ID-DOC: algemeen zoeken

Hieronder kan u een algemeen trefwoord invoeren en een algemene zoekactie doen. 

Geef ons een seintje als je problemen ondervindt met deze pagina via info@mot.be.

Zoek naar: werktuig


Zoekresultaten 251 - 300 1,272 resultaten gevonden
Eierklopper (m.)
Keukengerei dat dient om eiwit e.d. stijf te kloppen. Dit gaat aanzienlijk lichter en sneller dan met een gewone garde. Een model bestaat uit één of twee gardevormige onderdelen - die worden rondgedraaid met een handwieltje - en een D-hecht. Men houdt deze eierklopper met één hand vast aan het hecht, terwijl men met de andere hand aan het wieltje draait. Een ander model bestaat uit een ca. 5 mm dikke schroefdraad waarrond een klosje - met ingebouwde moer - los in een knopvormig handvat zit. Wanneer men het klosje naar beneden drukt, draaien de bolvormige staaldraadlussen snel in één richting om even snel in de andere richting te draaien wanneer men het klosje naar boven trekt. Zie ook spiraalklopper en mayonaiseroerder. [MOT]
Eierpocheerder (m.)
Keukenwerktuig waarmee men eieren pocheert. Er bestaan verscheidene modellen. Een eenvoudig model is een metalen schaal - eventueel geëmailleerd - met enkele komvormige uitsparingen en een recht handvat of twee u-vormige handvatten tegenover elkaar. Men breekt de eieren boven de komvormige uitsparingen en plaatst de schaal boven een pan met kokend water, op die wijze dat het water tot aan de rand van de schaal komt. Na enkele minuten zijn de eieren gepocheerd. Een ander model is een aluminium pan met deksel, waarin een plaatje met verscheidene gaten zit. In de gaten plaatst men de bijbehorende kommetjes waarin men de eieren doet. Te onderscheiden van de escargotschotel, die meer uithollingen (ca. 6-24), met kleinere diameter (ca. 3-4 cm) bevat. [MOT]
Eierprikker (m.)
Plastic cilindervormig (ca. 3-5 cm doorsnede) keukengereedschap met een indrukbare bodem met een gaatje in het midden; binnenin zit een scherp pinnetje met een veer er rond. Daarmee kan men makkelijk een luchtgaatje prikken in een ei zodat het niet zou barsten bij het koken. Wanneer men de eierprikker op het stompe uiteinde - waar de luchtkamer zit - van het ei plaatst en hem naar beneden drukt, beweegt de bodem naar boven en komt het pinnetje tevoorschijn dat een gaatje in de schaal zal maken. [MOT]
Eierschaalsnijder (m.)
De dop van een gekookt ei kan men eraf halen met een eierschaalsnijder. Men zet hem over het ei heen, knijpt de schaarogen bij elkaar en de scherpe tandjes snijden de dop los, die men er dan gewoon af kan halen.  De schaalsnijder verschilt van de ei-ontdopper, aangezien de eerste enkel de schaal en niet het kopje van het ei zelf doorsnijdt. [MOT]
Eierscheplepel (m.)
Lepel met een open eivormig schepblad waarmee men makkelijk een ei in kokend water kan laten en het er ook uit kan scheppen. Het schepblad kan vervaardigd zijn uit ijzerdraad, plaatijzer, aluminium of plastic. Eerstgenoemde is te onderscheiden van de garde of de spiraalklopper. Het handvat is soms van hout (1). Er bestaat ook een netje, meestal in ijzerdraad, waar een zestal eieren in kunnen plaatsnemen (2). Dat wordt eiernetje of eierstandaard genoemd. Het is van de eierpocheerder te onderscheiden door zijn open structuur. Zie ook eiertang. [MOT] (1) Bijv. TEN KATE-VON EICKEN: 161, 175. (2) Bijv. Manufrance: 603 en TEN KATE-VON EICKEN: 161.
Eiersnijder (m.)
De eiersnijder snijdt in één beweging een hardgekookt, gepeld ei in dunne schijfjes of partjes. Er bestaan verschillende modellen, waarvan enkele tangen. Men plaatst het ei tussen de kaken en drukt de tang dicht. De staaldraden versnijden het ei in partjes of schijfjes naargelang het model.  Bij het schijfjesmodel bestaan de kaken uit een houder, waarvan de bovenzijde uit staaldraden bestaat en de bodem uit een geribde plaat die het ei tegen de draden drukt. De tang kan uit elkaar genomen worden om ze te reinigen.  Het partjesmodel bestaat uit een eierdopje met zes gleuven, waarin de staaldraden passen. Het ei wordt in het dopje geplaatst en men drukt de tang dicht. Het ei wordt in zes partjes verdeeld. De tang opent zich automatisch door een veer. Andere modellen bestaan eveneens uit een eierdopje met zes gleuven dat op tafel geplaatst kan worden. Erlangs bevindt zich een verticaal onderdeel met een gleufje waarin een metalen ring met drie kruisende staaldraden...
