ID-DOC: algemeen zoeken

Hieronder kan u een algemeen trefwoord invoeren en een algemene zoekactie doen. 

Geef ons een seintje als je problemen ondervindt met deze pagina via info@mot.be.

Zoek naar: werktuig


Zoekresultaten 251 - 300 1,328 resultaten gevonden
Plooimangeltje (o.)
Met een plooimangeltje worden plooien in kragen e.d. aangebracht. Het bestaat uit twee - meestal koperen - holle gegroefde cilinders die horizontaal op een plaat gemonteerd staan. In deze cilinders steekt men bouten die op de kachel verwarmd werden. Aan één van deze cilinders is een draaizwengel bevestigd. De stof wordt tussen de cilinders geperst. Er kan ook een beugel aanwezig zijn waarmee het apparaat op de tafelrand kan vastgeklemd worden. In kleinere kledingstukken kan men ook plooien aanbrengen met een plooischaar of een pijpschaar. [MOT]
Pollepel (m.)
Met een pollepel roert en schept men soep, saus, beslag e.d. Hij heeft een komvormig metalen blad aan een rechte lange steel die vaak in een haak of oog eindigt. Soms heeft de pollepel een houten handvat. De steel is lang om goed tot bij de bodem van een diepe pan te geraken. De grootte varieert (ca. 8-16 cm doorsnede; ca. 25-63 cm lang). Te onderscheiden van de loodlepel. [MOT]
Plooischaar (v.)
Vroeger bracht men de plooien in mutsen, kant, e.d. aan met een opgewarmde plooischaar. Haar bek is breed en binnenin gegolfd. Men kon ook een pijpschaar gebruiken, maar haar bek is smaller en bestaat uit twee lange ronde staafjes. Grotere stukken haalde men door een plooimangeltje. [MOT]
Potloodslijper (m.)
Metalen of plastic blokje (ca. 2,5-3 cm bij 1,5-2 cm) met een kegelvormige opening aan één van de korte zijden, en met een rechthoekig ingezet mesje. Men steekt de punt van het potlood in de opening en draait het potlood rond totdat de punt aangescherpt is. Er bestaan ook potloodslijpers met twee openingen van verschillende grootte, voor potloden van verschillende diameter. Een ander model bestaat uit een kegelvormig hulsje met een rechthoekig klemmetje, waarin precies het mesje van een veiligheidsscheermes past. Wanneer het mesje versleten is, kan men het vervangen door het klemmetje los te schroeven. Op kantoor gebruikt men vaak een automatische potloodslijper, die men veelal aan het bureaublad kan bevestigen. Wanneer men daar een potlood in steekt, draait het mesje rond, en wordt de punt geslepen. Zie ook zakmes. [MOT]
Pralinevorm (m.)
Metalen plaatje (ca. 20-25 cm lang; ca. 2-10 cm breed) met een reeks gelijke ingedrukte vormen (ca. 1,5 à 6 cm hoog) en, gebruikt bij de bereiding van fijne pralines (1). Het is een variante op de methode voor het maken van chocoladetabletten (zie chocoladevorm). Tegenwoordig wordt de op werktemperatuur gebrachte chocolade in de vorm gegoten d.m.v. een pollepel. Na het trillen wordt de vorm omgedraaid om de overtollige chocolade er te laten uitvloeien tot de vereiste schaaldikte is bekomen. Na afkoeling van de chocolade in de vorm, kan deze praline worden opgevuld met een bereiding zoals praliné, kokos, likeur, enz. Nadat alles gestold is, wordt de opening, waarlangs de bereiding ingegoten is, dicht gestreken met een laagje chocolade. Een andere methode wordt gebruikt voor vastere vullingen: deze worden eerst gevormd en dan in de chocolade ondergedompeld. [MOT] (1) Oorspronkelijk was een praline een gebrande amandel, geglaceerd met suiker, vervolgens bonbons bestaande uit...
Ploegstok (m.)
Handwerktuig om tijdens het ploegen de ploegschaar en het rister te ontdoen van planten, aarde of mest, om de mest in de voor te duwen, om de eg bij te sturen, om op het kader van de eg te drukken zodat ze dieper in de grond zakt op plaatsen waar de grond meer weerstand biedt, om aardkluiten te breken na het eggen en om de eg schoon te maken. Het werkend deel van de ploegstok bestaat uit een kleine ijzeren spatel (breedte ca. 5-8 cm), op de hoeken licht afgerond en een dille met veer waarin een lange steel (ca. 100 cm) steekt. Eenvoudige modellen bestaan uit een gaffelvormige tak (1) of uit een stok waarvan het dikste uiteinde is afgeschuind.  Soms is de ploegstok gecombineerd met een prikstok met 1 tand. [MOT] (1) Volgens LEGROS: 112 kan deze tot 2,5 meter lang zijn.
