ID-DOC: algemeen zoeken

Hieronder kan u een algemeen trefwoord invoeren en een algemene zoekactie doen. 

Geef ons een seintje als je problemen ondervindt met deze pagina via info@mot.be.

Zoek naar: werktuig


Zoekresultaten 251 - 300 1,346 resultaten gevonden
Dwarsaks (v.)
De dwarsaks dient tot het uithakken van zware pen en gat verbindingen. Ze heeft een ca. 30-40 cm lange steel. Haar soms iets gebogen blad vertoont een zekere gelijkenis met het blad van de dubbele steekbijl maar is veel korter (ca. 50 cm) en heeft een dubbele vouw. Het handwerktuig wordt op een andere wijze gehanteerd dan de steekbijl. De steel wordt hier met beide handen gevat en de beweging is dezelfde als deze van een bijl. [MOT]
Druivenschaar (v.)
Met een druivenschaar kan men aan tafel makkelijk druiven van een tros afknippen. Het is een schaar met korte (ca. 3-5 cm), smalle (ca. 5 mm) bladen met een stompe punt en lange (ca. 10 cm) armen. De punten zijn bot zodat de druiven niet beschadigd worden bij het knippen. Vaak zijn deze scharen versierd met druivenmotieven. Zie ook druivenoogstschaar. [MOT]
Drijfband (m.)
Een drijfband is een zware metalen of houten band om de duigen van een ton te buigen. Deze band, veel dikker (tot 3 cm) dan de hoepels die de duigen samenhouden, wordt om de rechtstaande duigen gelegd en naar beneden gedreven met een hamer. De kuiper slaat rechtstreeks op de band en niet op een hoepeldrijver zoals voor de hoepels. [MOT]
Dunschiller (m.)
Met een dunschiller schilt men aardappelen en andere groenten (1). Het handwerktuig kan bestaan uit een langwerpig (ca. 7 cm) in de lengte U- of V-vormig gebogen blad met een scherpe gleuf, in een recht hecht gemonteerd. Een model bestaat uit een vervangbaar mesje. Door het mes op de groente te plaatsen en het naar zich toe te trekken, wordt er een dun laagje afgeschild. Het uiteinde is puntig zodat men aardappelen ermee kan pitten. Bij sommige modellen bevindt zich hiervoor een puntig uitsteeksel boven het blad. Het is mogelijk dat er aan één zijde botte tandjes aanwezig zijn. Daarmee kan men eventueel vis ontschubben (zie schubbenschraper) of boterkrullen trekken (zie botertrekker); de precieze bestemming is ons niet duidelijk. Het langwerpig blad kan ook bevestigd zijn tussen de uiteinden van een U-vormige metalen houder (ca. 5 cm/10 cm) die aan beide zijden op gelijke hoogte naar binnen gebogen is. Hier plaatst men de duim en wijsvinger; de dunschiller ligt op deze wijze makkelijk in de hand. Aan één uiteinde...
Draadstriptang (v.)
De isolatiemantel van elektrische draden kan men met een draadstriptang knippen en aftrekken. De tang mag hierbij de kern echter niet raken en moet de mogelijkheid bieden het afgesneden stukje mantel te verwijderen. Er bestaan verscheidene oplossingen, die men tot drie groepen kan herleiden. Een draadstriptang met asgerichte trek houdt men in het verlengde van de draad. Men vat de draad tussen de kaken, vervolgens knipt men de mantel door en trekt men de mantel los. De kaken zijn ingesneden zodat ze geen druk op de kern uitoefenen. Men heeft één of twee inkepingen voor draad van verschillende dikte of één grote V-vormige inkeping met stelschroef; naargelang de diameter van de draad stelt men de schroef bij. Een draadstriptang met zijdelingse trek houdt men haaks op de draad. Men steekt de draad in één van de inkepingen tussen de armen, sluit deze en trekt de mantel van de draad. De armen tellen zo'n zestal ronde inkepingen met schuine wanden voor draden van verschillende dikte. Vaak heeft deze tang ook knipgaten...
Drevel (m.)
De drevel is een korte (10-15 cm) metalen cilinder, aan de omtrek vaak gekarteld, soms kegelvormig of lichtjes uitgehold aan een uiteinde, om nagels in, soms uit te drijven. De timmerman gebruikt een boutdrevel, d.i. hetzelfde werktuig (1), maar zwaarder (15-25 cm), om toognagels uit te drijven, om ze in te drijven zonder de balk met de hamer te raken, enz. Het uiteinde is meestal plat. Het spitse uiteinde van de drevel wordt op de kop van de nagel geplaatst en op het andere wordt met de hamer geslagen. De kegelvormige punt maakt een klein gaatje in de kop en voorkomt het wegglijden van de drevel. Wanneer het uiteinde uitgehold is, komt de kop van de nagel in de holte. De Japanse drevel (Japans: kugisime) heeft aan één uiteinde, zoals de westerse, een lange (15,5 cm) smalle punt en wordt op het andere uiteinde geslagen met de hamer. Typisch aan het Japans model is dat er nog een tweede, korte (3 cm) punt haaks op de eerste staat. Met de hamer slaat men op het platte zijvlak. Zie ook de drevelhamer. Het werktuig...
Effileermes (o.)