Eiertang (v.)
Eieren kan men met behulp van een eiertang uit kokend water halen. De kaken bestaan uit twee cirkels, die licht gebogen zijn naar de vorm van het ei. Wanneer men de armen dichtknijpt, opent men de tang. Door de veer sluit de tang zich automatisch rond het ei wanneer men geen druk meer uitoefent. Bij een ander model, ook met veer, wordt het ei door twee spiraalvormige lepels vastgehouden bij het dichtknijpen van de armen (1). Zie ook eierscheplepel. [MOT] (1) Bv. CAMBELL FRANKLIN: 281.
Els (v.)
Om bij het naaien kleine gaten in leer te steken, gebruikt men een els, d.i. een dunne stalen priem met ronde of driehoekige doorsnede. Ze kan recht of gebogen zijn. Sommige modellen hebben vervangbare naalden die in het handvat kunnen worden opgeborgen. [MOT]
Emmerdreg (v.)
Dreg met drie of vier gebogen armen (ca. 20 cm breed; ca. 20 cm hoog) aan een lang touw, waarmee een in de waterput gevallen emmer of een verdronken dier uit het water gehaald kan worden. Emmerdreggen worden ook zelf gemaakt van ander gereedschap. Zo bv. van een drietand of van een tweetandige hooivork; voor ondiepe putten of om een drijvend voorwerp uit het water te halen, wordt de vork dan soms op een lange steel bevestigd. [MOT]
Enbreveerschaaf (v.)
De enbreveerschaaf (1) wordt op een veerploeg bevestigd of alleen gebruikt om kloostersponningen uit te schaven, die telkens dezelfde diepte en breedte hebben. In het 2-6 cm breed blok van deze schaaf zijn twee zijdelingse sponningen aangebracht. De snede van de beitel staat loodrecht of schuin op de as van het werktuig. Soms is een dieptegeleider op het blok bevestigd om minder diep te kunnen schaven, en snijdt een voorsnijmes de rechter rand af. Met de Japanse enbreveerschaaf (Japans: motoichi shakuri kanna) maakt de schrijnwerker, al trekkend, vooral een kloostersponning in schuifpanelen om de boven- en ondergeleiders in te bevestigen. [MOT] (1) STEEL. 1.134.
Entbeitel (m.)
De entbeitel wordt bij het spleetenten op betrekkelijk dikke takken of stammen gebruikt. Hij bestaat uit een houten hecht waarin een ca. 8-10 cm lang wigvormig blad steekt. Dat laatste is bovenaan 0,4-0,9 cm dik en zijn snede is recht of holrond. Zijn uiteinde, loodrecht omhoog of omlaag gebogen, is een andere wig waarvan de snede haaks op het vlak van het blad staat (1). Het blad wordt op de doorsnede van de tak of de stam geplaatst. Met een houten hamer wordt erop geslagen. In de zo bekomen spleet wordt de andere wig, namelijk deze op het uiteinde van het blad, gestoken; ze houdt de spleet open terwijl het entrijs erin gestoken wordt. [MOT] (1) Uitzonderlijk liggen beide wiggen in hetzelfde vlak (DU BREUIL: 103).
Entmes (o.)
Het entmes heeft een rechte of licht gebogen snede. Het vast of vouwbaar stalen blad heeft een lengte van 5 tot 7 cm, is dun en zeer scherp, terwijl de punt bot is. Zowel de ent als de wortel of stam waarop hij geënt wordt, worden ermee gesneden. Er bestaat ook een groter entmes met vast gebogen blad (ca. 6-8 cm lang) en eindigend in een scherpe punt. Dat mes, dat niet verward mag worden met de voegenkrabber van de tuinier, kan ook als snoeimes dienen. Voor het oculeren, d.i. een entmethode waar enkel knoppen op de andere plant overgebracht worden, bestaat er een bijzonder entmes, namelijk het oculeermes. Bij het spleetenten wordt vaak een entbeitel gebruikt. Speciaal bij de wijnbouw wordt gebruik gemaakt van een ent-oculeersnijder die stevig wordt vastgeschroefd op een werk- of tafelblad (1). Het entmes wordt tenslotte ook gebruikt bij het stekken, d.i. het in water of grond steken van takjes zonder wortels, om die takjes af te snijden (2). Zie...
Epileerpincet (v.)
Overtollige of ongewenste haartjes kan men verwijderen met een epileerpincet. Dit is een tang van kleine afmeting (ca. 10 cm), zoals de splintertang, bestaande uit twee hefbomen van de derde soort. Met de platte, lichtjes gebogen kaken wordt het haartje gevat en zonder veel kracht kan het uit de huid getrokken worden. [MOT]
Ertshaak (m.)