Prikradertje (voor sjablonen) (o.)
De kleermaker gebruikt een prikradertje (ca. 20 cm) om de lijnen van het patroon op de stof over te brengen, de schilder om de lijnen van een sjabloon over te brengen. Het werktuig heeft een getand wieltje (ca. 2 cm doorsnede) dat in een U-vormig beugeltje aan het uiteinde van een metalen schacht zit; de schacht steekt met een angel in een houten hecht, soms kunnen wieltjes met verschillende tanden in het beugeltje bevestigd worden. Uitzonderlijk is het prikradertje voor stof vouwbaar: wieltje en schacht verdwijnen dan in een metalen hecht. Te onderscheiden van het prikradertje (schoenmaker) omdat de tanden minder scherp zijn en dichter bij elkaar staan. Zie ook prikradertje (zadelmaker). [MOT]
Potlood (o.)
Het potlood is een algemeen bekend voorwerp maar de houtbewerkers gebruiken doorgaans een plat potlood en geen rond (1), dat niet wegrolt. Om het gemakkelijker in de spaanders weer te vinden is het meestal rood geschilderd. Zie ook zakmes. [MOT] (1) Volgens LEBEER: 165 is het potlood plat voor de stoelenmaker en rond voor de schrijnwerker.
Prikradertje (schoenmaker) (o.)
Het prikradertje (ca. 20 cm lang) van de schoenmaker heeft een metalen wieltje (ca. 2 cm doorsnede) met scherpe puntige tanden, dat in een U-vormig beugeltje aan het uiteinde van een metalen schacht bevestigd is; de schacht zit met een angel bevestigd in een houten hecht. Het wordt gebruikt om op het leder de gaatjes te markeren waar later de els doorheen moet. De afstand tussen de tandjes varieert naargelang de gewenste afstand tussen de steken. Zie ook prikradertje (zadelmaker) en prikradertje (voor sjablonen). [MOT]
Reeschaaf (v.)
De reeschaaf (1) (2) is een tot één meter lange schaaf met keerbeitel, een handvat en soms een hoorn. Ze dient om lange, reeds met de voorloper bewerkte stukken volmaakt glad te schaven. Soms worden één of twee dwarsstokken op of in het blok bevestigd om met zijn tweeën te kunnen werken: één vakman duwt, een andere trekt. Soms wordt een touw aan de voorste dwarsstok gebonden. Omdat deze schaaf fijn werk moet verrichten, is de hoek van de beitel tamelijk groot en de ruimte voor de snede klein (zie glossarium). Deze laatste is volkomen recht, alleen de hoeken zijn afgerond om geen sporen na te laten. [MOT] (1) Een kleine reeschaaf, al dan niet met handvat, wordt soms strijkblok (ook donder: DEBO: s.v.) genoemd; JORIS & ROUSSEAU: 7 spreken van een halve of korte reischaaf. (2) Fr.: varlope, galère wanneer er dwarstokken doorsteken (ook plane: FELIBIEN: 714). Op de platen Layettier 1.6 en 2.1 van de Encyclopédie zijn galère en grand rabot echter gelijkbetekenend en duiden ze...
Reflexhamer (m.)
De reflexhamer is een lichte (ca. 100-200 gr) hamer met rubberen kop in verschillende vormen - kegelvormig, bijlvormig (1), cilindervormig (ca. 1-3 cm in doorsnede) - en een lichte, soms flexibele ijzeren steel. Met een enkel tikje van de reflexhamer tegen de onderkant van de knie ziet de arts of de reflexboog van de patiënt - van pees naar ruggenmerg en weer terug - intact is (2). Te onderscheiden van de nylon hamer die zwaarder (ca. 150-500 gr) is en waarvan de cilindrische kop groter (3-5 cm) is. Zie ook rubberhamer. [MOT] (1) Bv. LIEVERSE & VAN EVERDINGEN & VAN MAANEN: 125-126. (2) Vroeger werd algemeen een percussiehamer gebruikt. Vanaf 1875, toen de kniepeesreflex werd ontdekt, kreeg de percussiehamer het doel van de reflexhamer (VAN HEE & VERSAILLES: 37).
Reddingsmes (o.)
De reddingsmes is een S-of haakvormig (1) mes met de snede aan de binnenzijde en een geknopte punt, dat gebruikt wordt door de brandweerlui, de hulpdiensten, de reddingsploegen bij autowedstrijden, op reddingsvloten enz. om kleren, gordels of touwen open of door te snijden. De snede is aan de binnenzijde en de punt is geknopt om het slachtoffer geen verwondingen te veroorzaken. Vaak steekt het mes in een schede die aan de broekriem vast gemaakt kan worden. Zie ook de noodhamer, de noodgordelsnijder en het koordjesmes. [MOT] (1) SCHAERER: 626.
