ID-DOC: algemeen zoeken

Hieronder kan u een algemeen trefwoord invoeren en een algemene zoekactie doen. 

Geef ons een seintje als je problemen ondervindt met deze pagina via info@mot.be.

Zoek naar: werktuig


Zoekresultaten 451 - 500 1,387 resultaten gevonden
Zalmraper (m.)
Met een zalmraper kan men makkelijk visfilets opscheppen en serveren. Het is een langwerpig (ca. 25 cm), gaffelvormig plastic handwerktuig met een recht hecht. De twee kaken bevinden zich op zeer korte afstand van elkaar, zodat er net een dunne visfilet tussen kan. De éne kaak is plat met een spits uiteinde; de andere is iets korter, rond en eveneens met een smaller toelopend uiteinde. De platte kaak wordt onder de vis geschoven die nu vastzit tussen beide kaken en als zodanig geserveerd kan worden. Met een vork kan hij van de zalmraper genomen worden. [MOT]
Lijnrol (o.)
Handwerktuig (ca. 20-35 cm lang) dat de boekbinder gebruikt bij het versieren en vergulden van in leer gebonden boeken, meer bepaald om rechte of gebogen (1) ononderbroken lijnen aan te brengen op het voor- en/of achterplat van het boek. De lijnrol bestaat uit een smal koperen wieltje (diameter ca. 2 - 9 cm) dat in een metalen beugeltje (2) zit; de stang is met een angel bevestigd in een recht, houten of plastic handvat. Dat kan zowel kort (ca. 10 – 15 cm) als lang (tot ca. 33 cm) zijn. Dat laatste is ontworpen om vanuit de schouder te werken zodat er meer druk op het wieltje kan gezet worden. Het wieltje kan vervangbaar zijn. Bij de meeste modellen is het wieltje voorzien van een inkeping al dan niet in V-vorm, om mooi afgewerkte kaders te maken met lijnen in verstek. Voor het aanbrengen van lijnen of motieven op de rug van een boek gebruikt men een filetstempel. Na verhitting wordt het werkend deel over het leer - al dan niet voorzien van bladgoud - gerold, om een motief van 1 tot 4...
Leidekkershamer (m.)
Hamer (400-800 gr) die door de leidekker gebruikt wordt bij het dekken of herstellen van een leiendak. Het is een samengesteld werktuig dat aan één zijde een puntig einde heeft - waarmee gaten voor de spijkers in de leien worden geslagen - en aan de andere zijde een hamereinde waarmee de leinagels in het hout worden geslagen. In het midden, tussen de twee uiteinden, kan er een peervormige uitsnijding aanwezig zijn waarmee nagels kunnen uitgetrokken worden. Een andere mogelijkheid is dat er aan de bovenzijde een uitsprong met een V-vormige uitsnijding is. Tussen het werkend deel en de hamersteel is er - aan één of beide zijden - een scherpe zijde waarmee de leien op maat gekapt worden. Dat gebeurt met behulp van een leidekkersbrug. [MOT]
Lijmijzer (o.)
Het lijmijzer dient tot het warmen van de gestolde lijm onder een fineerblad en desnoods om grote stukken te warmen voor het lijmen (1). Het bestaat uit een metalen rechthoekig blokje (ca. 10/15/1-2 cm), vaak puntig aan het uiteinde, en een schuin (ca. 135°) metalen hecht van ca. 30 cm. Niet zelden wordt voor zwaarder werk een massief strijkijzer of zelfs een biljartstrijkijzer gebruikt. De vakman warmt het ijzer op een kachel en laat het op het fineerblad glijden waar de lijm hard is geworden. Zo nodig drukt hij er met zijn plakhamer (2) op. De week geworden lijm wordt met dat laatste werktuig opengestreken (3). [MOT] (1) VAN KEIRSBILCK 1898: 263. (2) Bv. ROUBO: 3. 852. (3) Nu bestaan er elektrische plakhamers die het lijmijzer vervangen.
Leghaak (m.)