De kapper gebruikt het effileermes om haar uit te dunnen of te trimmen. Het effileermes combineert de kam en het scheermes in één instrument. Het hecht is langwerpig (ca. 13 cm) en is vervaardigd uit hout, ijzer, aluminium of plastic. Het scheermesje zit geklemd in een houder bestaande uit twee metalen plaatjes waarvan minstens één kamvormig is. Hecht en houder bestaan uit een geheel, of zijn samengesteld. Soms scharniert de houder open of wordt hij losgeschroefd zodat men er een vervangbaar scheermesje in kan vastklemmen. Bij een ander model is de houder vierkantig en volledig uit plastic. In dat geval zitten twee scheermesjes aan weerszijden in de houder vastgeklemd. Zie ook effileermes (paarden), hondenscheermes en effileerschaar. [MOT]
Dweilwringer (m.)
De dweilwringer is een toestel of handwerktuig waarmee men makkelijk een dweil kan uitwringen. Eén model betreft een geperforeerde metalen bak (ca. 20 cm breed; ca. 35 cm hoog) met een hendel, die men over de rand van een emmer kan hangen. Men stopt de natte dweil erin en drukt de hendel naar beneden; twee stevige plastic onderdelen bewegen nu naar beneden en persen het water uit de dweil. Een hangmodel met houten rollen haakt men rond een emmer. Door het hecht naar beneden te drukken, beweegt een rol met wieltjes naar een vaste rol toe om zo het water uit de dweil te persen. Een model met vergelijkbare constructie is ingebouwd in een emmer en wordt met de voet bediend door een pedaal. [MOT]
Eenarmsmes (o.)
Een eenarmsmes combineert mes en vork in één en hetzelfde werktuig. Het heeft een lemmet met een vorkvormig uiteinde. Zo heeft men maar één hand nodig om voedsel te snijden en op te pikken. Vaak is het een vouwmes (zie zakmes). Het lemmet kan ook aan de steel van de vork bevestigd zijn; het heeft dan een afgeronde snede en werkt volgens hetzelfde principe als het wiegmes of het groentehakmes met afgeronde snede (1). Een eerder uitzonderlijk model bestaat uit een dubbel, scharnierend hecht met aan één uiteinde een naar beneden gebogen vork en aan het andere uiteinde een snijblad met eveneens een vorkvormig uiteinde en een gleuf waarin de andere vork bevestigd is. Men prikt met de ene vork in het voedsel dat men wil snijden en knijpt het dubbel hecht dicht. Het snijblad beweegt nu langs de vork naar beneden en snijdt het voedsel. Vervolgens draait men het werktuig om om met de andere vork het gesneden stukje voedsel op te pikken en naar de mond te brengen. [MOT] (1) GALTIER-BOISSIERE: 318.
Draadsnijblok (o.)
Het draadsnijblok dient tot het snijden van een uitwendige schroefdraad in een stuk hout. Het is een langwerpig houten blok, o.m. van haagbeuk (Carpinus betulus) (1), waardoor in het midden een gat geboord is en waarvan de twee uiteinden in handvatten eindigen. In het gat steekt een mesje, soms twee, en is een schroefdraad getrokken. Het te bewerken stuk hout wordt in de bankschroef geklemd en het gesmeerde gat van het snijblok op zijn uiteinde geplaatst. De vakman draait dan het werktuig zoals een avegaar, erop lettend dat het loodrecht op het stuk blijft. Zie ook de draadsnijtap (voor hout). [MOT] (1) KARMARSCH: 1.765.
Eestschop (v.)
De eestschop is een brede (60-100 cm) en vlakke, volledig houten schop met lange steel (150-180 cm) (1). Ze is rechthoekig met opstaande randen en groter dan de graanschop en omzetschop. Ze is te onderscheiden van de cichoreischep, die van metaal is of met metaal is beslagen aan de binnenzijde. De hopteler hanteert de eestschop om de in de eest (ast) gedroogde hop weg te scheppen van de droogplaats naar de koelkamer om ze in grote jutezakken te verzamelen voor verdere bewaring en transport (2). [MOT] (1) In Engeland zijn ook modellen met korte D-steel gangbaar. (2) In sommige dialecten spreekt men over het afschieten van de hop vanop de droogzolder rechtstreeks in de jutezakken, vandaar de term 'afschieter'.
Edelsmidshamer (m.)
Kleine (ca. 15-25 cm), lichte (ca. 50-100 gr) hamer waarvan het hoofd (ca. 7-10 cm) één wigvormig uiteinde heeft en één cirkelvormig of vierkantig (ca. 1 cm). De steel is van hout. Een ander model is volledig van metaal met een korte, ronde steel. De edelsmid gebruikt deze hamer om heel fijn en precies werk uit te voeren, o.a. bij het ciseleren. [MOT]
Eiersnijder (m.)