De ertshaak is een handwerktuig dat gebruikt werd door havenarbeiders bij het lossen van een scheepsruim of het verplaatsen van bulkgoederen zoals ertsen. Na een lange opslag en zeereis waren sommige ertsen te hard vastgekoekt om los op te scheppen. In vergelijking met diverse houwelen is de metalen pik opvallend lang (ca. 60-95 cm) in verhouding tot de houten steel (ca. 65 cm), die er met een oog bijna haaks op staat. De haak versmalt tot een punt, die in het erts wordt geslagen om deze los te hakken om verder te kunnen opscheppen.De stratenmaker zou ook van deze haak gebruikmaken om kasseien los te wrikken. [MOT]
Escargotschotel (v.)
Escargots op Bourgondische wijze worden, als warm voorgerecht, op een escargotschotel, dat vooraf met water is bevochtigd, geschikt, met paneermeel bestrooid en in een hete oven gegratineerd. Vooraf worden de slakken eerst geblancheerd en uit hun huisjes gehaald om de cloaca (de zwarte einddarm) te verwijderen. De schoongemaakte slakkenhuisjes worden dan gevuld met Bourgondische boter en de gaargekookte slakken. De escargotschotel wordt tevens als dienblad gebruikt. Tegenwoordig worden de escargots ook in kleine ronde vuurvaste potjes, waarin ze juist passen, opgediend. De escargotschotel bestaat uit een ronde (diam. ca. 20-30 cm) (roestvrij) stalen, verchroomde, vertinde of porseleinen schotel met een aantal (ca. 6-24) komvormige uithollingen (diam. ca. 3-4 cm) en twee (U-vormige) handvatten tegenover elkaar. De uithollingen zijn ondiep (ca. 1 cm) om de escargots makkelijk te nemen met de escargottang. Te onderscheiden van de eierpocheerder, die minder uithollingen (ca.3-6),...
Escargottang (v.)
Escargots zijn vaak te warm om met de hand vast te houden en daarom gebruikt men een escargottang. Deze tang heeft gekruiste armen die door een veer dichtgehouden worden. De bek is aangepast aan de vorm van het slakkenhuis, zodat men de escargot goed kan vatten. Door de veer klemt de tang zich rond de escargot wanneer men de armen niet langer dichtknijpt. Het slakkenhuis is nu voldoende gefixeerd om het vlees met een escargotvork eruit te halen. Zie ook escargotschotel. [MOT]
Etalagetang (v.)
De winkelier hanteert een etalagetang om voorwerpen uit de etalage te halen, waar hij of zij er met de hand moeilijk bij kan. De etalagetang bestaat uit een vaste lange (ca. 130 cm) stang, voorzien van een haakje op het uiteinde en twee hendels op ca. 45 cm van elkaar, die met beide handen wordt gehanteerd. Beide hendels worden tegen de stang gedrukt wanneer men de kaken wil sluiten. Tegenwoordig wordt een gelijkaardig model (ca. 40-140 cm), met één hendel, gebruikt om zwerfvuil op te rapen. De kaken zijn hier met rubber overtrokken. De etalagetang kan ook bestaan uit een aantal op elkaar werkende hefbomen tussen handvat (ogen) en kaken. De armen plooien harmonicagewijs samen wanneer men de tang opent en strekken zich wanneer men de tang sluit. De reikwijdte van de tang varieert al naargelang het model. Soms gebruikte men zeer grote gelijkaardige houten tangen om feestgangers te plagen bij stoeten (1). [MOT] (1) Bv. in Malmédy.
Fietssleutel (alligatorbeksleutel) (m.)
Kleine alligatorbeksleutel met bandenlichter. De bek is langs één zijde getand. [MOT]
Fietssleutel (ringsleutel) (m.)
Kleine samengestelde ringsleutel voor fietsers. Er bestaan twee hoofdvormen. De eerste is een doorboorde plaat (ca. 10-12 cm bij 3 cm), waarop soms een haaksleutel en/of een pensleutel voorzien is. De verschillende ringen kunnen ook in twee vouwbare plaatjes aangebracht zijn; vaak is er dan ook nog een steeksleutel en een schroevendraaier. De tweede vorm, soms doodskopsleutel genoemd, bestaat uit een stang (ca. 11-14 cm) met aan beide uiteinden vier of vijf werkende delen en soms een hamertje. [MOT]
Figuursteker (m.)
Met een figuursteker (ca. 5-8 cm groot) maakt men figuurtjes uit deeg. Er bestaan tal van vormen: dieren- en mensenfiguren, ster-, maan-, hart-, bloemvormig, enz. Ze zijn van blik of plastic en hebben scherpe randen om vlot door het deeg te gaan. De bovenkant van de randen is omgekruld, zodat men de vingers niet snijdt. Om gemakkelijk snel een reeks (ronde) vormpjes uit koekjesdeeg te snijden kan je gebruik maken van een figuursteker op een as. Het heeft twee naar buiten gebogen, ovaalvormige bladen (ca. 5-7 cm/ ca. 4-5 cm) die met hun rugzijde aan elkaar vastzitten. Ze scharnieren in een beugel die bevestigd is in een recht hecht. Soms is hij gecombineerd met een trogschraper (1). Een ander model heeft een cirkelvormig blad (enkele centimeters hoog) dat aan beide zijden snijdend is. Wanneer men ermee over een stuk deeg rolt, wordt er een reeks ronde vormen uitgesneden die allemaal even groot zijn en zich op gelijke afstand van elkaar bevinden (2). Zie ook deegsnijrol. [MOT]...
