Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken

Zoekresultaten 4,741 - 4,750 16,176 resultaten gevonden
Verbandschaar (v.)
Met de verbandschaar kan men gips- of stijfselverbanden verwijderen. De schaar heeft één blad met een stomp kegelvormig uiteinde, dat men onder het verband steekt; zo brengt men geen verwondingen aan. Het verband wordt in de lengte doorgeknipt en kan vervolgens verwijderd worden. Er bestaan lichte en zwaardere modellen (ca. 150-400 gr), met één of twee handen te bedienen, naargelang het te verwijderen verband. [MOT]
Vissersknipmes (o.)
Het vissersknipmes is een knipmes voorzien van diverse hulpmiddelen, die bij het vissen of bij het schoonmaken van vis onontbeerlijk zijn. Het bevat meestal een scherp lemmet, waarvan de rug een kartelsnede bezit en dienst doet als schubbenschraper voor het ontschubben van vis. De schubbenschraper kan ook een apart blad zijn waarvan het uiteinde meestal een V-vormige inkeping heeft, dienend als onthaker. Het mes is meestal vervaardigd uit roestvrij staal en wordt gebruikt voor het doorsnijden van lijnen en het fileren van vis. Dicht tegen het hecht zit vaak een flesopener voor kroonkurk. Het vismes kan ook dienst doen als visdoder als het voorzien is van een knuppeltje van metaal, om de gevangen vis direct na de vangst te verdoven of te doden (zie visdoder). Deze zware, ronde verdikking van ca. 100 gr is tevens bedoeld als visweger of unster. Ongeveer in het midden van het mes zit dan een ring waaraan een stevig touwtje of lederen riempje is bevestigd waarmee het bijvoorbeeld aan een...
Vlecht (m.)
De steenhouwer gebruikt een vlecht (1) hoofdzakelijk om bij zachte steensoorten het overtollig materiaal te verwijderen. Hij wordt ook gebruikt om natuursteen vlak te maken, nadat het ruw bewerkt is met de zwaaispits of de puntbeitel, alsook bij de afwerking om de steen een geribbeld uiterlijk te geven (zie ook ceseel). De vlecht bestaat uit een ijzer met één, meestal twee bijlvormige uiteinden met vlakke snede die in hetzelfde vlak liggen als de steel (ca. 40-60 cm). Laatstgenoemde wordt met beide handen gevat. In doorsnede heeft de snede een hoek tussen 10° - om zachte steensoorten te beslaan - en 40°, voor harde steensoorten.  De snede kan ook getand zijn, zowel puntig als stomp (bretté in het Frans). Men spreekt dan van een tandvlecht. Vlechten met twee haaks op elkaar staande sneden kunnen verward worden met de polka. [MOT] (1) De naam is afkomstig van het Duitse abflachen, vlak maken.
Vlampijpborstel (m.)
De vlampijpborstel is een verwarmingswerktuig om vlampijpen te reinigen, door het roet los te maken en te verwijderen, wanneer deze de doorvoer blokkeert. De stugge haren (staaldraad, messing, nylon,...) zijn in een getorste ijzerdraad geklemd, waaraan een verlengstuk wordt geschroefd, eveneens een staaf van getorste ijzerdraad (ca. 70-150 cm), die eindigt in een ring waarmee men het werktuig vat. Het werkend deel gelijkt enigszins op sommige schoorsteenborstels en op de spongatborstel, die veel korter is. Vlampijpen zijn ijzeren of koperen pijpen, "Elk der betrekkelijk dunne buizen door welke gloeiende gassen getrokken worden, aangebracht in stoomketels, die ten doel hebben het verwarmend oppervlak te vergrooten [sic] ... waardoor in tubulaire ketels de vlam en rook naar de schoorsteen gaan" (1). Ze komen voor aan stoomketels, boilers en diverse machines, bv. in fabrieken, op een schip, in een locomotief. Dergelijke vlampijpborstel lag courant in kelderruimtes bij de verwarmingsketel....