De eiersnijder snijdt in één beweging een hardgekookt, gepeld ei in dunne schijfjes of partjes. Er bestaan verschillende modellen, waarvan enkele tangen. Men plaatst het ei tussen de kaken en drukt de tang dicht. De staaldraden versnijden het ei in partjes of schijfjes naargelang het model.  Bij het schijfjesmodel bestaan de kaken uit een houder, waarvan de bovenzijde uit staaldraden bestaat en de bodem uit een geribde plaat die het ei tegen de draden drukt. De tang kan uit elkaar genomen worden om ze te reinigen.  Het partjesmodel bestaat uit een eierdopje met zes gleuven, waarin de staaldraden passen. Het ei wordt in het dopje geplaatst en men drukt de tang dicht. Het ei wordt in zes partjes verdeeld. De tang opent zich automatisch door een veer. Andere modellen bestaan eveneens uit een eierdopje met zes gleuven dat op tafel geplaatst kan worden. Erlangs bevindt zich een verticaal onderdeel met een gleufje waarin een metalen ring met drie kruisende staaldraden op en neer kan bewegen. Men plaatst het ei in het...
Eierklopper (m.)
Keukengerei dat dient om eiwit e.d. stijf te kloppen. Dit gaat aanzienlijk lichter en sneller dan met een gewone garde. Een model bestaat uit één of twee gardevormige onderdelen - die worden rondgedraaid met een handwieltje - en een D-hecht. Men houdt deze eierklopper met één hand vast aan het hecht, terwijl men met de andere hand aan het wieltje draait. Een ander model bestaat uit een ca. 5 mm dikke schroefdraad waarrond een klosje - met ingebouwde moer - los in een knopvormig handvat zit. Wanneer men het klosje naar beneden drukt, draaien de bolvormige staaldraadlussen snel in één richting om even snel in de andere richting te draaien wanneer men het klosje naar boven trekt. Zie ook spiraalklopper en mayonaiseroerder. [MOT]
Ellipspasser (m.)
De ellipspasser is een meet- en werktuig om een ellips af te tekenen. Schrijnwerkers gebruiken het om een ovalen vorm voor een tafelblad, raam of spiegel te beschrijven (1). Hoewel het principe vrij eenvoudig is en bruikbaar voor tekenaars, architecten, schilders enz., is deze passer toch vrij zeldzaam (2). Eén arm is een staaf waarover drie blokjes schuiven en worden vastgezet, zoals een stokpasser, die voor hetzelfde doel kan gebruikt worden. Twee blokjes schuiven in een houten kruisvorm met twee overlangse gleuven over de volledige lengte. Door het uiteinde van de staaf in een grote boog rond het kruis te draaien, kan het punt hieraan zonder veel moeite een ellips aftekenen, waarvan de precieze positie is bepaald door de twee blokjes die heen en weer in het kruis schuiven. [MOT] (1) SALAMAN: Dictionary of woodworking tools, 193. (2) ROBERT, J.F.: Outil et machines des métiers du bois, 2006, 186.
Eierpocheerder (m.)
Keukenwerktuig waarmee men eieren pocheert. Er bestaan verscheidene modellen. Een eenvoudig model is een metalen schaal - eventueel geëmailleerd - met enkele komvormige uitsparingen en een recht handvat of twee u-vormige handvatten tegenover elkaar. Men breekt de eieren boven de komvormige uitsparingen en plaatst de schaal boven een pan met kokend water, op die wijze dat het water tot aan de rand van de schaal komt. Na enkele minuten zijn de eieren gepocheerd. Een ander model is een aluminium pan met deksel, waarin een plaatje met verscheidene gaten zit. In de gaten plaatst men de bijbehorende kommetjes waarin men de eieren doet. Te onderscheiden van de escargotschotel, die meer uithollingen (ca. 6-24), met kleinere diameter (ca. 3-4 cm) bevat. [MOT]
Eierscheplepel (m.)
Lepel met een open eivormig schepblad waarmee men makkelijk een ei in kokend water kan laten en het er ook uit kan scheppen. Het schepblad kan vervaardigd zijn uit ijzerdraad, plaatijzer, aluminium of plastic. Eerstgenoemde is te onderscheiden van de garde of de spiraalklopper. Het handvat is soms van hout (1). Er bestaat ook een netje, meestal in ijzerdraad, waar een zestal eieren in kunnen plaatsnemen (2). Dat wordt eiernetje of eierstandaard genoemd. Het is van de eierpocheerder te onderscheiden door zijn open structuur. Zie ook eiertang. [MOT] (1) Bijv. TEN KATE-VON EICKEN: 161, 175. (2) Bijv. Manufrance: 603 en TEN KATE-VON EICKEN: 161.
Ei-ontdopper (m.)
Met een ei-ontdopper kan men het kopje van een ei afsnijden. Het kan van plastic zijn met een cirkelvormige uitsnijding en een mesje dat zich aan een bewegende arm bevindt. Men plaatst het ei in de uitsnijding, beweegt de arm naar binnen en het kopje wordt afgesneden. Het kan ook een langwerpig stuk metaal zijn met een cirkelvormige uitsnijding. Met een scharnierend mesje - waar zich ook nog een puntig uitsteeksel aan bevindt dat dienst kan doen als eierprikker - wordt het kopje van het ei verwijderd. Zie ook eierschaalsnijder. [MOT]
Eiertang (v.)
Eieren kan men met behulp van een eiertang uit kokend water halen. De kaken bestaan uit twee cirkels, die licht gebogen zijn naar de vorm van het ei. Wanneer men de armen dichtknijpt, opent men de tang. Door de veer sluit de tang zich automatisch rond het ei wanneer men geen druk meer uitoefent. Bij een ander model, ook met veer, wordt het ei door twee spiraalvormige lepels vastgehouden bij het dichtknijpen van de armen (1). Zie ook eierscheplepel. [MOT] (1) Bv. CAMBELL FRANKLIN: 281.
