Opzoeken

Zoek op heel de website

Zoek op heel de website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken


Zoekresultaten 31 - 40 14,646 resultaten gevonden
Het slijmmes is een handwerktuig om te slijmen, d.i. de slijmen die zich aan de binnenzijde van dierlijke kransdarmen bevinden, te verwijderen. Na het spoelen kan de darm gevuld worden tot worst (zie ook worsthoorntje en worstspuit). Het slijmmes bestaat uit een dik (ca. 5 mm), niet snijdend blad (ca. 13 bij 2 cm) met stompe punt, dat door middel van een angel in een houten hecht is bevestigd. Dat laatste is voorzien van een beslagring en een koperen stootplaatje. De darm wordt meestal over een plank, die rechtop in een emmer staat, of over de tafelrand gelegd. Met de linkerhand wordt het begin van de darm stevig vastgehouden. Met het slijmmes in de rechterhand wordt er over de darmwand geschraapt tot de slijmerige massa volledig is verwijderd. Enige handigheid is hiervoor nodig om de darmwand niet te beschadigen. Slijmen wordt ook met de rug van een zwaar mes gedaan. Om de kransdarmen te reinigen wordt er ook gebruik gemaakt van een slijmhout. “Men neemt den (binnenste buiten gekeerde) darm in de linkerhand en het slijmhout in de rechter, legt den darm in de holte van het hout en duwt met de duim het hout tegen de darmwand. Door het trekken met de linkerhand en het strijken van het slijmhout over de darm wordt het slijm er afgeschraapt.” (1). [MOT] (1) Uit ''Handboek voor het slagersbedrijf-1940'': 137.
Met een snijmolentje kan men kruiden zoals peterselie, munt enz. fijn malen (1). Meestal bestaat het uit een vultrechter met een gleufjesbodem en een rechte steel. In de gleufjes draait een as - met vier rijen tandjes die loodrecht op elkaar staan - die met een draaizwengel in beweging wordt gebracht. Er bestaat ook een model met een rond recipiënt en een rasp als bodem. Twee U-vormig gebogen mesjes of twee schoepjes met omgebogen tanden, die met een draaizwengel in beweging worden gebracht, duwen de kruiden doorheen de bodem. Zie ook snijroller (groente-). [MOT] (1) Volgens CAMPBELL: 79 kan je er ook knoflook en ui zeer fijn mee malen.
Metalen stempel die met een hamer geslagen wordt. Het is een metalen staaf van 5-20 cm met de stempel op het uiteinde. De slagstempel dient om een vervaardigd voorwerp te merken. Hoofdzakelijk metalen producten (ijzeren werktuigen, tinnen borden of gouden sieraden) maar ook houten (een meubel (1), een kuip (2), een wagen (3), en soms een gevelde boom (4). [MOT] (1) JANNEAU: 86. (2) LEGROS 1949: 189. (3) MEISCHKE: 37. (4) Zie ook blesbijltje en stempelhamer (houthakker).
Ongeveer 50-60 cm lange en ca. 5 cm brede zaag met doorgaans zeer grote tanden (1) - vergelijk met het diepvriesmes - waarmee sneeuwblokken gezaagd worden om een iglo te bouwen. De lengte van het werktuig is beslissend voor de grootte van de blokken die gezaagd kunnen worden; de breedte om genoeg kracht te kunnen uitoefenen bij het losmaken van die blokken (2). Niet zelden wordt de sneeuwzaag zelf gemaakt (3). [MOT] (1) Al worden ook lange messen zonder tanden gebruikt. (2) HAGEN: 56-59. (3) Zo bv. PRATER: 82: "use a piece of tempered aluminium alloy about 1/8-inch thick, 2 inches wide and 26 inches long. Attach a wooden handle to one end, leaving 20 inches for the cutting blade. Hacksaw serrations in it for the cutting teeth."
Kleine pijpsleutel (zie glossarium) gecombineerd met twee ringsleutels (zie glossarium) of met een schroevendraaier, waarmee de rolschaatsrijder zijn schaatsen aan zijn schoenen aanpast (1). Een ander model bestaat uit een kleine (ca. 12 cm) dunne dubbele ringsleutel. [MOT] (1) Het gaat hier om schaatsen die door middel van riempjes aan de schoenen bevestigd worden.
Klein metalen of porseleinen vuurvast lepeltje (ca. 15 cm lang) met een uitschenktuitje, dat de edelsmid gebruikt om was in te smelten. Met de was wordt een positief model gemaakt dat - eens gestold - gebruikt zal worden om een negatieve gietvorm te maken; het wederom positieve gietsel in deze mal zal het originele model in ieder detail weergeven. Zie ook smeltkroes. [MOT]