Vetpers (m.)
Een vetpers bestaat uit een veelal gietijzeren cilindrisch recipiënt, met inplaatsbare zeef van ca. 25 cm doorsnede, met langszij aan de onderzijde een tuit. Aan de bovenzijde draait een zware schroef die een schijf naar beneden drukt. Met de vetpers wordt het laatste vet uit gekookt runds- en varkensvet geperst. Na het koken blijven vezelachtige bestanddelen, kaantjes genaamd, in een vergiet achter. Het laatste vet dat er ingebleven is, wordt er door middel van de vetpers uitgeperst. Soms zijn er bijbehorende roostertjes die in het recipiënt tussen verschillende lagen kaantjes geplaatst kunnen worden, opdat het persen nog efficiënter kan gebeuren. Zie ook spatel voor smout, vleespers. [MOT]
Visdoder (m.)
Licht (ca. 150 gr) knuppelvormig handwerktuig van zo'n 30 cm lang uit hout, koper of plastic en met al dan niet een verbreed (diam. ca. 3-4 cm) uiteinde (lengte ca. 6-12 cm), dat vaak met lood verzwaard is. Met een visdoder geeft de sportvisser de gevangen vis een korte, harde slag op de kop om de hersenen uit te schakelen. Dit ofwel om de vis onmiddellijk te doden, ofwel om hem te verdoven alvorens hem met een andere techniek te doden, zoals bijvoorbeeld door hem de keel over te snijden. Van sommige vissersknipmessen wordt het hecht ook als visdoder gebruikt. [MOT]
Visschuiver (m.)
Een visschuiver (1) is een handwerktuig om een lading vis te triëren bij de verwerking in aanloop naar een visveiling. Een grote, licht hellende triagetafel met opstaande randen was voorzien van openingen. De visvangst werd gesorteerd door de vis met de schuiver naar de juiste bak te schuiven. Het houten werktuig is soms versterkt met ijzer of heeft een ijzeren steel. Het werkend deel is steeds stomp om de vis niet te beschadigen. [MOT] (1) Eigen benaming onbekend
Vingerstok (m.)
Langwerpige (ca. 30 cm), monoxiele conische stok met een recht hecht - te onderscheiden van de krulstok - die gebruikt wordt om de vingers van handschoenen uit te rekken en te verbreden, bv. na het wassen. Voor hetzelfde doeleinde kan ook een handschoenrektang gebruikt worden. [MOT]
Vishakmes (o.)
Hakmes met een zwaar, langwerpig of gebogen blad dat in een recht hecht bevestigd is en waarmee vis in stukken gehakt wordt. Het is te onderscheiden van het vleeshakmes (eenhandig) omdat het lichter is en een afgerond, dunner blad heeft. De snede is recht of bolrond. [MOT]
Vleespers (m.)
Werktuig waarmee men het sap uit paarden-, rund of schapenvlees kan persen om het te geven aan tuberculosepatiënten, herstellenden, bij bloedarmoede enz. Men kiest de magere en malse delen van het vlees van een gezond volwassen dier (1). Het wordt eerst zorgvuldig gereinigd en in schijfjes van ca. 0,5 cm gesneden. Dan wordt het gehakt of geschraapt (2) om de pulp te scheiden van het vezelige afval. De pulp wordt in een vijzel fijngestampt of door een vleesmolen gehaald (3), in een doek gewikkeld en dan geperst in de vleespers. Het sap wordt in een kopje opgevangen dat in een recipiënt, gevuld met warm water, staat (4). Het kan meteen worden gebruikt (5). Een andere methode is de schijfjes gereinigd vlees licht te schroeien in een hete pan, zonder toevoeging van boter of vet alvorens ze te persen (6). De vleespers bestaat uit een cilindrisch, metalen recipiënt (ca. 7-10 cm doorsnede; ca. 8-15 cm hoog) op een sokkel met een uitschenktuitje; aan de bovenzijde zit er een schroef die een rond...