Eierprikker (m.)
Plastic cilindervormig (ca. 3-5 cm doorsnede) keukengereedschap met een indrukbare bodem met een gaatje in het midden; binnenin zit een scherp pinnetje met een veer er rond. Daarmee kan men makkelijk een luchtgaatje prikken in een ei zodat het niet zou barsten bij het koken. Wanneer men de eierprikker op het stompe uiteinde - waar de luchtkamer zit - van het ei plaatst en hem naar beneden drukt, beweegt de bodem naar boven en komt het pinnetje tevoorschijn dat een gaatje in de schaal zal maken. [MOT]
Effileerschaar (v.)
Nadat de kapper de haren met een kappersschaar heeft geknipt, gebruikt hij een effileerschaar om ze zo te knippen dat er in een pluk haar verschillende lengtes voorkomen; dit om beweeglijkheid en textuur te krijgen of om het haar uit te dunnen. De techniek bestaat er uit om twee à driemaal schuin in het onderste deel van een gemiddeld dik pluk haar te knippen met enkele centimeters tussenafstand. De effileerschaar is een licht roestvrijstalen schaartje (ca. 13-17 cm) met aan beide zijden een getand blad. De (langere) tanden van één blad hebben aan hun uiteinde een schuinstaande V-vormige inkeping om het haar vast te houden tijdens het knippen. De tussenafstand van de tanden verschilt van ca. 3 mm bij de grove modellen tot ca. 0,7 mm bij de fijne modellen. Hoe dichter de tanden op elkaar staan, hoe meer er wordt uitgedund. De ogen, waar juist één vinger in past, kunnen uit kunststof zijn. Soms is er aan één oog een pinnetje voorzien waar de ringvinger tegen duwt. Een ander model, ook...
Entbeitel (m.)
De entbeitel wordt bij het spleetenten op betrekkelijk dikke takken of stammen gebruikt. Hij bestaat uit een houten hecht waarin een ca. 8-10 cm lang wigvormig blad steekt. Dat laatste is bovenaan 0,4-0,9 cm dik en zijn snede is recht of holrond. Zijn uiteinde, loodrecht omhoog of omlaag gebogen, is een andere wig waarvan de snede haaks op het vlak van het blad staat (1). Het blad wordt op de doorsnede van de tak of de stam geplaatst. Met een houten hamer wordt erop geslagen. In de zo bekomen spleet wordt de andere wig, namelijk deze op het uiteinde van het blad, gestoken; ze houdt de spleet open terwijl het entrijs erin gestoken wordt. [MOT] (1) Uitzonderlijk liggen beide wiggen in hetzelfde vlak (DU BREUIL: 103).
Enbreveerschaaf (v.)
De enbreveerschaaf (1) wordt op een veerploeg bevestigd of alleen gebruikt om kloostersponningen uit te schaven, die telkens dezelfde diepte en breedte hebben. In het 2-6 cm breed blok van deze schaaf zijn twee zijdelingse sponningen aangebracht. De snede van de beitel staat loodrecht of schuin op de as van het werktuig. Soms is een dieptegeleider op het blok bevestigd om minder diep te kunnen schaven, en snijdt een voorsnijmes de rechter rand af. Met de Japanse enbreveerschaaf (Japans: motoichi shakuri kanna) maakt de schrijnwerker, al trekkend, vooral een kloostersponning in schuifpanelen om de boven- en ondergeleiders in te bevestigen. [MOT] (1) STEEL. 1.134.
Eg (hand) (v.)
De handeg is een kleine eg die door één arbeider wordt getrokken om de bovenlaag van gespitte of geploegde grond los te maken, te verkruimelen en vlak te strijken. Ze wordt ook gebruikt om meststoffen en zaden in de grond te werken. De eg (hand) bestaat uit een houten of ijzeren, meestal driehoekig, raam waarin houten of ijzeren ronde, vierkantige of ruitvormige tanden (ca. 12-16 cm) schuin steken. Soms is de afstand tussen de tanden regelbaar (1). Afhankelijk van de helling en de trekrichting, dringen de tanden 1 tot 7 cm diep in de grond. Het trektouw wordt aan één hoek van het raam bevestigd. Er wordt getrokken door middel van een dwarsstok of een schouderband (2). Zie ook grondhark, grondfrees (hand) en schoffel met harkje. [MOT] (1) Bv. Manufrance: 697. (2) Bv. Manufrance: 697.
Els (v.)
Om bij het naaien kleine gaten in leer te steken, gebruikt men een els, d.i. een dunne stalen priem met ronde of driehoekige doorsnede. Ze kan recht of gebogen zijn. Sommige modellen hebben vervangbare naalden die in het handvat kunnen worden opgeborgen. Zie ook prikradertje (zadelmaker) en prikradertje (schoenmaker). [MOT]
Emmerdreg (v.)