Reisbestek (o.)
Heb je mes en vork nodig voor gebruik op reis, dan is het reisbestek een goede oplossing. Het bestaat uit een mes en een eetvork, die tijdens het vervoer worden samengehouden door ze in elkaar te schuiven, door ze te verbinden met een sluiting of door ze in een etui te steken. In sommige gevallen bestaat er ook de mogelijkheid om een eetlepel op te bergen (1). Zie ook kampeermes en zakmes. [MOT] (1) Bv. ''Richard Abr. Herder stahlwaren- und werkzeugfabrik'': 189.
Ratelboor (hout) (v.)
Deze ratelboor werkt volgens hetzelfde principe als de omslagboor maar heeft een hefboom in plaats van een U-vormige beugel. Deze hefboom werkt volgens een ratelmechanisme en kan met heen en weer gaande slagen worden bewogen. Waar geen plaats is voor de gewone booromslag kan met dit type wel worden gewerkt. Zie ook ratelboor (metaal). [MOT]
Ruimer (m.)
Indien hoge eisen worden gesteld ten aanzien van maatnauwkeurigheid en oppervlaktegesteldheid van machineonderdelen, geweerlopen of ijzeren constructies wordt een ruimer gebruikt om geboorde gaten zuiver rond te maken, op de juiste maat te brengen, en hun wand een zuiver en glad oppervlak te geven. De ruimer bestaat hoofdzakelijk uit een stalen licht conische cilinder (lengte ca. 5-45 cm; diam. ca. 0,5-60 mm) waarvan het werkend deel voorzien is van 3 tot 18 gefreesde groeven die rechte of spiraalvormige snijkanten vormen. Voor het maken van conische gaten bestaan er tapse ruimers met een drietal spiraalvormige snijkanten. Er bestaan verstelbare modellen (lengte ca. 10-50 cm; diam. ca 8-55 mm; maximale verplaatsing van de messen bedraagt 0,01 mm), waarbij verschillende diameters kunnen worden ingesteld door 2 moeren te verstellen. Bij een ander model, ook wel Berg's ruimer genoemd, is onder de drie snijkanten een fijne schroefdraad aangebracht (1), waardoor hij zichzelf dieper in het gat trekt bij het draaien...
Sapsnijder, tang (m.)
Tangetje (ca. 10-15 cm) gebruikt om een ringvormige uitsnijding te maken in de schors en de bast van wijnranken of takken van fruitbomen (1). De bedoeling is een segment (ca. 3-5 mm breed) van schors en bast onder de druiftrossen of het fruit, hetzij op de wijngaardloten van het jaar zelf, hetzij op de ranken en de takken van het vorige jaar, te verwijderen. Door de bast te onderbreken, wordt de neergaande stroom met de voedende bestanddelen - die in de bladeren gevormd worden - tegengehouden en worden deze sappen opgenomen door de bloesem en de vruchten die dikker en vlugger rijp zullen zijn. De sapsnijder bestaat uit twee gebogen armen (2), die al dan niet met elkaar kruisen en waartussen een veer gespannen zit die de twee kaken bijeenhouden. Een bek bestaat meestal uit twee parallelle bladen met holle snede. De afstand tussen de bladen is gelijk aan de breedte van het segment dat wordt verwijderd (3). Door de bek rond de rank of tak horizontaal heen en weer te draaien snijdt men schors en bast door. Een plaatje,...
Rubberhamer (m.)
De rubberhamer vervangt de hamer (lederen). Het is een hamer (ca. 600-1000 gr) waarvan de cilindrische of tonvormige kop (ca. 6-7 cm doorsnede) van rubber is. De steel is van hout, plastic of metaal. De rubberhamer wordt gebruikt voor het bewerken van materiaal waarvan het oppervlak niet beschadigd mag worden. Ook voor het leggen van tegels e.d. is de rubberhamer geschikt. In garages wordt hij gebruikt voor uitdeukwerk. Zie ook de hamer (nylon). Niet verwarren met de rubberen reflexhamer van de arts. [MOT]
Ruitenlichter (m.)
Met een ruitenlichter kan de glazenmaker makkelijk een grote ruit even oplichten. Het heeft een steel (ca. 20 cm) met daaraan een rechthoekig, dik (ca. 2-3 cm) blad met één rechte en één schuine zijde. Men schuift het werktuig onder het glas met de schuine zijde naar beneden; eens onder het glas, duwt men de steel naar beneden en het glas komt naar omhoog. De ruitenlichter kan monoxiel zijn of van plastic met een houten steel. [MOT]
Rozenmes (o.)
