Opzoeken

Algemeen zoeken

Doorzoek de hele website door een trefwoord in te voeren of kies hierboven een databank om specifiek te zoeken

Zoeken

Zoekresultaten 4,191 - 4,200 16,182 resultaten gevonden
Mestbijl (v.)
Bijl met hoog (ca. 30 cm), zwaar en dik (ca. 4 mm) ijzeren blad en boogvormige snede, dat door middel van een oog of dille verbonden is aan een houten steel (ca. 90 cm). De mestbijl wordt gebruikt om de aangestampte mest -in de potstal of buiten - door te hakken, dit in tegenstelling tot de zodensteker waarmee gestoken wordt. Zie ook zodenbijl. [MOT]
Melkzeefje (o.)
Klein, cirkelvormig (ca. 10 cm doorsnede), vlak met opstaande randen of lichtjes holrond zeefje van aluminium of email om het vliesje dat zich op gekookte melk vormt, te verwijderen. Te onderscheiden van het theezeefje. [MOT]
Moutspaan (v.)
Tijdens het brouwen van bier wordt het gemalen mout beslaan, d.i. met water in de beslagkuip dooreen gemengd en opgeschud, met de moutspaan. De moutspaan bestaat uit een plat blad (ca. 25-30 cm bij 15-20 cm) in de vorm van een rooster, dat door middel van een dille aan een dikke (ca. 3-5 cm) en lange (ca. 180 cm) houten steel is bevestigd. Het kan ook een geheel houten werktuig zijn, met nagenoeg dezelfde vorm. [MOT]
Naafguts (m.)
Zware guts met vouw aan de binnenzijde en een licht hol blad dat in een houten handvat met 2 beslagringen steekt. In verhouding tot de hele lengte van het werktuig (ca. 35-46 cm) heeft de naafguts een kort blad en een breedte die varieert tussen ca. 2-8 cm. De wagenmaker gebruikt de naafguts om een gat in de naaf van het wiel breder uit te hakken. In dat gat drijft hij een ijzeren, soms bronzen, naafbus in, die sleet voorkomt en de wrijving van de as vermindert. Met hetzelfde doel kan de wagenmaker ook een naafboor gebruiken. Te onderscheiden van de timmermansguts. [MOT]
Mijnwerkerszaag (v.)
Hoewel vooral de mijnwerkersbijl voor het beschoeien van de mijngangen gebruikt wordt, wordt daarvoor ook soms een zaag gebezigd. Het is een vouwbare zaag met stijf, op het einde afgerond blad (ca. 35-45/4-5 cm). Dat blad is door middel van een spil op een recht hecht van dezelfde lengte bevestigd. Voor het vervoer komen de tanden in de gleuf van het hecht. Soms echter is het blad vast. Het hecht is dan korter en de zaag wordt in een houten koker gedragen. [MOT]
Muskaatrasp (v.)
Meestal halfronde, maar ook wel eens volledig ronde langwerpige metalen rasp van plaatijzer waarmee muskaatnoten fijn geraspt kunnen worden. Deze raspen hebben een apart plaatsje waar de noten bewaard kunnen worden, veelal bovenaan en met een klepje afgesloten. De rasp kan ook in een houdertje geplaatst zijn waarin zowel de noten bewaard kunnen worden als waarin de fijn geraspte nootmuskaat in opgevangen kan worden. Zie ook muskaatmolen. [MOT]
Nageldrijver (m.)
Met de nageldrijver kan men zonder hamer kleine spijkers indrijven. Het bestaat uit een metalen holle schacht met veermechanisme dat in een houten of kunststoffen hecht steekt. De spijker wordt in de holle schacht gestoken. Door met de hand een stevige klap op de kop - die breder en afgerond is - te geven, gaat de spijker in één beweging in het materiaal. [MOT]
Mosselmesje (o.)
Mosselen hebben sterke sluitspieren; bij het koken gaat de schelp open. Om levende mosselen te openen, gebruikt men een mosselmesje. Het is een stevig mesje met vrij kort (ca. 7,5-10 cm) blad en een scherpe punt waarmee men mosselen opent. Het wordt in het scharnier van de schelp gestoken en al wringend wordt de sluitspier doorgesneden. Nadat de schelp open is, wordt het vlies dat het vlees vasthoudt, doorgesneden. Zie ook oestermesje. [MOT]
Myoomtrekker (m.)
De myoomtrekker is een handwerktuig dat bestaat uit een stevige metalen spiraal en een ringvormig of recht handvat, waarmee de chirurg een myoom, d.i. een goedaardig gezwel dat uit glad spierweefsel bestaat, verwijdert. Te onderscheiden van de kurkentrekker. [MOT]
Notenkraker (m.)
Handwerktuig waarmee men noten open kan breken. Vaak is het een tang met openingen van verschillende grootte zodat ze bijvoorbeeld walnoten én hazelnoten kan kraken. Soms zitten beide openingen voor de draaispil, soms zit één opening erachter en soms kan men de tang zelfs omdraaien. De ene opening zit dan aan de binnenkant en de andere zit aan de buitenkant. Soms bevindt er zich onder de spil één grote opening die, door middel van een verbindingsstuk, schuin toeloopt. De veer onderaan zorgt ervoor dat de notenkraker automatisch opent. De kaken zijn hol of getand om de noot beter vast te klemmen. De notenkraker kan ook bestaan uit een cilindrisch, houten recipiënt waar langs één zijde een grote houten schroef naar binnen gedraaid kan worden, die de noot openbreekt (1). Men kan ook noten kraken met een keukenbreektang. [MOT] (1) In Nouveau Larousse Illustré: s.v. dégoudronnoir staat een afbeelding die verdacht veel op een notenkraker gelijkt.