Nadat men met de buizenlepel de drainsleuf nauwkeurig heeft afgewerkt, kan de arbeider, die op de rand van de sleuf - of er dwars over - blijft staan, de draineerbuizen met een leghaak erin laten zakken en ze tegen de andere aandrukken. De leghaak bestaat uit een haaks of C-vormig gebogen ijzeren stang (ca. 20-30 cm) die door middel van een dille aan een lange (ca. 180-230 cm) houten steel is bevestigd. Deze wordt in de holle draineerbuis (buitendoorsnede ca. 7-10 cm; lengte ca. 30 cm) gestoken. Voor het plaatsen van draineerbuizen die met elkaar verbonden worden door een ronde ring, gebruikt men een gelijkaardig model (1) voorzien van twee schijven waarvan de ene in de ring past en de grotere hem tegenhoudt. De afstand tussen beide is gelijk aan de helft van de breedte van de ring zodat deze beide draineerbuizen evenveel zal overlappen. Soms is er maar één enkele schijf (de kleinste). In dat geval is de afstand tussen die schijf en de knik gelijk aan de helft van de breedte van de ring....
Margrietje (v.)
Het margrietje (1) is een metalen, meestal messing, steeksjabloon met een diameter van ca. 5 cm, om met gekleurd garen bloemenmotieven te naaien in de vorm van margrietjes. Deze werden verwerkt in bv. bovenkleding en borduurwerk.Wanneer de bloem is afgewerkt, kan je door een korte draai aan de knop de priempjes naar binnen klikken, zodat de lusjes vrijkomen, waarop je de bloem eenvoudig uit het patroon kan halen (2).Tot hetzelfde doel zijn ook diverse sjablonen en toestelletjes in kunststof ontwikkeld, zowel voor hobbyisten als knutselaars en kinderen. [MOT](1) Eigen benaming onbekend.(2) Het gebruik wordt getoond in deze cataloog uit 1970 en in dit filmpje.
Marmertang (v.)
De marmertang wordt door de marmerwerker gebruikt om stukjes van marmerplaten (tot 3 cm dikte) af te knijpen (1). De oneffenheden worden daarna met het bordijzer verwijderd. De marmertang bestaat uit twee brede (ca. 3 cm) kaken met scherpe snede evenwijdig aan elkaar en haaks op het vlak van het werktuig. De opening tussen de twee kaken kan door stelschroeven aangepast worden van ca. 0,5 cm tot ca. 3 cm. De armen bestaan uit dubbele hefbomen. Zie ook dakpantang en tegeltang. [MOT] (1) Een jop wordt gebruikt bij harde steensoorten en marmerplaten dikker dan 3 cm om de overtollige steen af te slaan met behulp van een steenhouwersvuist.
Manenkam (m.)
Een manenkam is een korte kam met lange dikke tanden (ca. 2 - 3,5 cm lang, 1 mm dik) van hoorn, brons, koper of aluminium waarmee stof en stro uit de manen van een paard verwijderd worden; men raadt af dat werktuig te gebruiken voor de staart omdat het de haren zou uitrukken (1). Een bijzonder model is bevestigd op een kort handvat dat haaks op het vlak van het werktuig ligt (2). Zie ook roskam. [MOT] (1) BENOIST-GIRONIERE: 114. (2) Nouveau Larousse Illustré: s.v. peigne.
Luizenkam (m.)
Een luizenkam is een plastic, hoornen of metalen kam met hele fijne (ca. 1 mm), tegen mekaar staande tanden. Hij wordt gebruikt om neten uit haren te verwijderen. Doordat de tanden tegen mekaar staan, kunnen de neten er niet doorheen en worden ze uit het haar gekamd. [MOT]
Maatlepel (m.)
Lepel (ca. 30 cm lang) met een eivormig blad en een steel met een houten handvat. In het blad zijn vier cirkels gemarkeerd die de maat van thee- en eetlepels aanduiden. Er is een tuitje om het uitschenken te vergemakkelijken. Zie ook sauslepel. [MOT]
Malietang (v.)