Samengesteld handwerktuig waarmee de bloemenhandelaar de stengels van rozen afsnijdt en de stekels afschraapt. Het bestaat enerzijds uit een halvemaanvormig, kort (ca. 5 cm) blad dat door middel van een angel in het houten handvat (ca. 11 cm) steekt. Tegenover de snede bevindt zich een verend, messingen tangetje, met hefbomen van de derde soort, dat met twee vingers samengedrukt wordt. De bek vat het onderste gedeelte van de stengel en met een zijdelingse beweging schraapt men er de stekels af. [MOT]
Ruikbeen (o.)
De geur is een belangrijk criterium bij het keuren van gedroogde ham. Hiervoor wordt het ruikbeen gebruikt, een priemvormig werktuig gemaakt van het kuitbeen (Fibula) van een paard, dat poreus is en daardoor de geuren opneemt. Her ruikbeen wordt op bepaalde plaatsen in de ham gestoken en de geur wordt dan opgesnoven door de keurder, die de smaak van de ham in de keel proeft. [MOT]
Ruitersknipmes (o.)
Het ruitersknipmes is een samengesteld handwerktuig waarbij een hoefkrabber en tenminste één lemmet van ongeveer 7 cm lang om bijvoorbeeld riemen en touwen door te snijden nooit ontbreken. De hoefkrabber mag men niet verwarren met de kleinere wildhaak van het jachtknipmes of de haak aan het vissersknipmes om een vislijn binnen te halen. Soms vindt men bij het ruitersknipmes nog een hoefmes voor paarden om overtollig hoorn van de hoef te verwijderen, en een scherpe metalen priem van ongeveer 3,5 cm lengte om gaten in het lederen tuig van het paard bij te maken. Een laatmes en een manenkam kunnen het ruitersknipmes nog vervolledigen (1). Al deze werktuigen worden veilig in het hecht gevouwen dat uit hoorn, been, hout of plastic is vervaardigd. Zie ook zakmes. [MOT] (1) Een pincet zoals op inv. nr. MOT V 2005.0013 lijkt vrij weinig courant.
Schaafmes (o.)
Handwerktuig met een breed rechthoekig blad (6 à 10 cm) met een zeer scherpe, rechte snede en een stevig hecht. Met het schaafmes wordt het leder bewerkt vòòr het op maat wordt gesneden. De lederbewerker plaatst het blad bij het schaven bijna horizontaal op het leder en duwt het schaafmes voorwaarts. Zo schaaft hij ongelijkheden op het oppervlak van het leder weg en wordt het leder gelijkmatig glad en glanzend. Om het uitglijden van het schaafmes te vermijden, bestuift men het te bewerken deel van het leder met bloem. Zo pakt de snede van het werktuig goed op het leder. Het schaafmes wordt in een stevige lederen of kartonnen hoes opgeborgen. Het werktuig is te onderscheiden van het schalmmes. [MOT]
Eierschaalsnijder (m.)
De dop van een gekookt ei kan men eraf halen met een eierschaalsnijder. Men zet hem over het ei heen, knijpt de schaarogen bij elkaar en de scherpe tandjes snijden de dop los, die men er dan gewoon af kan halen.  De schaalsnijder verschilt van de ei-ontdopper, aangezien de eerste enkel de schaal en niet het kopje van het ei zelf doorsnijdt. [MOT]
Sabel (metselaar) (m.)
De sabel van een metselaar is een langwerpig wigvormig ijzer met een scherpe zijde dat de metselaar gebruikt om bakstenen door te hakken door er met de baan van de kaphamer op te slaan. Vaak klemt de man daarvoor de steen tussen zijn knieën (1). De sabel gelijkt sterk op het hoefhakmes van de hoefsmid. [MOT] (1) WATTJES: 2.105.
Schroevendraaier (m.)
Een schroevendraaier is een handwerktuig om schroeven aan en los te draaien. Het is in beginsel een plat metalen staaf(je) van 3-20 cm met dubbele stompe vouw of een kruis aan een uiteinde, waarvan de breedte en de dikte overeenkomen met deze van een schroefkop. Dat staafje steekt meestal in een recht houten of plastic hecht van 5-50 cm, soms in een kruk, uitzonderlijk krijgt het het uitzicht van een borstavegaar (1). Het kan ook in een booromslag (zie glossarium) bevestigd worden. Er bestaan allerlei vormen van staafjes en van hechten naargelang van het werk en de eisen van de vakman. Ook bestaan er gespecialiseerde schroevendraaiers voor allerlei machines waaronder naaimachines. Een bijzonder model, specifiek voor het onderhoud van een Flintlock pistool en een musket, bestaat uit een hol, ijzeren hecht of kruk voorzien van twee sleuven en een afneembaar dopje dat dienst doet als oliereservoir waar een oliedruppelaar in past (2). In de sleuven passen verschillende verwisselbare schroevendraaiers en een drevel (3). De...