Dreg met drie of vier gebogen armen (ca. 20 cm breed; ca. 20 cm hoog) aan een lang touw, waarmee een in de waterput gevallen emmer of een verdronken dier uit het water gehaald kan worden. Emmerdreggen worden ook zelf gemaakt van ander gereedschap. Zo bv. van een drietand of van een tweetandige hooivork; voor ondiepe putten of om een drijvend voorwerp uit het water te halen, wordt de vork dan soms op een lange steel bevestigd. [MOT]
Draaihaak (m.)
De draaihaak is een metalen staaf (ca. 20-30 cm) waarvan een uiteinde in een hecht steekt, het ander haaks gebogen is. Dat uiteinde is afgeschuind. Soms is de staaf T-vormig zodat er twee sneden zijn.  De houtdraaier hanteert het handwerktuig aan de draaibank om een stuk hout zijdelings uit te hollen. [MOT]
Epileerpincet (v.)
Overtollige of ongewenste haartjes kan men verwijderen met een epileerpincet. Dit is een tang van kleine afmeting (ca. 10 cm), zoals de splintertang, bestaande uit twee hefbomen van de derde soort. Met de platte, lichtjes gebogen kaken wordt het haartje gevat en zonder veel kracht kan het uit de huid getrokken worden. [MOT]
Effileermes (paarden) (o.)
De ruiter gebruikt een zwaar (ca. 75 gr) effileermes om de manen van het paard uit te dunnen. Het effileermes voor paarden bestaat uit een dik (ca.3 mm) blad waarvan de punten van de kam V-vormig zijn geslepen. Het houten hecht is ca. 10 cm lang. Het blad kan ook in het hecht draaien zoals bij een knipmes. [MOT]
Druivenoogstmes (o.)
Een miniatuur snoeimes (ca. 15 cm) met een kort blad (ca. 4-5 cm) waarmee druiven geoogst worden. Niet zelden vormt het uiteinde van het hecht een ring waar de pink kan doorgestoken worden. Het mes wordt hoofdzakelijk in het Franse Bordelais gebruikt. [MOT]
Entmes (o.)
Het entmes heeft een rechte of licht gebogen snede. Het vast of vouwbaar stalen blad heeft een lengte van 5 tot 7 cm, is dun en zeer scherp, terwijl de punt bot is. Zowel de ent als de wortel of stam waarop hij geënt wordt, worden ermee gesneden. Er bestaat ook een groter entmes met vast gebogen blad (ca. 6-8 cm lang) en eindigend in een scherpe punt. Dat mes, dat niet verward mag worden met de voegenkrabber van de tuinier, kan ook als snoeimes dienen. Voor het oculeren, d.i. een entmethode waar enkel knoppen op de andere plant overgebracht worden, bestaat er een bijzonder entmes, namelijk het oculeermes. Bij het spleetenten wordt vaak een entbeitel gebruikt. Speciaal bij de wijnbouw wordt gebruik gemaakt van een ent-oculeersnijder die stevig wordt vastgeschroefd op een werk- of tafelblad (1). Het entmes wordt tenslotte ook gebruikt bij het stekken, d.i. het in water of grond steken van takjes zonder wortels, om die takjes af te snijden (2). Zie ook zakmes en sapsnijder, tang. [MOT] (1) Larousse Agricole 1: 778-780. (2)...
Figuursteker (m.)
Met een figuursteker (ca. 5-8 cm groot) maakt men figuurtjes uit deeg. Er bestaan tal van vormen: dieren- en mensenfiguren, ster-, maan-, hart-, bloemvormig, enz. Ze zijn van blik of plastic en hebben scherpe randen om vlot door het deeg te gaan. De bovenkant van de randen is omgekruld, zodat men de vingers niet snijdt. Om gemakkelijk snel een reeks (ronde) vormpjes uit koekjesdeeg te snijden, kan je gebruik maken van een figuursteker op een as. Het heeft twee naar buiten gebogen, ovaalvormige bladen (ca. 5-7 cm/ ca. 4-5 cm) die met hun rugzijde aan elkaar vastzitten. Ze scharnieren in een beugel die bevestigd is in een recht hecht. Soms is hij gecombineerd met een trogschraper (1). Een ander model heeft een cirkelvormig blad (enkele centimeters hoog) dat aan beide zijden snijdend is. Wanneer men ermee over een stuk deeg rolt, wordt er een reeks ronde vormen uitgesneden die allemaal even groot zijn en zich op gelijke afstand van elkaar bevinden (2). Zie ook deegsnijrol. [MOT] (1) Zie CAMPBELL FRANKLIN: 183. (2)...
Escargotschotel (v.)
Escargots op Bourgondische wijze worden, als warm voorgerecht, op een escargotschotel, dat vooraf met water is bevochtigd, geschikt, met paneermeel bestrooid en in een hete oven gegratineerd. Vooraf worden de slakken eerst geblancheerd en uit hun huisjes gehaald om de cloaca (de zwarte einddarm) te verwijderen. De schoongemaakte slakkenhuisjes worden dan gevuld met Bourgondische boter en de gaargekookte slakken. De escargotschotel wordt tevens als dienblad gebruikt. Tegenwoordig worden de escargots ook in kleine ronde vuurvaste potjes, waarin ze juist passen, opgediend. De escargotschotel bestaat uit een ronde (diam. ca. 20-30 cm) (roestvrij) stalen, verchroomde, vertinde of porseleinen schotel met een aantal (ca. 6-24) komvormige uithollingen (diam. ca. 3-4 cm) en twee (U-vormige) handvatten tegenover elkaar. De uithollingen zijn ondiep (ca. 1 cm) om de escargots makkelijk te nemen met de escargottang. Te onderscheiden van de eierpocheerder, die minder uithollingen (ca.3-6),...