De schoenmaker zet de malie of de nestel op de veter met een malieroller of met deze malietang. Hij plaatst dit ijzeren bandje op de veter om het uitrafelen te voorkomen en het rijgen te vergemakkelijken. De kaken zijn licht uitgehold voor de ronding van de nestel. [MOT]
Neusknijper (m.)
Wanneer een stier niet geringd is, kan de veehouder hem onder controle houden met behulp van een neusknijper. Hij plaatst de tang op het tussenschot in de neus van het dier en drukt de armen dicht. De stier moet het hoofd stil houden om geen pijn te lijden. De kaken van een neusknijper zijn breed en rond. Ze eindigen in twee bollen om het tussenschot niet te kwetsen. De tang kan bestaan uit twee hefbomen van de eerste soort (bv. MOT V 91.0677 – zie ook glossarium) waarbij de armen meestal eindigen in een oog, zodat de veehouder er een touw of een leidstok kan aan bevestigen. De neusknijper kan ook bestaan uit twee hefbomen van de derde soort (zie glossarium) waarbij een ring over de armen schuift om de kaken al dan niet dicht te drukken (bv. MOT V 83.0399). Soms is die ring gecombineerd met een bladveer (bv. MOT V Dv 0011) of vervangen door een springveer (bv. MOT V 96.0283). Bij een ander model wordt de afstand tussen de kaken van de tang geregeld door een stelschroef (bv. MOT V 91.0679)....
Noodhamer (m.)
Een noodhamer is een klein (ca. 15-20 cm), metalen of plastic hamertje waarvan de cilindrische kop aan beide uiteinden een conisch, metalen dopje heeft of een conisch uiteinde combineert met een wigvormig. Je vindt deze hamer in veelvoud in bussen en treinen, tussen de vensters aan de wand geklemd. In geval van nood kan daarmee securit glas ingeslagen worden. Ook voor in de wagen bestaat er zo'n noodhamer. Die zit in een plastic houdertje, dat met uitschuifbare pennen aan de bekleding van de wagen vastgemaakt kan worden. Aan één uiteinde van het werktuig bevindt zich een hamerkop en aan het andere een noodgordelsnijder. Op de houder zit ook nog een fluorescerend dopje, opdat je de hamer makkelijk in het donker zou weten te vinden, met een naaldje waarmee de ruitensproeier schoongemaakt kan worden. Zie ook reddingsmes en brandweerbijl. [MOT]
Nevelspuit (hand) (v.)
IJzeren, koperen of plastic spuit met reservoir (0,250 - 0,5 l), die door onderdruk werkt: de door de pomp veroorzaakte luchtstraal, zuigt de vloeistof omhoog en verspreidt ze in heel fijne druppeltjes. De nevelspuit dient om de bladeren van planten te bevochtigen en om een bestrijdingsmiddel tegen parasieten, schimmels, onkruiden of vliegen toe te dienen. Zie ook kasspuit. [MOT]
Nekschuiertje (o.)
Borsteltje van de kapper om de achtergebleven haartjes zorgvuldig en zacht uit de nek van de cliënt te verwijderen tijdens en na het knippen van het hoofdhaar. "Terwijl men de kwast heel losjes op één kant houdt, wipt men telkens zacht de haren uit de nek. Men let er daarbij op, dat deze zich niet in de oren nestelen." (1). Het nekschuiertje is meestal een kleine, afgeplatte, ovale borstel (ca. 10-12 cm breed) met kort handvat en zachte borstelharen - uit varkens-, geitenhaar of nylon - van ca. 7-10 cm lang die tussen de huid en de kraag kan worden geschoven. De ronde modellen zijn te onderscheiden van de scheerkwast. [MOT] (1) Uit VAN UDEN: 84.“Vroeger toen de nekborstel nog niet bestond, werden de haren er met de kam uitgewipt of er met blazen uit verwijderd.”
Nietenkapper (m.)