Schubbenschraper (m.)
Om vlug en makkelijk vissen te schubben, gebruikt men meestal een schubbenschraper, waarmee men van staart naar kop, dus tegen de schubben in, over de vis wrijft. Het metalen, steeds getande, blad van de schubbenschraper kan de vorm van een ring of driehoek, een haarborstel (1) of een trogschraper (2) hebben. Het (houten) handvat vormt een stompe hoek (ca. 5°) met het werkend deel of is er met een knik aan bevestigd. Vaak is de schubbenschraper een onderdeel van het vissersknipmes of de visserstang. Ook de scherpe, getande rand van een schelp kan dienen als een schubbenschraper. Zie ook zakmes. [MOT] (1) Bv. CAMPBELL FRANKLIN: 100 en CAMPBELL: 84. (2) Bv. ''Larousse ménager'': 965.
Schuimspaan (v.)
Houten, plastic, koperen of roestvrijstalen keukengereedschap met een cirkelvormig (ca. 10-16 cm doorsnede), lichtjes holrond geperforeerd blad aan een lange steel (ca. 25-40 cm) om schuim uit soep, bouillon of confituur te scheppen en om voedsel uit kokend water of hete olie te scheppen en het meteen uit te laten lekken. De steel is lang zodat men steeds op een veilige afstand van het kokende water of het hete vet blijft. De schep van de schuimspaan kan ook een fijnmazige zeef zijn met een metalen rand of voor de helft langs de bovenzijde afgesloten zijn, zodat het uitgelekte voedsel goed in de schep blijft liggen. Zie ook frituurschep. [MOT]
Schrijnwerkershamer (houten) (m.)
Houten, rechthoekige hamer met korte steel, gewoonlijk van beuken- of azijnhout gemaakt. Soms kan het hoofd lichtjes gebogen zijn. De schrijnwerker gebruikt deze hamer voor klopwerk of voor hakwerk met beitels, om pen-en-gat verbindingen te doen sluiten, enz. Zie ook schrijnwerkershamer. [MOT]
Slagstempel (m.)
Metalen stempel die met een hamer geslagen wordt. Het is een metalen staaf van 5-20 cm met de stempel op het uiteinde. De slagstempel dient om een vervaardigd voorwerp te merken. Hoofdzakelijk metalen producten (ijzeren werktuigen, tinnen borden of gouden sieraden) maar ook houten (een meubel (1), een kuip (2), een wagen (3), en soms een gevelde boom (4). [MOT] (1) JANNEAU: 86. (2) LEGROS 1949: 189. (3) MEISCHKE: 37. (4) Zie ook blesbijltje en stempelhamer (houthakker).
Sleg (v.)
De sleg is een zware (tot 5 kg) houten hamer met lange steel (70-100 cm) om palen in de grond te slaan, hout te kloven, een dikke pen in een gat te drijven, grond aan te stampen (1), enz. De sleg kan uit een ruw stuk hout vervaardigd zijn of beslagen zijn met een metalen band. Ze wordt zo mogelijk uit een kwasterig stuk gemaakt. Zie ook dolhamer. [MOT] (1) Bv. DE MAS: 382. Zie ook grondstamper
Sleepcultivator (hand) (m.)
Met de manueel getrokken sleepcultivator (1) wordt de grond tot vrij grote diepte (ca. 7-15 cm) omhoog gehaald en opengewerkt en het daarop groeiende onkruid losgemaakt. Hij wordt ook gebruikt om kluiten te breken. Het werkend deel, meestal in de breedte verstelbaar, bestaat uit een oneven aantal gebogen ijzeren tanden met driehoekig punt. Het wordt vastgeschroefd aan een ijzeren steel van ca. 120 cm waarvan het uiteinde (ca. 25 cm) is omgebogen en voorzien is van een dwarsbalk (ca. 35 cm). Zie ook cultivator (hand). [MOT] (1) Er bestaan ook sleepcultivatoren die door een paard worden getrokken.
Sleutel voor rolschaatsen (m.)
Kleine pijpsleutel gecombineerd met twee ringsleutels of met een schroevendraaier, waarmee de rolschaatsrijder zijn schaatsen aan zijn schoenen aanpast (1). Een ander model bestaat uit een kleine (ca. 12 cm) dunne dubbele ringsleutel. [MOT] (1) Het gaat hier om schaatsen die door middel van riempjes aan de schoenen bevestigd worden.
Slamand (v.)