Figuurzaag (v.)
De figuurzaag is een beugelzaag met kort (ca. 15-20 cm) en smal blad (0,1-0,3 cm), om zeer dunne platen uit te zagen. De boog kan 15 tot 50 cm hoog zijn. Het handvat staat er haaks op. De plaat wordt op de schaafbank gelegd en de zaag verticaal gehanteerd. De vakman moet ervoor zorgen niet te hard op de zaag te duwen omdat de bladen gemakkelijk breken. [MOT]
Fileermes (o.)
Het fileermes heeft een smal (ca. 1,5-3 cm) en buigzaam lemmet van ca. 17-25 cm lengte, met een scherpe punt en een dunne rug. Het is een licht mes (ca. 40-70 gr) dat gebruikt wordt om vis te ontgraten; met de scherpe punt kan men door het vel snijden. Er bestaan ook fileermessen die tot de uitrusting van de visser behoren; zij hebben dan een stevig plastic hecht en een relatief kort (ca. 14-22 cm) en smal (ca. 1-1,5 cm) lemmet dat in een plastic schede steekt. [MOT]
Filetradertje (o.)
Handwerktuig (ca. 20 cm lang) dat de boekbinder gebruikt bij het versieren en vergulden van in leer gebonden boeken. Het bestaat uit een koperen wieltje (ca. 1,5-2 cm doorsnede) - met of zonder motief - dat in een metalen beugeltje zit; de schacht is met een angel bevestigd in een recht, houten handvat. Na verhitting wordt het radertje over het (vergulde) leer gerold, om een filetmotief te bekomen. Zie ook letterschroef en filetstempel. [MOT]
Filetstempel (m.)
Handwerktuig dat de boekbinder gebruikt bij het versieren en vergulden van in leer gebonden boeken. Het heeft een T-vormig, vaak koperen blad waarvan het smalle (ca. enkele mm.) hoofdeinde lichtjes gebogen en van een filetmotief voorzien is, bevestigd in een houten hecht. Na verhitting wordt de stempel op het (vergulde) leer gedrukt, om een filetmotief te bekomen. Zie ook letterschroef. [MOT]
Fineerzaag (v.)
De fineerzaag is een zaagje met tegenliggend (1) blad van ca.10-15 cm, bij het fineren gebruikt om de oplegplaten te zagen. De helft van de zeer kleine tanden staat schuin naar achter, de andere naar voor, om het hout niet te scheuren. Met deze zaag wordt steeds langs een liniaal gezaagd. Soms wordt de beitel van een tandschaaf voor dat werk gebruikt (2). [MOT](1) Ook soms met geklemd blad (RAUWERDA 1948: 1.51). Er bestaan nu metalen fineerzagen met schuin handvat.(2) Bv. LOMBARD & MASVIEL: 90.
Fitterstang (v.)
Pijpen en moeren kan men aan- en losdraaien met een fitterstang. De betrekkelijk lange bek heeft minstens één, maar vaak twee of drie gaten van verschillende grootte. De breedste opening ligt meestal het dichtst bij de draaispil, aangezien de druk er het grootst is. Soms is één van de openingen achter de draaispil geplaatst wanneer weinig druk mag uitgeoefend worden. De tandjes aan de binnenzijde van de kaken zijn driehoekjes die van het midden weg naar de uiteinden uitwaaieren. Bij de meeste fitterstangen treft men een schroevendraaier en een ruimer op de uiteinden van de armen aan. Vele zijn van een draadknipper voorzien en soms ook van een draadtrekker. Er zit dan asgericht een groef in de bekken om een draad te kunnen vatten en er op te trekken. Er bestaan vele modellen van fitterstangen, die men al naargelang het model aanduidt met "gastang", "gasfitterstang", "conustang", "tang voor fietsen en auto's" en "gasbektang" voor de kleinere modellen. Andere loodgieterstangen zijn de pijptang,...
Flesopener voor kroonkurk (m.)
