Opzoeken

Zoek op heel de website

Zoek op heel de website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken


Zoekresultaten 71 - 80 14,646 resultaten gevonden
Tang om splitpennen - dit zijn aan het vooreinde gespleten pennen waarvan de einden, als zij aangebracht zijn, uiteengebogen worden zodat ze niet meer uitvallen - uit te trekken. Kenmerkend zijn de twee naar binnen of naar buiten gerichte haken op het uiteinde van de kaken. Wanneer de haken naar buiten gericht zijn, wordt één haak in het oog van de pen gestoken en het hele werktuig wordt dan een hefboom; wanneer de haken naar binnen gericht zijn, wordt het oog met de twee haken gevat en wordt de pen uitgetrokken. Splitpennen kunnen ook uitgetrokken worden met een splitpentrekker. Vaak is de splitpentrektang gecombineerd met een andere tang en maakt dan deel uit van een combinatietang.[MOT]
Bij een medisch onderzoek kan de arts bepaalde lichaamsholtes openhouden met een speculum. De kaken van deze tang zijn aangepast aan de vorm van de holte. Bij het speculum voor de neusgaten bijvoorbeeld vertrekken de kaken vrij breed en versmallen op het einde, aangezien de neus bovenaan smaller is. Men opent de tang wanneer men de armen samendrukt. De tang kan in elke stand geblokkeerd worden d.m.v. een ring die over de armen schuift. De armen zijn aan de buitenzijde getand zodat men de ring op de gewenste stand kan vastzetten. Er betaan ook speculums voor het onderzoeken van keel, oor, endeldarm en vagina. [MOT]
V-vormige platte draaiersbeitel met één vouw om een groef uit te draaien. [MOT]
Met de steekbijl worden vlakke zijden van pennen, gaten en balken effen gestoken (1). Van dat werktuig bestaan er drie hoofdvormen: met dille, met angel en houten handvat, met dille op een stang (2). De steekbijl met dille is een rechthoekig metalen blad van ca. 4-6 bij 45 cm (ca. 1,5-2 kg) waarvan één kleine zijde in een vouw eindigt. Op de andere is een dille haaks op de as van het werktuig gesmeed. Deze dille dient als handvat, er steekt geen hecht in. De uiteinden van de twee lange zijden zijn meestal ook afgeschuind (3). Het tweede model heeft een ca. 10 cm breed blad waarvan de kleine zijde in een vouw eindigt (de lange zijden zijn afgeschuind) en de andere in een stang die er haaks op gesmeed is en waarvan het uiteinde rechthoekig geplooid is en een dille vormt (4). Het geheel is ca. 60 cm lang en weegt ongeveer 2,5 kg. De steekbijl met angel bestaat uit een rechthoekig metalen blad van ca. 30-40 cm bij 6-10 cm. Een kleine zijde eindigt in een vouw (de lange zijden zijn niet afgeschuind) en de andere in een angel die haaks op de lange zijde staat en waarop een houten hecht van ca. 15 cm steekt. Het werktuig weegt ca. 1,4 kg. De ambachtsman vat de dille of het hecht met zijn rechterhand, het blad met zijn linker en steekt (slag of druk) er het overtollig hout mee weg (5). Het werktuig beweegt dus in de richting van zijn as. Zie ook steekbijl, dubbele. [MOT] (1) Ze zou ook dienen om masten te maken (VAN YK: 29). (2) Zie DAVID 1977a: 164. (3) Het werktuig dient onderscheiden te worden van de aks met lange dille, waarvan het ijzer gebogen en zwaarder is (DAVID 1976c). (4) VAN ZYL: titelplaat; VAN TWEMBEKE: 70. (5) Het voorbeeld aangehaald door MERCER: 169 (ook SLOANE: 12 die echter niet verwijst naar, maar vaak op MERCER steunt) is een uitzondering: bij normaal gebruik wordt er op de steekbijl niet geslagen met een houten hamer.