Komvormig recipiënt van vertinde staaldraad met twee hengsels waarmee men de mand afsluit of opendoet. Stop de gewassen sla erin en zwier de slamand rond; het water zal doorheen de mand naar buiten geslingerd worden. Een modern model is de slacentrifuge. Deze is van plastic en volledig dicht, met een geperforeerd mandje binnenin. Door middel van een krukje worden de tandwielen in het deksel in beweging gebracht; het geperforeerd mandje draait rond en het water wordt eruit geslingerd en opgevangen in de trommel. Het mandje kan ook ronddraaien door aan een touwtje te trekken. [MOT]
Slagringsleutel (m.) / Slagsteeksleutel (m.)
Respectievelijk een zware ringsleutel (ca. 17-50 cm) en steeksleutel, uit schokbestendig verend smeedstaal of chroom vanadium en met een verbreed uiteinde, gebruikt voor het muurvast aan- en losdraaien van moeren bij zware machines. Dit doet men door met een moker of pneumatische hamer op de zijkant van het uiteinde te slaan. [MOT]
Slotgatbeitel (m.)
De slotgatbeitel is een gebogen beitel, al dan niet met borst, in de Angelsaksische landen ook met dille, waarmee men smalle gaten uitholt. De vouw is zeer scherp om zo weinig mogelijk weerstand te bieden. [MOT]
Slagersmes (o.)
Met een slagersmes snijdt men grotere stukken vlees en brengt men het in vorm. Een slagersmes heeft een lang (ca. 25-35 cm) en stevig lemmet met een snede die naar het uiteinde toe gebogen is, eindigend in een scherpe punt. Het houten of plastic hecht is zo gevormd is dat de hand niet kan wegschuiven bij het snijden. [MOT]
Snoeibeitel (m.)
De snoeibeitel dient om hoogstammige bomen te snoeien. Hij bestaat uit een metalen trapezium of half-cirkelvormig blad met een dille in hetzelfde vlak, op een lange (1) schacht gestoken. De zijde tegenover de schacht is scherp. De snoeier staat aan de voet van de boom, plaatst het ijzer tegen de tak en slaat met een houten hamer op het uiteinde van de schacht. Soms steekt hij de tak af door een asgerichte beweging. Sommige modellen hebben een zijdelingse haak waarvan de binnenzijde scherp is. Daarmee kan al trekkend gesneden worden en kunnen de losse takken neergetrokken worden. Hetzelfde kan gedaan worden met het, weinig courant, S-vormig model. Soms beschikt de snoeier over een stel snoeibeitels of ten minste over een stel schachten zodat hij tot acht meter hoog kan werken (2). De snoeibeitel wordt nu ook steeds meer gebruikt om de vruchten van de cacaoboom te oogsten. [MOT] (1) Snoeien met een beitel op kort hecht (WITTEWALL: 38) schijnt zeldzaam te zijn. (2) Opgetekend bij J. Schuddings, Weert, Antwerpen.
Snapper (m.)
De snapper is een smidswerktuig bestaande uit een ijzeren afgeknotte kegel, piramide of cilinder (ca. 10 cm hoog), met een bolvormige uitsparing (diam. ca. 2-30 mm) in één uiteinde waarin de kop van de (klink)nagel gevormd wordt. Bij het klinken, d.i. verschillende stukken ijzer of staal aan elkaar bevestigen door klinknagels, gebruikt de smid, na het aanstuiken van een klein kopje aan de klinknagel met de smeedhamer, een snapper om de kop van de nagel, ook wel sluitkop genoemd, te vormen. Klinknagels dikker dan ca. 1 cm worden gewarmd, voordat er een sluitkop wordt aangebracht; voor dergelijke klinknagels wordt soms een snaphamer gebruikt, d.i. een snapper met een houten steel. Eerst wordt de snapper loodrecht op de aangestuikte kop geplaatst en met de smeedhamer geslagen. Nadien wordt de snapper schuin op de te maken sluitkop geplaatst zonder de plaat te raken en dit in 4 richtingen (schuin naar achter, links, rechts en voor) (1). Soms is de snapper gecombineerd met een ophaler, voorzien van een uitsparing waar...
Snijpasser (hout) (m.)
De snijpasser dient om schijven of ringen uit leer te snijden, bv. voor pompkleppen, dichtingen of aansluitingen van een naafbus. Ook een fineerblad kan zo bewerkt worden. Sommige kuipers boren er wel eens een spongat of een als greep dienend gat in een tobbe mee (1) omdat het werktuig het hout niet doet barsten. De snijpasser bestaat uit een verticaal metalen staafje van ca. 10-15 cm met een kruk van ca. 10 cm aan een uiteinde en een punt aan het ander. In een door het staafje geboord gat glijdt een tweede, aan een uiteinde haaks gebogen staafje van 15-20 cm, dat vastgezet kan worden door een wig of een schroef. Dat gebogen stuk snijdt aan één of beide zijde(n). Om gaten te maken in hout gebruikt men een snijpasser met schroef in plaats van een punt. De vakman vat de kruk, plaatst de punt in het midden van de schijf of in een vooraf geboord gat en doet het werktuig draaien. Daar het mesje verstelbaar is, kan het werktuig schijven van verschillende diameter uitsnijden (2). Zie ook sponzaag. [MOT] (1) Bv. MAISSEN:...