Etalagetang (v.)
De winkelier hanteert een etalagetang om voorwerpen uit de etalage te halen, waar hij of zij er met de hand moeilijk bij kan. De etalagetang bestaat uit een vaste lange (ca. 130 cm) stang, voorzien van een haakje op het uiteinde en twee hendels op ca. 45 cm van elkaar, die met beide handen wordt gehanteerd. Beide hendels worden tegen de stang gedrukt wanneer men de kaken wil sluiten. Tegenwoordig wordt een gelijkaardig model (ca. 40-140 cm), met één hendel, gebruikt om zwerfvuil op te rapen. De kaken zijn hier met rubber overtrokken. De etalagetang kan ook bestaan uit een aantal op elkaar werkende hefbomen tussen handvat (ogen) en kaken. De armen plooien harmonicagewijs samen wanneer men de tang opent en strekken zich wanneer men de tang sluit. De reikwijdte van de tang varieert al naargelang het model. Soms gebruikte men zeer grote gelijkaardige houten tangen om feestgangers te plagen bij stoeten (1). [MOT] (1) Bv. in Malmédy.
Ertshaak (m.)
De ertshaak is een handwerktuig dat gebruikt werd door havenarbeiders bij het lossen van een scheepsruim of het verplaatsen van bulkgoederen zoals ertsen. Na een lange opslag en zeereis waren sommige ertsen te hard vastgekoekt om los op te scheppen. In vergelijking met diverse houwelen is de metalen pik opvallend lang (ca. 60-95 cm) in verhouding tot de houten steel (ca. 65 cm), die er met een oog of dille bijna haaks op staat. De haak versmalt tot een punt, die in het erts wordt geslagen om deze los te hakken om verder te kunnen opscheppen. De stratenmaker zou ook van deze haak gebruikmaken om kasseien los te wrikken. [MOT]
Figuurzaag (v.)
De figuurzaag is een beugelzaag met kort (ca. 15-20 cm) en smal blad (0,1-0,3 cm), om zeer dunne platen uit te zagen. De boog kan 15 tot 50 cm hoog zijn en is soms in de hoogte verstelbaar met stelschroeven.. Het handvat staat er haaks op.De plaat wordt op de schaafbank gelegd en de zaag verticaal gehanteerd. De vakman moet ervoor zorgen niet te hard op de zaag te duwen omdat de bladen gemakkelijk breken. [MOT]
Fileermes (o.)
Het fileermes heeft een smal (ca. 1,5-3 cm) en buigzaam lemmet van ca. 17-25 cm lengte, met een scherpe punt en een dunne rug. Het is een licht mes (ca. 40-70 gr) dat gebruikt wordt om vis te ontgraten; met de scherpe punt kan men door het vel snijden. Er bestaan ook fileermessen die tot de uitrusting van de visser behoren; zij hebben dan een stevig plastic hecht en een relatief kort (ca. 14-22 cm) en smal (ca. 1-1,5 cm) lemmet dat in een plastic schede steekt. [MOT]
Fitterstang (v.)
Pijpen en moeren kan men aan- en losdraaien met een fitterstang. De betrekkelijk lange bek heeft minstens één, maar vaak twee of drie gaten van verschillende grootte. De breedste opening ligt meestal het dichtst bij de draaispil, aangezien de druk er het grootst is. Soms is één van de openingen achter de draaispil geplaatst wanneer weinig druk mag uitgeoefend worden. De tandjes aan de binnenzijde van de kaken zijn driehoekjes die van het midden weg naar de uiteinden uitwaaieren. Bij de meeste fitterstangen treft men een schroevendraaier en een ruimer op de uiteinden van de armen aan. Vele zijn van een draadknipper voorzien en soms ook van een draadtrekker. Er zit dan asgericht een groef in de bekken om een draad te kunnen vatten en er op te trekken. Er bestaan vele modellen van fitterstangen, die men al naargelang het model aanduidt met "gastang", "gasfitterstang", "conustang", "tang voor fietsen en auto's" en "gasbektang" voor de kleinere modellen. Andere loodgieterstangen zijn de pijptang, de pijp-en fitterstang,...
Fixeerspuitje (v.)
Het fixeerspuitje is een klein metalen (1) blaaspijpje waarmee men een (vloei)stof kan vernevelen op een werkstuk. Dat kan een doek of stuk stof zijn maar evengoed voedingswaren. Het bestaat uit twee dunne metalen pijpjes, die in een rechte hoek met een metalen steun verbonden zijn aan de uiteinden maar net niet aansluiten. Het werktuig is soms opvouwbaar. Het uiteinde van het langere pijpje wordt in een potje gedopt met bv. een fixatief, een mineraal, inkt of kleurstof. Wanneer men blaast in het korte pijpje zoals in een rietje, zorgt de druk in het langere ervoor dat de stof krachtig uitvloeit aan de kruising van beide pijpjes en vernevelt. Bij tekeningen in houtskool, pastel, krijt of potlood kan een specifiek fixatief ervoor zorgen dat de pigmentkorrels goed vasthouden en de tekening niet uitvlakt. De pasteibakker hanteert het fixeerspuitje om kleurstoffen op bv. gebak te vernevelen. [MOT] (1) Voor borduurwerk bestaan er ook modellen vervaardigd uit glas en andere uit ganzenveren volgens M. Charles en L. Pages,...