Snijmes (tegelbakker) (o.) Met zijn snijmes steekt de tegelbakker de overtollige klei af rond de tegelvorm. Het werktuig bestaat uit een dun rechthoekig trapeziumvormig ijzeren blad, bovenaan de korte zijde voorzien van een cilindrisch houten handvat. De snede is steeds langer dan de vorm. Het snijmes wordt niet al snijdend gebruikt, maar wordt langs de zijkant van de tegelvorm schuin naar voren en naar beneden geduwd. [EMABB]
De snoeischaar dient om heesters en wijnstokken te snoeien, om bloemen te plukken enz. Thans vervangt ze meestal het snoeimes. Ze wordt door de mandenmaker vaak gebruikt in plaats van het krommes om de tenen door te knippen. Het werktuig bestaat uit twee hefbomen van de eerste soort, die rond een op ca. een derde van hun lengte geplaatste spil draaien. De armen van ca. 15 cm zijn recht of enigszins naar buiten gebogen. Om het werktuig toe te houden wanneer het niet gebruikt wordt, is een metalen haak of een lederen ring op het uiteinde van een arm bevestigd; op recente modellen zijn die soms vervangen door een pal naast de draaispil. Tijdens het werk springt de schaar open dank zij een veer. De twee gebogen bladen van ca. 5 cm liggen in hetzelfde vlak als de armen (vgl. doornhaagschaar). Een ervan is thans doorgaans dik en stomp; de tuinier moet er steeds voor zorgen dat het snijdend blad aan de zijde van de stam is om een gladde snede te bekomen. Op sommige recente modellen maakt een inkeping in één van de bladen het mogelijk dunne ijzerdraad door te knippen. Er bestaan ook snoeischaren waarvan één kaak een klein aambeeld vormt. In plaats van te snijden komt het bovenste blad op een vingerdik aambeeld terecht waarop de tak ligt. Dat model is vooral geschikt om harde, dode takken en stengels weg te snoeien. Beoefenaars van bonsaï en ikebana (Japanse bloemschikkunst), gebruiken een Japanse snoeischaar met brede, korte (ca. 4,5 cm) bladen en grote ogen (ca. 10 cm), waar de vier vingers in kunnen. Zie ook snoeitang en zakmes. [MOT]
De hitte en de trillingen veroorzaakt door het hameren, dwingen doorgaans de smid het bewerkt stuk met behulp van een tang te grijpen. Om het stuk zo goed mogelijk te houden, moet het werktuig het stuk nauw omsluiten. Vandaar de zeer verschillende vormen van de bek. De gewone smeedtang met platte bek heeft twee rechte kaken die in de lengte een groef vertonen voor een betere grip en eventueel ook om kleine ronde voorwerpen vast te houden. De smid beschikt over een stel van dergelijke tangen. Bij de eerste komen de twee kaken tegen elkaar wanneer de armen samengeknepen zijn, bij de volgende, blijven ze op een bepaalde afstand zodat dikkere stukken gevat kunnen worden zonder dat de armen te wijd van elkaar komen te staan. Bij de holle tang zijn de kaken in de lengte hol. Naargelang ze ronde of vierkantige stukken moeten houden, zijn ze zelf rond of vierkantig. Andere tangen met ronde bek maken het mogelijk moeren, schijven e.d.m. te smeden. De U-vormige kaken zijn bestemd voor platte stukken. De smid vervaardigt zelf zijn tangen en aarzelt niet om er een nieuwe te maken indien hij een bijzonder voorwerp moet smeden. Zie ook banddraaghaak. [MOT]
"De pit van een kaars is gedrenkt in stoffen zoals borax, waardoor het ombuigen van de pit in de vlam bevorderd en nagloeien voorkomen wordt. Het ombuigen van de pit is noodzakelijk, omdat deze buiten de zoom van de vlam komend verbrandt en zodoende op een constante lengte blijft. Vroeger moest de pit voortdurend afgeknipt (gesnoten) worden. Een te lange pit geeft een roetende vlam." (1) Met een snuiter knijpt en knipt men de verbrande pit van een kaars of olielamp af opdat ze minder zou roken. Het is een schaar (ca. 12-16 cm) waarvan, meestal, beide bladen halfcirkelvormig zijn en één een opstaande rand heeft zodat het een gesloten doosje vormt. De afgeknipte pit belandt veilig in het bakje zonder brandgevaar. De oudere modellen hebben één halfcirkelvormig blad waarmee enkel wordt geknipt. Nadien wordt het stukje pit, op de grond, uitgedoofd. Soms bevindt er zich een pin aan het einde van de bladen van de schaar om de pit te ontkrullen alvorens ze te knippen. Snuiters zijn vaak mooi versierd en zijn soms voorzien van kleine pootjes. De kleinere modellen werden soms met een kettinkje aan de kaarsenhouder bevestigd. Er bestaan ook snuiters met een veermechanisme (2). [MOT] (1) DEN HERDER & SCHELTEMA: 294. (2) MANDEL: 23.