Snijbeitel (m.)
Handwerktuig waarmee de lederbewerker decoratieve vormpjes uit het leder snijdt. Het is een stalen beitel (ca. 10-15 cm lang) zonder hecht met een getand of gegolfd blad dat plat en breed uitlopend, halfcirkelvormig of cirkelvormig (vgl. holpijp) kan zijn.  Men plaatst de snijbeitel op het leder en slaat erop met een hamer; het gewenste vormpje wordt in het leder uitgesneden. [MOT]
Snijmes (tegelbakker) (o.)
Met zijn snijmes steekt de tegelbakker de overtollige klei af rond de tegelvorm. Het handwerktuig bestaat uit een dun rechthoekig trapeziumvormig ijzeren blad, bovenaan de korte zijde voorzien van een cilindrisch houten handvat. De snede is steeds langer dan de vorm. Het snijmes wordt niet al snijdend gebruikt, maar wordt langs de zijkant van de tegelvorm schuin naar voren en naar beneden geduwd. [EMABB]
Smeltlepeltje (o.)
Een smeltlepeltje is een klein metalen of porseleinen vuurvast lepeltje (ca. 15 cm lang) met een uitschenktuitje, dat de edelsmid gebruikt om was in te smelten. Met de was wordt een positief model gemaakt dat - eens gestold - gebruikt zal worden om een negatieve gietvorm te maken; het wederom positieve gietsel in deze mal zal het originele model in ieder detail weergeven. Zie ook smeltkroes. [MOT]
Escargotschotel (v.)
Escargots op Bourgondische wijze worden, als warm voorgerecht, op een escargotschotel, dat vooraf met water is bevochtigd, geschikt, met paneermeel bestrooid en in een hete oven gegratineerd. Vooraf worden de slakken eerst geblancheerd en uit hun huisjes gehaald om de cloaca (de zwarte einddarm) te verwijderen. De schoongemaakte slakkenhuisjes worden dan gevuld met Bourgondische boter en de gaargekookte slakken. De escargotschotel wordt tevens als dienblad gebruikt. Tegenwoordig worden de escargots ook in kleine ronde vuurvaste potjes, waarin ze juist passen, opgediend. De escargotschotel bestaat uit een ronde (diam. ca. 20-30 cm) (roestvrij) stalen, verchroomde, vertinde of porseleinen schotel met een aantal (ca. 6-24) komvormige uithollingen (diam. ca. 3-4 cm) en twee (U-vormige) handvatten tegenover elkaar. De uithollingen zijn ondiep (ca. 1 cm) om de escargots makkelijk te nemen met de escargottang. Te onderscheiden van de eierpocheerder, die minder uithollingen (ca.3-6),...
Eenarmsmes (o.)
Een eenarmsmes combineert mes en vork in één en hetzelfde werktuig. Het heeft een lemmet met een vorkvormig uiteinde. Zo heeft men maar één hand nodig om voedsel te snijden en op te pikken. Vaak is het een vouwmes (zie zakmes). Het lemmet kan ook aan de steel van de vork bevestigd zijn; het heeft dan een afgeronde snede en werkt volgens hetzelfde principe als het wiegmes of het groentehakmes met afgeronde snede (1). Een eerder uitzonderlijk model bestaat uit een dubbel, scharnierend hecht met aan één uiteinde een naar beneden gebogen vork en aan het andere uiteinde een snijblad met eveneens een vorkvormig uiteinde en een gleuf waarin de andere vork bevestigd is. Men prikt met de ene vork in het voedsel dat men wil snijden en knijpt het dubbel hecht dicht. Het snijblad beweegt nu langs de vork naar beneden en snijdt het voedsel. Vervolgens draait men het werktuig om om met de andere vork het gesneden stukje voedsel op te pikken en naar de mond te brengen. [MOT] (1) GALTIER-BOISSIERE: 318.
Enbreveerschaaf (v.)
De enbreveerschaaf (1) wordt op een veerploeg bevestigd of alleen gebruikt om kloostersponningen uit te schaven, die telkens dezelfde diepte en breedte hebben. In het 2-6 cm breed blok van deze schaaf zijn twee zijdelingse sponningen aangebracht. De snede van de beitel staat loodrecht of schuin op de as van het werktuig. Soms is een dieptegeleider op het blok bevestigd om minder diep te kunnen schaven, en snijdt een voorsnijmes de rechter rand af. Met de Japanse enbreveerschaaf (Japans: motoichi shakuri kanna) maakt de schrijnwerker, al trekkend, vooral een kloostersponning in schuifpanelen om de boven- en ondergeleiders in te bevestigen. [MOT] (1) STEEL. 1.134.