Volledig metalen werktuig met aan een uiteinde een kort (ca. 2,5 cm) blad, driehoekig in doorsnede en meestal voorzien van een enkele vouw, en aan het andere uiteinde een driehoekvormig afgeplatte punt dat als hoefijzerdoorslag (1) wordt gebruikt, of een onderkapper. Soms bestaat het werktuig enkel uit het kort blad  en het handvat uit twee stukken hout die op een tong bevestigd zijn. Bij het afnemen van het oude hoefijzer worden eerst de 'nieten', dit zijn de omgebogen uiteinden van de hoefnagels, met de nietenkapper afgeslagen zonder de hoornwand te beschadigen. Daarna vat de hoefsmid het hoefijzer met de kaken van de hoeftang. De snede van de nietenkapper wordt onderaan tegen de niet gezet, het vlakke deel tegen de hoef, zo dat men met een slag van de hamer op de nietenkapper de 'niet' omhoog buigt en al dan niet afslaat. [MOT] (1) Dit om onafgewerkte nagelgaten in het verhitte hoefijzer te openen of groter te maken.
Nietjestang (v.)
Men brengt nietjes aan met een nietmachine en men verwijdert ze indien nodig met behulp van een nietjestang. Er bestaan verschillende nietjestangen, die echter volgens hetzelfde principe werken. De kaken van het model dat men met twee vingers kan bedienen, eindigen in dubbele puntige haken. Men schuift ze onder het nietje en drukt het werktuig dicht. Men verwijdert zo het nietje. De kaken van het model dat men met de hand bedient, eindigen in een rechthoekig staafje en een driehoek. Deze laatste is naar binnen geplooid en staat haaks op het papier. Men schuift de driehoek onder het nietje en drukt eveneens het werktuig dicht om het nietje te verwijderen. [MOT]
Nietmachine (v.)
Papier kan men nieten met een nietmachine. Men plaatst het papier tussen de kaken en drukt het werktuig dicht. De armen van het nietje worden door het papier gedrukt en dichtgevouwen. Sommige nietmachines houdt men in de hand; andere plaatst men best op tafel. Vaak zit er aan de zijkant ook een plat staafje op gemonteerd om nietjes te verwijderen. Men kan hiervoor echter ook een nietjestang gebruiken. [MOT]
Neusboorschaaf (v.)
Boorschaaf waarvan de beitel niet in het midden maar in het voorste uiteinde door het blok steekt of op dat blok ligt (1). Met de neusboorschaaf kan in hoeken geschaafd worden (2). [MOT] (1) MASVIEL: 113. (2) In dat laatste geval spreekt ZWIERS: 2.123 van een neusschaaf.
Nageltang (v.)
Teennagels kan men makkelijk knippen met een nageltang. Net als bij de zaknageltang zijn de kaken scherp. De benen zijn gekruist en soms zorgt een veertje op één van de benen ervoor dat de tang automatisch geopend wordt. [MOT]
Plaggenzeis (v.)
Handwerktuig met zwaar, halfrond (ca. 25 bij 12 cm) blad dat door middel van een dille haaks op een houten steel (ca. 100 cm), met handvat, is bevestigd. Met de plaggenzeis hakt men - in tegenstelling tot de zeis waarmee wordt gesneden - zoden (plaggen) los op de heide. Ze werden in de zon gedroogd en als strooisel gebruikt om de mest in de potstal (1) aan te lengen en de vloeibare uitwerpselen goed op te slorpen. [MOT] (1) Stal in de Kempen waarbij de vloer, waar de koeien opstaan, ca. 75-100 cm lager ligt dan de werkvloer. De mest stapelt zich onder de voeten van het vee de hele winter op.
Pleistertroffel (m.)
"Werktuig dat de metselaar gebruikt voor het afpleisteren van stoepen, kelderkoekoeken (d.i. een keldergat) en dergelijke kleine muuroppervlakken." (1) De stukadoor gebruikt het voor allerlei werkzaamheden zoals o.a. kalk of mortel glad strijken op moeilijk bereikbare (kleine) oppervlakken, inwendige hoeken bijwerken, enz. De pleistertroffel bestaat uit een klein (ca. 7-10 cm) metalen blad dat met een omgebogen steel aan een recht hecht is bevestigd. Het blad is ofwel driehoekig met een spitse of stompe punt ofwel langwerpig en afgerond. Zie ook metselaarstroffel. [MOT] (1) JELLEMA: 30.
