzien van twee veren die de tweeledige bek met messingen uiteinden - om de zuigerveer niet te beschadigen - bijeenhouden. De zuigerveer wordt door de uiteinden op twee plaatsen vastgegrepen door de armen lichtjes toe te duwen. Bij het verder dichtknijpen, gaan de twee kaken verder uit elkaar zodat de zuigerveer uitzet. [MOT]
Zuigergroefreiniger (m.)
De zuigergroefreiniger is een handwerktuig om de groeven of gleuven van een zuiger in een motor te reinigen. Daartoe monteert de garagist een vervangbaar wieltje, met vier of meer uitsteeksels die koolstofafzettingen uit de groeven schrapen. De ronde vorm van de bek is passend om het werktuig rond de zuiger te klemmen. Zie ook de zuigerveertang. Hoewel zijn vorm enigszins gelijkt op een diktepasser, is het geen passer. [MOT]
Zoolschaafje (o.)
De schoenmaker kan de randen van de zool bijsnijden met een schoenmakersmes of met een zoolschaafje. Dat laatste heeft een dun metalen, in de breedte lichtjes gebogen blad (ca. 2 cm bij 1 cm) dat horizontaal in een koperen houder zit, die bevestigd is aan een recht houten handvat. Wanneer men het zoolschaafje gebruikt, plaatst men de hand het best zo dicht mogelijk bij het hoofdeinde. Vaak wordt het handvat naar het hoofdeinde toe verbreed zodat het beter in de hand ligt. [MOT]
Zeepkorfje (o.)
Rechthoekig of rond korfje (ca. 10 cm bij 5 cm) gevlochten in ijzerdraad, bestaande uit twee scharnierende helften waarop een of twee ca. 20 cm lang(e) hecht(en), eveneens van ijzerdraad of van hout, bevestigd is (zijn). Bij het wassen van linnen in een waskuip worden de schilfers en de restjes harde zeep in het zeepkorfje gegoten en zo in het waswater opgelost. [MOT]
Zoolwieltje (o.)
Het zoolwieltje is een schoenmakerswerktuig (ca. 12-14 cm) dat bestaat uit een klein (ca. 1 cm doorsnede; enkele millimeters breed) wieltje met een motiefje dat bevestigd is in een koperen U-vormig beugeltje en een houten handvat. Nadat het opgewarmd is, wordt het over het midden van de schoenzool gerold, om daar een decoratief lijnpatroon aan te brengen.Zie ook het achterijzer met wieltje [MOT]
Zoollikhout (o.)
Het zoollikhout is een langwerpig (ca. 15-18 cm) stuk hout - dat meestal een rechthoekige doorsnede heeft, soms in het midden wat gezwollen voor een betere grip - met getrapte uiteinden, waarmee de schoenmaker de zoolranden polijst. [MOT]
Zwingelmes (o.)
Nadat het vlas met de bookhamer gebraakt is, wordt het gezwingeld. Daarvoor heeft men een zwingelmes en een zwingelbord nodig. Het zwingelmes is een langwerpige houten spaan uit beuk, es of notelaar van ca. 30 à 40 cm lengte (1). Het heeft een aangescherpte snijkant en een houten handvat. Bij een ander model is boven de houten spaan een schuine opstaande lat aangebracht, zodat het vlas een dubbele slag wordt gegeven. Het zwingelbord is een lange rechtopstaande brede plank. Op ongeveer 1 m hoogte is de plank diep uitgezaagd. Het vlas wordt met de linkerhand in die uitsparing gehouden en met het zwingelmes in de rechterhand bewerkt. Door met het zwingelmes op het vlas te slaan, komen de houtachtige stengeldelen of lemen uit het vlaslint los. De bewerking werd gemechaniseerd door de zwingelmolen, d.i. een rad waarop 8 à 12 zwingelmessen zijn bevestigd dat door een zwengel of tredmolen wordt aangedreven. Zie ook zuiverhekel. [MOT] (1) STARA-MORAVCOVA: 88 onderscheidt een ovalen en een trapezoïdale...
Zwermschepzak (m.)
Bij het scheppen van een bijenzwerm aan een boomtak, rond een boom of in de haag, kan men gebruik maken van een schepkorf, een bijenlepel of een zwermschepzak. Met een schepkorf (1), een plat korfmandje voorzien van een houten handvat of een lus uit stro aan de bovenzijde of schuine zijde, wordt de zwerm bijen langs de onderzijde opgevangen bij het geven van een stevige slag op de tak waaraan de bijentros hangt. Zitten de bijen rond een boomstam, dan wordt de bijenkoningin gevangen en wordt zij samen met enkele bijen, die door middel van een bijenborstel of een bijenlepel in de schepkorf worden gebracht, naast de boomstam gelegd. Hangt de zwerm te hoog, dan kan deze opgevangen worden met een zwermschepzak. Deze bestaat uit een stoffen zak in de vorm van een cilinder. Bovenaan zit de zak rond een metalen ring of beugel voorzien van een gebogen lipje en een huls waarin een lange steel steekt. Onderaan kan de zak met een touwtje dichtgesnoerd worden. De imker schraapt de zwerm zoveel mogelijk...