(1) Handwerktuig met - meestal vier (2) - brede, platte of in doorsnede driehoekige tanden. Werkend deel en een T-, D- of knopsteel (ca. 80-100 cm) zijn d.m.v. een angel - verstevigd door een beslaghuls -, een dille of twee veren aan elkaar bevestigd. De punten van de, licht naar voor gebogen, tanden zijn beitelvormig of puntig. Het "blad" loopt naar onder toe breder uit. Een ander model heeft bovenaan het blad een brede band om de kluiten makkelijker te dragen en om te draaien. Een spitgreep wordt gebruikt om steenachtige of sterk samenhangende (klei-) grond te bewerken (3) of te verkruimelen en om mest onder te spitten. In de (moes)tuin worden, in tegenstelling tot de tuinspade, met de spitgreep bij het verplanten de wortels van de plant minder beschadigd. Om dezelfde reden geeft de tuinier ook de voorkeur aan dit werktuig om slingerplanten en struiken uit te steken. Een iets bredere en langere spitgreep wordt als aardappelrooivork gebruikt. Zie ook spitgreepje (4). [MOT] (1) Kleine modellen worden ook wel bordervork genoemd (LOGAN: 49). (2) ''Larousse agricole'': s.v. bécat meldt een tweetandige vork om in steenachtige grond te spitten. (3) Met de woelvork, wat een ander werktuig is, wordt de grond los gewoeld (''Woelvork, woelriek, grelinette. Hoe zullen we het nu gaan noemen? Wat dacht u van woelijzer?''). (4) Zie ook laya in FONVIELHE: 135-138.
De spitsboor wordt gebruikt om kleine geboorde of geponste gaten in een dunne ijzeren plaat bij te ronden of wijder te maken door ze er in rond te draaien. Zij bestaat meestal uit een stalen tweebenige haak met vierkante tot achthoekige (of een combinatie) doorsnede die in een punt eindigen. De spitsboor kan ook een stalen staaf met vierkante tot achthoekige doorsnede zijn, eindigend in een punt en aan het andere uiteinde voorzien van een kruk (ca. 8 cm) (1). Het werktuig wordt vaak door de smid zelf gesmeed uit een afgedankte vijl. Zie ook de ruimer, die wordt gebruikt indien er hogere eisen aan de maatnauwkeurigheid en de oppervlaktegesteldheid van de ijzeren platen worden gesteld. [MOT] (1) SALAMAN 1975: 391; ''Catalogue des outils Goldenberg'': 234.
Geheel metalen beitel van ca. 20-50 cm lang om ritsen in metaal te hakken, d.i. bijvoorbeeld een smalle groef in een metaalplaat om deze makkelijker te doen breken of in een hoefijzer waar de gaten voor de hoefnagels gedreven zullen worden. De ritsbeitel heeft een vrij smalle snede (ca. 9-13 mm) die onder een hoek van ca. 60° geslepen is. Hierdoor kan je er tot op vrij grote diepte mee werken. Het geheel is meestal rechthoekig in doorsnede. Te onderscheiden van het pelijzer van de steenhouwer. [MOT]
Inbussleutel (zie glossarium) waarmee een spon in een houten ton, of een sluitdop in een ijzeren ton aan- of losgedraaid wordt. Voor ijzeren tonnen en voor carters bestaan z.g. universele sponsleutels met een tiental werkende delen en voor brandbare stoffen, sponsleutels van brons. [MOT]
Naast de splitpentrektang kunnen splitpennen - dit zijn gespleten pennen waarvan de einden, als zij aangebracht zijn, uiteengebogen worden zodat ze niet meer uitvallen - ook uitgetrokken worden met behulp van een splitpentrekker.  Dat is een metalen staafje (ca. 10 cm), vaak gekarteld voor een betere grip, met een haakvormig uiteinde waarvan de diameter varieert naargelang de grootte van de pennen. De haak wordt in het oog van de splitpen gestoken; de splitpentrekker wordt naar beneden geduwd - waarbij de onderkant van de haakvormig uiteinde als steunpunt dient - en de pen wordt uitgetrokken. [MOT]
Werktuig dat gebruikt wordt om de spon uit het spongat te trekken. Het bestaat uit een schroefdraad die losdraait in het midden van een U-vormig ijzer en een kruk. De schroefdraad wordt in de spon gedraaid totdat het U-vormig ijzer tegen de duigen komt. Wanneer men nu verder draait, wordt de spon uit het gat getrokken. Zie ook kurkentrekker. [MOT]