Keukengerei waarmee men met een kroonkurk afgesloten fles kan openen. Het is een klein (ca. 10 cm), metalen voorwerp met een rechte steel en een breed uitlopend, plat uiteinde met een uitsparing. Aan de steelzijde is de uitsnijding meestal voorzien van een uitsteeksel dat men makkelijk onder de kroonkurk kan haken. Door de flesopener naar boven te bewegen, wordt de kroonkurk van de fles getrokken. De flesopener voor kroonkurk kan ook een onderdeel zijn van ander keukengerei zoals een kurkentrekker, een bokaalopener voor schroefdeksels, een flesopener voor schroefstop en -dop, een blikprikker of een blikopener. Bij een blikopener met scherp, langwerpig blad en speypunt is aan één zijde van het blad een lobvormige uitsparing aangebracht met punt om onder de kroonkurk te haken. De flessenopener wordt niet zelden als relatiegeschenk gebruikt en kan dan gecombineerd zijn met een balpen, een aansteker, enz. De flesopener voor kroonkurk kan ook gecombineerd zijn met een beiteltje...
Flesopener voor schroefstop en -dop (m.)
Met een flesopener voor schroefstop en -dop kan men de stop of de dop van sommige flessen makkelijk losdraaien. Verschillende oplossingen werden bedacht. Zo bv. een tang met hefbomen van de tweede soort die een aan de binnenkant geribde ring (ca. 3 cm) dichtknijpt. Zo ook een 12-hoekige schijf met in het midden een conische geribde opening (ca. 3-4 cm). Soms is het werktuig gecombineerd met een flesopener voor kroonkurk of een bokaalopener voor schroefdeksels. Zie ook een champagnetang. [MOT]
Flessenborstel (m.)
Borstel om flessen (bv. bier- en wijnflessen, zuigflessen, …) van binnen te reinigen. Meestal bestaat de flessenborstel uit stijf varkenshaar, fiber of nylon dat gevat zit tussen een paar in elkaar gedraaide metaaldraden waardoor men een cilindervormig (diam. ca. 2-7 cm) werkend deel verkrijgt. De gedraaide metaaldraad is op het uiteinde soms voorzien van een oog om het werktuig makkelijk op te hangen of heeft een plastic handvat. Het geheel meet ca. 30-80 cm. Het borsteluiteinde is soms voorzien van een spons (1) of een kwastje. Soms is deze flessenborstel gecombineerd met een speenborstel. Dit model zou (2) te onderscheiden zijn van de lampenglazenborstel die veel zachter is en van de borstel om laboratoriumuitrusting te reinigen. Voor sterk bevuilde flessen bestaat er een bijzonder model (3) met een borsteltje van een bundel stalen of koperen bladveren die eindigen in een achttal draadstalen borsteltjes. Het werkend deel wordt op een koperen stang (ca. 37 cm) met kruk geschroefd. Een buisje rond de stang kan...
Flessenkraker (m.)
Kartonnen drankverpakkingen en flessen uit plastic kan men met een flessenkraker samen drukken vooraleer ze in de vuilniszak te gooien. Een model bestaat uit 2 hefbomen van de derde soort. Over de hele lengte van de ene arm zit een verhoging die in de andere arm past. Dicht bij de spil is de verhoging licht uitgehold om de ronding van de flessen beter te kunnen vatten. Op de andere kaak beletten twee driehoekige tanden het wegglijden van de fles. Men plaatst de lege fles (zonder dop) haaks in de tang en knijpt het werktuig dicht. Men begint bij het bovenste gedeelte van de fles en herhaalt de handeling bij de basis. De fles neemt zo minder plaats in. Brikken plaatst men eveneens haaks tussen de tang. Men drukt ze in het midden samen. Bij een ander model plaatst men de plastic fles verticaal tussen het vast en het opengeschoven gedeelte. Dat laatste is voorzien van een voetsteun om het met kracht naar beneden te drukken. [MOT]
Flessenkurker (m.)
Met een flessenkurker kan men een kurk in een fles duwen of slaan. Het kan een houten of metalen holle cilinder zijn die binnenin naar beneden toe smaller toeloopt en met een staaf erin waarop geklopt wordt. De vooraf gekookte kurk wordt langs boven in de flessenkurker gestopt en door een krachtige slag op de kop van de steel in de fles gedreven. De staaf kan ook verbonden zijn met een dubbele hefboom. Door beide handvatten naar beneden te drukken, duwt de staaf de kurk in de fles, die gevat wordt door het V-vormige uiteinde op elk handvat. Handig is het model met kurkknijper. Men plaatst de kurk in de kurkknijper en zet deze op de flessenhals; zijn kaken zijn aangepast aan de vorm van een kurk. Vervolgens drukt men de hendel die op één van de armen van de kurkknijper bevestigd is, naar beneden. Zo duwt een staaf de kurk doorheen de bek van de kurkenknijper, in de fles. Deze staaf kan in- of uitgeschroefd worden, al naargelang de lengte van de kurk. Zwaardere...
Flessenspoeltoestel (v.)