Escargottang (v.)
Escargots zijn vaak te warm om met de hand vast te houden en daarom gebruikt men een escargottang. Deze tang heeft gekruiste armen die door een veer dichtgehouden worden. De bek is aangepast aan de vorm van het slakkenhuis, zodat men de escargot goed kan vatten. Door de veer klemt de tang zich rond de escargot wanneer men de armen niet langer dichtknijpt. Het slakkenhuis is nu voldoende gefixeerd om het vlees met een escargotvork eruit te halen. Zie ook escargotschotel. [MOT]
Epileerpincet (v.)
Overtollige of ongewenste haartjes kan men verwijderen met een epileerpincet. Dit is een tang van kleine afmeting (ca. 10 cm), zoals de splintertang, bestaande uit twee hefbomen van de derde soort. Met de platte, lichtjes gebogen kaken wordt het haartje gevat en zonder veel kracht kan het uit de huid getrokken worden. [MOT]
Flesopener voor kroonkurk (m.)
Keukengerei waarmee men met een kroonkurk afgesloten fles kan openen. Het is een klein (ca. 10 cm), metalen voorwerp met een rechte steel en een breed uitlopend, plat uiteinde met een uitsparing. Aan de steelzijde is de uitsnijding meestal voorzien van een uitsteeksel dat men makkelijk onder de kroonkurk kan haken. Door de flesopener naar boven te bewegen, wordt de kroonkurk van de fles getrokken. De flesopener voor kroonkurk kan ook een onderdeel zijn van ander keukengerei zoals een kurkentrekker, een bokaalopener voor schroefdeksels, een flesopener voor schroefstop en -dop, een blikprikker of een blikopener. Bij een blikopener met scherp, langwerpig blad en speypunt is aan één zijde van het blad een lobvormige uitsparing aangebracht met punt om onder de kroonkurk te haken. De flessenopener wordt niet zelden als relatiegeschenk gebruikt en kan dan gecombineerd zijn met een balpen, een aansteker, enz. De flesopener voor kroonkurk kan ook gecombineerd zijn met een beiteltje en een hamertje om blokjes ijs te pletten,...
Flessenborstel (m.)
Borstel om flessen (bv. bier- en wijnflessen, zuigflessen, …) van binnen te reinigen. Meestal bestaat de flessenborstel uit stijf varkenshaar, fiber of nylon dat gevat zit tussen een paar in elkaar gedraaide metaaldraden waardoor men een cilindervormig (diam. ca. 2-7 cm) werkend deel verkrijgt. De gedraaide metaaldraad is op het uiteinde soms voorzien van een oog om het werktuig makkelijk op te hangen of heeft een plastic handvat. Het geheel meet ca. 30-80 cm. Het borsteluiteinde is soms voorzien van een spons (1) of een kwastje. Soms is deze flessenborstel gecombineerd met een speenborstel. Dit model zou (2) te onderscheiden zijn van de lampenglazenborstel die veel zachter is en van de borstel om laboratoriumuitrusting te reinigen. Voor sterk bevuilde flessen bestaat er een bijzonder model (3) met een borsteltje van een bundel stalen of koperen bladveren die eindigen in een achttal draadstalen borsteltjes. Het werkend deel wordt op een koperen stang (ca. 37 cm) met kruk geschroefd. Een buisje rond de stang kan...
Flessenspoeltoestel (v.)
Voordat bv. bierflessen (1) gevuld worden, moeten ze gespoeld worden. Dat kan met een flessenborstel of met een flessenspoeltoestel. Het werkend deel van het flessenspoeltoestel is gemaakt uit een bundel stalen bladveren eindigend in draadstalen borsteltjes. Het wordt bovenaan het toestel in draaiende beweging gebracht door een zwengel. Een buisje dat zich op de stang onder het borsteltje bevindt kan naar boven worden geschoven om zo de borsteltjes samen te vouwen zodat hij in de fles kan. Door het buisje terug naar beneden te schuiven gaan de borsteltjes uit elkaar en kan men de fles aan de binnenkant schoonborstelen. Het toestel wordt aan de rand van een kuip bevestigd met het onderste deel, de pomp, in het water. Door aan de zwengel te draaien wordt het water opgevoerd om de fles tevens te spoelen. Het vuile water wordt opgevangen door de koperen schotel die zich onder de stang van de borsteltjes bevindt, en afgevoerd via een slang. [MOT] (1) Het toestel kan ook gebruikt worden voor...