Filetstempel (m.)
Handwerktuig dat de boekbinder gebruikt bij het versieren en vergulden van in leer gebonden boeken, meer bepaald het aanbrengen van één of meerdere rechte lijnen of filetten meestal op de rug van het boek. Het werkend deel kan in plaats van een lijn ook uit een lang, smal motief bestaan. De filetstempel heeft een T-vormig, vaak koperen blad (ca. 7,5 - 10 cm) waarvan het dunne (ca. 0,15 mm tot enkele mm) hoofdeinde een bolle snede (diameter ca. 22 - 25 cm) heeft en van een filetmotief (1) voorzien is. Het is bevestigd in een houten hecht. Na verhitting wordt de stempel op het leer - al dan niet voorzien van bladgoud - gedrukt, om een decoratief ontwerp te bekomen. Er bestaan ook modellen waarvan beide uiteinden van de snede in een hoek van 45° zijn afgesneden om een mooi afgewerkte lijn in verstek te creëren. Voor het aanbrengen van gebogen lijnen gebruikt men een filetboog. Zie ook letterschroef, stempel (leer), lijnrol en filetradertje. [MOT] (1) V.D.: s.v. filet; rechte of gebloemde lijn of lijst op het plat...
Flessenborstel (m.)
Borstel om flessen (bv. bier- en wijnflessen, zuigflessen, …) van binnen te reinigen. Meestal bestaat de flessenborstel uit stijf varkenshaar, fiber of nylon dat gevat zit tussen een paar in elkaar gedraaide metaaldraden waardoor men een cilindervormig (diam. ca. 2-7 cm) werkend deel verkrijgt. De gedraaide metaaldraad is op het uiteinde soms voorzien van een oog om het werktuig makkelijk op te hangen of heeft een plastic handvat. Het geheel meet ca. 30-80 cm. Het borsteluiteinde is soms voorzien van een spons (1) of een kwastje. Soms is deze flessenborstel gecombineerd met een speenborstel. Dit model zou (2) te onderscheiden zijn van de lampenglazenborstel die veel zachter is en van de borstel om laboratoriumuitrusting te reinigen. Voor sterk bevuilde flessen bestaat er een bijzonder model (3) met een borsteltje van een bundel stalen of koperen bladveren die eindigen in een achttal draadstalen borsteltjes. Het werkend deel wordt op een koperen stang (ca. 37 cm) met kruk geschroefd. Een buisje rond de stang kan...
Fietssleutel (ringsleutel) (m.)
Kleine samengestelde ringsleutel voor fietsers. Er bestaan twee hoofdvormen. De eerste is een doorboorde plaat (ca. 10-12 cm bij 3 cm), waarop soms een haaksleutel en/of een pensleutel voorzien is. De verschillende ringen kunnen ook in twee vouwbare plaatjes aangebracht zijn; vaak is er dan ook nog een steeksleutel en een schroevendraaier. De tweede vorm, soms doodskopsleutel genoemd, bestaat uit een stang (ca. 11-14 cm) met aan beide uiteinden vier of vijf werkende delen en soms een hamertje. [MOT]
Filetradertje (o.)
Handwerktuig (ca. 20-35 cm lang) dat de boekbinder gebruikt bij het versieren en vergulden van in leer gebonden boeken, meer bepaald om een recht ononderbroken (figuur)motief aan te brengen op het voor- en/of achterplat van het boek. Het filetradertje bestaat uit een koperen of bronzen wieltje (diameter ca. 4,5 - 11 cm) - met een brede rand voorzien van een motief - dat in een metalen beugeltje (1) zit; de stang is met een angel bevestigd in een recht, houten of plastic handvat. Dat kan zowel kort (ca. 10 – 15 cm) als lang (tot ca. 40 cm) zijn. Dat laatste is ontworpen om vanuit de schouder te werken zodat er meer druk op het werkend deel kan gezet worden. Het wieltje kan vervangbaar zijn Na verhitting wordt het werkend deel over het leer – al dan niet voorzien van bladgoud - gerold, om een decoratief motief te bekomen. Een lijnrol daarentegen geeft een lijnpatroon als resultaat. Voor het aanbrengen van lijnen of motieven op de rug van een boek gebruikt men een filetstempel. Zie ook letterschroef, filetboog...
Filetboog (m.)
Handwerktuig gebruikt door de creatieve ontwerper bij het boekbinden om een (vergulde) versiering aan te brengen op de leren boekband. Het betreft hier enkelvoudige lijnen van verschillende lengtes en cirkels of cirkelsegmenten van verschillende diameters. De filetboog heeft vaak een kort (0,6 – 7,6 cm) T-vormig koperen blad, al dan niet gebogen, met een dun (ca. 0,15 mm tot enkele mm) hoofdeinde. Het is met een angel in een houten hecht bevestigd. Na verhitting wordt de filetboog op het leer – al dan niet voorzien van bladgoud - gedrukt, om een (gebogen) lijnmotief te bekomen. Voor het maken van rechte langwerpige motieven gebruikt men een filetstempel. Zie ook stempel (leer), letterschroef, filetradertje en lijnrol. [MOT]
Foliesnijder (m.)