Voordat bv. bierflessen (1) gevuld worden, moeten ze gespoeld worden. Dat kan met een flessenborstel of met een flessenspoeltoestel. Het werkend deel van het flessenspoeltoestel is gemaakt uit een bundel stalen bladveren eindigend in draadstalen borsteltjes. Het wordt bovenaan het toestel in draaiende beweging gebracht door een zwengel. Een buisje dat zich op de stang onder het borsteltje bevindt kan naar boven worden geschoven om zo de borsteltjes samen te vouwen zodat hij in de fles kan. Door het buisje terug naar beneden te schuiven gaan de borsteltjes uit elkaar en kan men de fles aan de binnenkant schoonborstelen. Het toestel wordt aan de rand van een kuip bevestigd met het onderste deel, de pomp, in het water. Door aan de zwengel te draaien wordt het water opgevoerd om de fles tevens te spoelen. Het vuile water wordt opgevangen door de koperen schotel die zich onder de stang van de borsteltjes bevindt, en afgevoerd via een slang. [MOT] (1) Het toestel kan ook gebruikt worden voor...
Flestang (v.)
Warme flessen, bokalen, proefbuisjes e.d. kan men veilig vasthouden met een flestang. De vorm van de tang en ronding van de bek zijn aangepast aan het recipiënt. De armen kunnen gekruist zitten of evenwijdig lopen. [MOT]
Foliesnijder (m.)
De magazijnier gebruikt de foliesnijder om foliegelaste paletten gemakkelijk te openen. Het plastieken hecht is vrij dun (ca. 1 cm) en buigt aan het uiteinde naar binnen toe. De punt van het naar binnen gebogen uiteinde is plat en spits. Het snijdend onderdeel van de foliesnijder is een stevig scheermesje (ca. 2 bij 4 cm) dat vervangbaar is. Het zit veilig vastgeklemd in de mesgreep. De spitse punt van de foliesnijder haakt men achter de plastieken folie, vervolgens trekt men de foliesnijder in horizontale of verticale beweging naar zich toe. Zo snijdt men met gemak plastieken folies door. [MOT]
Formeerijzer (o.)
Het formeerijzer dient om groeven uit te snijden aan de binnenkant van het leer om het toevouwen ervan te vergemakkelijken. Het wordt ook gebruikt om stiknaden uit te tekenen. Het werktuig wordt steeds naar je toe getrokken. Het formeerijzer bestaat uit een dik (ca. 3,5 mm) ijzeren, meestal haakvormig, blad (ca.5,5 bij 10 cm) waarvan de schuine zijde is omgebogen en zo een snijdende U-vormige punt vormt. Het werkend deel steekt door middel van een angel in een houten hecht (ca. 13 cm) dat verstevigd is met een beslagring. Een ander model bestaat uit een platte ijzeren stang waarbij één of beide uiteinden tot een rits zijn omgebogen (1). Het formeerijzer kan ook uit een stalen pincet-vormig werktuig bestaan met al dan niet haakvormige uiteinden (2). Eén uiteinde is omgebogen en snijdt. Het andere uiteinde dient als geleider. Met dit model snijdt men een groef evenwijdig aan de rand van het stuk leer. Een schroef stelt de breedte (max. ca. 2,5 cm) van de rand in. Om boogvormige groeven in de nerfzijde van een stuk...
Fototang (v.)
Negatieven en afdrukken van foto's kan men makkelijk vastnemen met een fototang. Ze bestaat uit een u-vorm die men dichtknijpt. Soms zijn beide armen ook halverwege met elkaar verbonden door een scharnier en houdt een veer het werktuig open. De pannenkoektang lijkt sterk op de fototang. [MOT]
Fretboor (v.)
De fretboor is een zeer kleine avegaar die met één hand gedraaid wordt en dient om kleine gaten te boren, bv. voor een schroef (1). De kruk staat vast op het boorijzer (zie glossarium). Ze kan van hout of van metaal zijn. In het eerste geval eindigt het boorijzer in een angel, soms in een oog. In het tweede zijn boorijzer en kruk uit één stuk gemaakt. Het boorijzer is vaak een schroefboor (2) en juist omdat dit model het hout doet barsten, wordt de fretboor weinig aangewend voor smalle stukken. De fretboor is te onderscheiden van de zwikboor. [MOT] (1) Volgens TIDEMAN: 93 zou de fretboor ook gebruikt worden "bij onderzoekingen van hout omdat het boorsel minder fijn verkorreld is ...". (2) Zie glossarium. Vandaar dat fretboor soms het boorijzer van deze vorm aanduidt (LOMBAERT: 88).
Friseertang (v.)
Met een friseertang zet men haar en snor in de krul. Ze heeft een holronde kaak en een bolronde die in de eerste past. Het werktuig wordt opgewarmd op een komfoortje en men knijpt er een stukje papier mee om te zien of ze niet te warm is. Het haar wordt dan met de tang genomen en er rond gedraaid om de krul te bekomen. De friseertang bestaat in verschillende dikten. Doorgaans kruisen de armen van die tangen zich maar er bestaan er ook andere; een veer houdt het werktuig dan dicht. In sommige gevallen is één van de armen zelfs veel korter dan de andere. Het reismodel heeft vouwbare armen. Zie ook krulstok, pijpschaar, krultang (lokkentang) en papillottang. [MOT]
Fritessnijder (m.)