Ploegstok (m.)
Handwerktuig om tijdens het ploegen de ploegschaar en het rister te ontdoen van planten, aarde of mest, om de mest in de voor te duwen, om de eg bij te sturen, om op het kader van de eg te drukken zodat ze dieper in de grond zakt op plaatsen waar de grond meer weerstand biedt, om aardkluiten te breken na het eggen en om de eg schoon te maken. Het werkend deel van de ploegstok bestaat uit een kleine ijzeren spatel (breedte ca. 5-8 cm), op de hoeken licht afgerond en een dille met veer waarin een lange steel (ca. 100 cm) steekt. Eenvoudige modellen bestaan uit een gaffelvormige tak (1) of uit een stok waarvan het dikste uiteinde is afgeschuind.  Soms is de ploegstok gecombineerd met een prikstok met 1 tand. [MOT] (1) Volgens LEGROS: 112 kan deze tot 2,5 meter lang zijn.
Platenborstel (m.)
De platenborstel is een wisser om vinyl muziekplaten schoon te maken door stof en vingerafdrukken af te vegen zonder de plaat te beschadigen. Een model bestaat uit een rechthoekig en afgerond eikenhouten blokje met een zacht vilten borstelvlak, doorgaans zwart. Hij gelijkt enigszins op een bordenwisser. Aan één korte zijde is een gleuf voorzien om de bijhorende schoonmaakvloeistof op te bergen. Andere modellen hebben bleek geitenhaar of fluweel. Er zijn ook diverse modellen in carbon en kunststoffen ontwikkeld. De meeste hebben antistatische eigenschappen om de plaat van zijn statische lading te ontdoen. Soms zit het werktuig in een set met een kort borsteltje voor de naald van de platenspeler. [MOT]
Plumeau (m.)
De plumeau is een lichte stoffer, bestaande uit een rechte houten of plastic steel, met aan het uiteinde een reeks veren of pluimen. Deze waren van oorsprong natuurlijke veren (bv. struisvogel, nandoe) maar zijn nu vooral uit kunststof gemaakt. Ze zijn meestal zeer kleurrijk. De plumeau dient voornamelijk om in het interieur onregelmatige, moeilijk bereikbare en kwetsbare oppervlakken en breekbare voorwerpen te ontstoffen, zoals meubels, schilderijen, vazen, lampen, enz. Het stof blijft door elektrostatische energie hangen en dient nadien te worden uitgeklopt. Zie ook de ragebol. [MOT]
Pomphaak (m.)
Werktuig waarmee de pompemmer of pompbos uit een waterpomp getrokken kan worden. Dat gebeurt voor het vriezen om de pomp af te laten, of wanneer de emmer hersteld moet worden. De pomphaak die wordt gebruikt bij een gietijzeren waterpomp bestaat uit een dubbele ijzeren haak, ca 80-100 cm lang, met meestal een brede ring als handvat. Het model gebruikt voor een houten waterpomp is volledig uit ijzer en eindigt in een stompe haak. Hij is niet te verwarren met de hooihaak. [MOT]
Polka (m.)
De polka is een betrekkelijk licht (1,7 tot 2,5 kg) handwerktuig van de steenhouwer. Hij sluit nauw aan bij de vlecht qua vorm en functie maar hij is lichter en dient eerder om zachtere steensoorten te bewerken. Hij heeft doorgaans één, uitzonderlijk twee horizontale bijlvormige uiteinden. De sneden staan dus meestal haaks op elkaar. De horizontale snede wordt gebruikt voor de oppervlaktebewerking van panelen en reliëfs en voor oppervlakken die men met de vlecht of beitels moeilijk kan bereiken. (1) De polka is niet te verwarren met het metselaarshouweeltje (décintroir) waarvan de sneden ook haaks op elkaar staan. [MOT] (1) Er zouden ook modellen bestaan met vervangbare snedes.Taille de la pierre, guide pratique: 34-35. BESSAC: 52-53.