De magazijnier gebruikt de foliesnijder om foliegelaste paletten gemakkelijk te openen. Het plastieken hecht is vrij dun (ca. 1 cm) en buigt aan het uiteinde naar binnen toe. De punt van het naar binnen gebogen uiteinde is plat en spits. Het snijdend onderdeel van de foliesnijder is een stevig scheermesje (ca. 2 bij 4 cm) dat vervangbaar is. Het zit veilig vastgeklemd in de mesgreep. De spitse punt van de foliesnijder haakt men achter de plastieken folie, vervolgens trekt men de foliesnijder in horizontale of verticale beweging naar zich toe. Zo snijdt men met gemak plastieken folies door. [MOT]
Escargottang (v.)
Escargots zijn vaak te warm om met de hand vast te houden en daarom gebruikt men een escargottang. Deze tang heeft gekruiste armen die door een veer dichtgehouden worden. De bek is aangepast aan de vorm van het slakkenhuis, zodat men de escargot goed kan vatten. Door de veer klemt de tang zich rond de escargot wanneer men de armen niet langer dichtknijpt. Het slakkenhuis is nu voldoende gefixeerd om het vlees met een escargotvork eruit te halen. Zie ook escargotschotel. [MOT]
Fietssleutel (alligatorbeksleutel) (m.)
Kleine alligatorbeksleutel met bandenlichter. De bek is langs één zijde getand. [MOT]
Flessenkurker (m.)
Met een flessenkurker kan men een kurk in een fles duwen of slaan. Het kan een houten of metalen holle cilinder zijn die binnenin naar beneden toe smaller toeloopt en met een staaf erin waarop geklopt wordt. De vooraf gekookte kurk wordt langs boven in de flessenkurker gestopt en door een krachtige slag op de kop van de steel in de fles gedreven. De staaf kan ook verbonden zijn met een dubbele hefboom. Door beide handvatten naar beneden te drukken, duwt de staaf de kurk in de fles, die gevat wordt door het V-vormige uiteinde op elk handvat. Handig is het model met kurkknijper. Men plaatst de kurk in de kurkknijper en zet deze op de flessenhals; zijn kaken zijn aangepast aan de vorm van een kurk. Vervolgens drukt men de hendel die op één van de armen van de kurkknijper bevestigd is, naar beneden. Zo duwt een staaf de kurk doorheen de bek van de kurkenknijper, in de fles. Deze staaf kan in- of uitgeschroefd worden, al naargelang de lengte van de kurk. Zwaardere modellen kunnen op tafel gezet of aan de tafel vastgeschroefd...
Garde (v.)
Keukengerei dat meestal uit een stel staaldraadlussen bestaat waarvan de uiteinden in een handgreep samenkomen en waarmee men eiwit tot zware room kan kloppen (1). Het handvat kan van hout, kunststof of eveneens van staaldraad zijn. De grootte (15-35 cm) en de buigzaamheid variëren naargelang het werk dat ermee gedaan moet worden. Omdat eiwit erg licht is en vele malen in volume kan toenemen, moet het worden opgeklopt met een grote, lichte, bolvormige garde met ietwat flexibele draden. Zwaar deeg, dik roomijs of béchamelsaus worden het best met een langgerekte, onbuigzame garde van zwaardere en sterkere staaldraad gemend, geëmulgeerd of belucht. Eenvoudige modellen bestaan uit één of meerdere staaldraad(en) in de vorm van een lepel of een vork, al dan niet omwonden met zeer buigzame draad. Ze worden gebruikt voor het mengen van kleine hoeveelheden of het kloppen van eigeel. Deze modellen, die alle hoekjes van de pan kunnen bereiken, worden soms ook als eierscheplepel gebruikt. Er bestaan ook gardes van buxus...
Gazonbeluchter (roller) (m.)
Een veel belopen gazon blijft mooi groen als men het met een gazonbeluchter bewerkt. Door verdichting van de grond tegen te gaan worden genoeg lucht, water en meststoffen bij de wortels toegelaten. Er bestaan verschillende middelen om het gazon te verluchten. Eén model van gazonbeluchter bestaat uit twee wielen die met elkaar verbonden zijn door een 6-tal stangen (ca. 35 cm), voorzien van ijzeren pinnen (ca. 8 cm; diam. 0,6 cm), en een beugel met beschermkap en steel (ca. 100 cm). Als men het werktuig over het gazon vooruitduwt komen de pinnen - om de ca. 5-10 cm - met een hoek van ca. 30° in de grond terecht en worden d.m.v. een veersysteem terug op hun plaats gebracht. Een ander model is gewoon een bespijkerde houten rol die d.m.v. een beugel aan een houten steel is bevestigd (1). Voor een klein gazon kun je ook een gazonbeluchter (zolen) gebruiken. Nog veel arbeidsintensiever is het als je een gazonbeluchter (prikker) gebruikt. Het werktuig - gelijkend op een poothout - is voorzien van 2 à 4 kegelvormige of...