Keukenwerktuig waarmee men frietjes uit aardappelen kan snijden. Het heeft een rond of vierkantig messenblok, bestaande uit verscheidene rijen vierkantige, snijdende openingen (ca. 6-12 mm), bevestigd in een metalen of plastic huis. Er bestaan talloze modellen. Het eenvoudigste heeft een drukplaatje dat door middel van twee handvatten naar beneden geduwd wordt en zo de aardappel doorheen het messenblok duwt. Bij andere modellen wordt het drukplaatje door middel van een hefboom naar het messenblok bewogen. [MOT]
Frituurschep (v.)
Met een frituurschep laat men gefrituurd voedsel uitlekken. Ze heeft een opengewerkte, cirkelvormige, lichtjes holronde schep van metaaldraden (ca. 15-20 cm doorsnede) aan een lange steel (ca.30-55 cm). Aan de rand is de schep versterkt met een steviger ring en over de bodem lopen verstevigingsdraden. De steel is lang zodat men op veilige afstand van het hete vet kan blijven. De Chinese frituurschep heeft een schep van messingdraad die een patroon van gelijke cirkels vormt, bevestigd aan een houten steel. Zie ook schuimspaan. [MOT]
Fruitlepel (m.)
Lepel (ca. 15 cm) waarvan het blad een spits en getand uiteinde heeft, om makkelijk zachte fruitsoorten, zoals kiwi's, meloenen, e.d. uit te lepelen. [MOT]
Fruitpers (m.)
Werktuig met een metalen, geperforeerd recipiënt (ca. 7-10 cm doorsnede; ca. 8-15 cm hoog) op een sokkel met opstaande randen; aan de bovenzijde zit er een schroef die een plaatje naar beneden duwt als men eraan draait (1) (zie ook vleespers) (2). Voor druiven en bessen gebruikt men ook een ander model, dat te onderscheiden is van de vleesmolen. Hij heeft een huis van (vertind) gietijzer met bovenaan een vultrechter en binnenin een Archimedesschroef die door een draaizwengel in beweging wordt gebracht en waaronder zich een zeefbodem bevindt. Deze fruitpers wordt met een schroefklem aan het tafelblad bevestigd. De trechter wordt gevuld en men draait aan de zwengel. De schroef duwt het fruit tegen de zeefbodem; het sap komt er doorheen en wordt opgevangen in een kom, de velletjes en zaadjes komen er gescheiden van het sap uit en worden in een andere kom opgevangen. Zie ook citruspers. [MOT] (1) De kleine fruitpers die men in de keuken gebruikt, is gebaseerd op...
Fruitplukker (m.)
Om het laatste fruit van een hoge boom te kunnen oogsten, kan men gebruik maken van een fruitplukker. Hij bestaat veelal uit een omgekeerde ijzeren kegel (diam. ca. 10-15 cm; ca. 7-10 cm hoog) met een 10-15-tal inkepingen (ca. 3-5 cm hoog) waarin men de steel van bijvoorbeeld appel of peer vat. Hij kan ook gemaakt zijn van bijvoorbeeld houten lamellen die met touw op enige afstand van elkaar verbonden zijn, of een rieten mandje zijn (1). Soms ook een ovaalvormig mandje van draadijzer met eventueel bovenaan een V-vormig pinnetje (2). Een model uit Mexico is gemaakt uit een open structuur van bamboe in de vorm van een rugbybal (ca. 90 cm lang; max. diam. ca. 12 cm) die in het midden en op beide uiteinden is opgebonden. Bovenaan is er een grotere opening voorzien om het fruit op te vangen (3). Een ander model bestaat uit een ijzeren of plastic ring, voorzien van inkepingen en een (katoenen) zakje (ca. 20 bij 15 cm) - dat soms afneembaar is om het te kunnen wassen - of een netje waarin...
Garde (v.)
Keukengerei dat meestal uit een stel staaldraadlussen bestaat waarvan de uiteinden in een handgreep samenkomen en waarmee men eiwit tot zware room kan kloppen (1). Het handvat kan van hout, kunststof of eveneens van staaldraad zijn. De grootte (15-35 cm) en de buigzaamheid variëren naargelang het werk dat ermee gedaan moet worden. Omdat eiwit erg licht is en vele malen in volume kan toenemen, moet het worden opgeklopt met een grote, lichte, bolvormige garde met ietwat flexibele draden. Zwaar deeg, dik roomijs of béchamelsaus worden het best met een langgerekte, onbuigzame garde van zwaardere en sterkere staaldraad gemend, geëmulgeerd of belucht. Eenvoudige modellen bestaan uit één of meerdere staaldraad(en) in de vorm van een lepel of een vork, al dan niet omwonden met zeer buigzame draad. Ze worden gebruikt voor het mengen van kleine hoeveelheden of het kloppen van eigeel. Deze modellen, die alle hoekjes van de pan kunnen bereiken, worden soms ook als eierscheplepel gebruikt. Er bestaan...