Plooimangeltje (o.)
Met een plooimangeltje worden plooien in kragen e.d. aangebracht. Het bestaat uit twee - meestal koperen - holle gegroefde cilinders die horizontaal op een plaat gemonteerd staan. In deze cilinders steekt men bouten die op de kachel verwarmd werden. Aan één van deze cilinders is een draaizwengel bevestigd. De stof wordt tussen de cilinders geperst. Er kan ook een beugel aanwezig zijn waarmee het apparaat op de tafelrand kan vastgeklemd worden. In kleinere kledingstukken kan men ook plooien aanbrengen met een plooischaar of een pijpschaar. [MOT]
Pleisterspaan (v.)
De pleisterspaan wordt door de stukadoor gebruikt bij het afwerken van wanden en plafonds. Het werktuig heeft een langwerpig rechthoekig, of driehoekig blad (ca. 28 cm) met afgeronde punt. Het is vervaardigd van dun staal dat soepelder is dan dat van de raapspaan. De randen van de pleisterspaan zijn vrij scherp. Daarom wordt de spaan in een schede bewaard, ter voorkoming van beschadigingen die onmiddellijk in het pleisterwerk zichtbaar zouden zijn. [MOT]
Plooischaar (v.)
Vroeger bracht men de plooien in mutsen, kant, e.d. aan met een opgewarmde plooischaar. Haar bek is breed en binnenin gegolfd. Men kon ook een pijpschaar gebruiken, maar haar bek is smaller en bestaat uit twee lange ronde staafjes. Grotere stukken haalde men door een plooimangeltje. [MOT]
Plombeertang (v.)
De plombeertang dient om de loodjes dicht te knijpen wanneer men iets verzegelt. De bek wordt gevormd door een kussen en een stang, die door een houder op dezelfde arm als het kussen glijdt en door de andere arm tegen het kussen gedrukt wordt. In beide delen van de bek is een stempel gegraveerd, die meteen in het lood gedrukt wordt. De plombeertang wordt soms gecombineerd met een zijkniptang zodat men met hetzelfde werktuig het zegel kan aanbrengen en de staaldraad doorknippen (1). Om te verzegelen gebruikt men ook vaak blikjes, waar het merk reeds ingedreven is. Men drukt deze dicht met behulp van een plombeertang met holronde kaken. Zo beschadigt men het blikje niet. De bek wordt eveneens gevormd door een kussen en een stang, die door een van de armen tegen het kussen geduwd wordt. Zie ook draadkniptang. [MOT] (1) Catalogus SETON 2006: 90, 153.
Pook (kachel) (m.)
De kachelpook is een ijzeren ronde of platte staaf (ca. 40-100 cm) met een puntig - al dan niet omgebogen - uiteinde, die gebruikt wordt om het vuur in een open haard, in een kachel, een verwarmingsketel of een oven aan te wakkeren. Meestal eindigt de pook in een haak of een ring waarmee men hem kan ophangen. Voor de openhaard of de ketel bestaan er stellen met een pook, een rakelijzer, een vuurschop (stoker) en een sinteltang of een vuurtang.  De kachelpook is te onderscheiden van de kachelhaak. [MOT]
Platenbuigtang (v.)