Garnaalschaar (v.)
Schaar waarmee men garnalen kan pellen. Eén arm heeft twee aparte onderdelen: een in doorsnede vierkantig, smal (enkele millimeters) en spits staafje met ernaast een plat en buigzaam blad. De andere arm bestaat uit een stevig snijblad met erop een ander smaller blad bevestigd. Om een garnaal te pellen, steekt men het spits staafje langs de kop naar binnen; de schaal kan nu losgeknipt worden. [MOT]
Gazonbeluchter (roller) (m.)
Een veel belopen gazon blijft mooi groen als men het met een gazonbeluchter bewerkt. Door verdichting van de grond tegen te gaan worden genoeg lucht, water en meststoffen bij de wortels toegelaten. Er bestaan verschillende middelen om het gazon te verluchten. Eén model van gazonbeluchter bestaat uit twee wielen die met elkaar verbonden zijn door een 6-tal stangen (ca. 35 cm), voorzien van ijzeren pinnen (ca. 8 cm; diam. 0,6 cm), en een beugel met beschermkap en steel (ca. 100 cm). Als men het werktuig over het gazon vooruitduwt komen de pinnen - om de ca. 5-10 cm - met een hoek van ca. 30° in de grond terecht en worden d.m.v. een veersysteem terug op hun plaats gebracht. Een ander model is gewoon een bespijkerde houten rol die d.m.v. een beugel aan een houten steel is bevestigd (1). Voor een klein gazon kun je ook een gazonbeluchter (zolen) gebruiken. Nog veel arbeidsintensiever is het als je een gazonbeluchter (prikker) gebruikt. Het werktuig - gelijkend op een poothout...
Gazonbeluchter (zolen) (m.)
Een klein gazon kan je al wandelend beluchten door gebruik te maken van de gazonbeluchter (zolen). Hij bestaat uit ijzeren of plastic zolen waaronder ijzeren spijkers (ca. 5 cm) bevestigd zijn. De zolen bevestig je onder je schoenen. Andere middelen om het gazon te beluchten zijn een prikker of een gazonbeluchter (roller). [MOT]
Gazonhark (v.)
Men gebruikt een gazonhark voor het bijeenharken van blad en gras van gemaaid gazon. Ze wordt naast het egaliseren van ingezaaide oppervlakken (zie grondhark) ook vaak als bladhark gebruikt. Het is een hark waarvan het blad 20 à 40 licht gebogen, korte (ca. 10 cm) tanden van ijzer, rubber of plastic heeft met een tussenafstand van ca. 2 cm. Het werkend deel (ca. 40-100 cm breed), vaak voorzien van een beugel, staat haaks op de ca. 140-180 cm lange houten, soms ook aluminium, steel. Een ander model van gazonhark heeft een 55-tal puntige tanden (ca. 7 cm) die in een houten balk steken dat scharniert ten opzichte van een vast ijzeren geraamte voorzien van twee wielen. Tijdens het trekken van die gazonhark komen de wielen van de grond en harkt het werkend deel alles bijeen. Bij het duwen zal het werkend deel naar de gebruiker scharnieren en kan het geheel makkelijk wegrollen. Zie ook hooihark (hand). [MOT]
Gazonmaaimachine (hand) (v.)
Om een gazon te maaien kan men gebruik maken van een gazonmaaimachine. Het is een toestel bestaande uit een licht metalen frame met vast geslepen blad, waarop een cilinder (diam. ca. 12-25 cm; lengte ca. 25-60 cm) van 3 à 10 (meestal 5) in een spiraalvorm gebogen stalen messen zijn gemonteerd, tussen twee (rubberen) wielen (diam. ca. 20-25 cm) en een houten of ijzeren steel (ca. 70-100 cm) met breed (ca. 50 cm) dwarsstuk. Door de gazonmaaimachine voor zich uit te duwen, komt het gras tussen de nauwe opening van het vast geslepen blad en de draaiende cilinder terecht. Deze laatste draait sneller dan de twee wielen die de draaibeweging overbrengen door middel van tandwielen. Het werkend deel is meestal in de hoogte instelbaar. Het gras kan eventueel opgevangen worden door een ijzeren of plastic bak en soms bevindt er zich achter het frame een houten rol, nu ook van plastic. [MOT]
Gebakjestang (v.)
De bakker neemt gebakjes uit de toonbank met een schep of met een gebakjestang. Haar kaken zijn 3-5 cm breed en soms opengewerkt. De tang sluit zich rond het gebakje, wanneer men de armen dichtdrukt. De armen zijn niet gekruist. [MOT]