De zinkwerker en de blikslager buigen, op de werf, de randen aan platen met behulp van een tang met platte, brede bek. Die bek kan zowel in hetzelfde vlak als de armen liggen als haaks (1) op de armen staan. De platenbuigtang (2) bestaat in verschillende formaten: het kleine model is zo'n 20-30 cm lang en zijn bek, 3,5-8 cm breed; de grote tang (3) is 45-55 cm lang, en haar bek 10 tot 20 cm breed. Omdat de bek in dat laatste geval te zwaar zou zijn indien hij, zoals bij de kleine tang, geleidelijk breder zou worden, is hij T-vormig. Sommige modellen kan men makkelijk hangen met de haak op het eind van één van de armen. Een bijzonder model is van een verstelbare geleider voorzien (4). [MOT] (1) TABAK: 102-103 laat een "Meelis" platenbuigtang zien om de kraal van een dakgoot te buigen. (2) Ook wel felstang genoemd (''Tech-term'': 33). Mogelijk is de bekledingstang uit ''Tech-term'': 33, gebruikt om te bekleden met lood, een grote platenbuigtang. (3) Ook dektang genoemd (TABAK: 96). (4)...
Polijstijzer (o.)
Het polijstijzer is een handwerktuig dat bestaat uit een ijzeren middenstuk met aan beide uiteinden een houten handvat. De totale lengte varieert tussen 35 en 45 cm. De schoenmaker gebruikt het - net zoals de bollikker - om glans te geven aan het leder, vooral aan de zool en hiel. Doordat er twee handvatten zijn, kan men echter meer druk uitoefenen dan met de bollikker. Het middenstuk kan verscheidene vormen aannemen: halfrond of ovaal in doorsnede, ei- of bolvormig met een trapje aan één zijde, specifiek om de concave zijden van de hiel te polijsten. [MOT]
Poolklemspreider (m.)
Voordat men de klemmen op de polen van bijvoorbeeld een autobatterij weer aanbrengt, is het gewenst om ze eerst met de poolklemspreider te reinigen, d.i. het vastgezette accuzuur verwijderen, en ze bovendien iets te verwijden zodat men zeker is dat ze voldoende ver over de accupool grijpen. De poolklemspreider is een tang waarvan de conische halve cilindervormige bekken (ca. 4-8 cm), met gekartelde buitenomtrek, haaks op de armen staan. Tussen laatstgenoemde bevindt zich soms een veer. Bij het dichtdrukken van de armen vormt zich een V-vormige opening tussen de twee bekken.  Zie ook de accupoolreiniger. Om de poolklemmen te verwijderen, gebruikt men een poolklemtang. [MOT]
Pompboor (boortuig) (v.)
Boortuig die in een heen- en weergaande beweging wordt gebracht door een touw dat op en afrolt rond een spil met onderaan een vliegwiel en een boorhouder. Het touw steekt door een opening bovenaan de spil en beide uiteinden zijn vastgemaakt aan een dwarshout waar de spil doorsteekt. Het vliegwiel zorgt voor extra stuwkracht. De pompboor wordt gebruikt om in harde materialen zoals steen of metaal te boren (1). De kleinere pompboren worden door juweliers gebruikt. Soms is het vliegwiel vervangen door een steen (2). [MOT] (1) Bij zachte houtsoorten zou de boor vast komen te zitten in het hout en zo beletten dat het vliegwiel het touw terug opwindt. (SALAMAN 1976: 191). (2) SELLENS: 82.
Pollepel (m.)
Met een pollepel roert en schept men soep, saus, beslag e.d. Hij heeft een komvormig metalen blad aan een rechte lange steel die vaak in een haak of oog eindigt. Soms heeft de pollepel een houten handvat. De steel is lang om goed tot bij de bodem van een diepe pan te geraken. De grootte varieert (ca. 8-16 cm doorsnede; ca. 25-63 cm lang). Te onderscheiden van de loodlepel. [MOT]
Poolklemtang (v.)
Wanneer men de bouten van de accupolen van een batterij (bv. een autobatterij) losschroeft, kunnen de poolklemmen nog aan de accupolen vastzitten door vuil en lekkend accuzuur. De poolklemtang heeft een gaffelvormig uiteinde om stevig rond de poolklem te grijpen. Met de hefboom kan men de klem vlot verwijderen. (1) Om de poolklemmen te reinigen en terug aan te brengen op de accupolen, hanteert men een poolklemspreider. De poolklemtang is te onderscheiden van de klepveertang. [MOT] (1) C. BUITER, Gereedschapskennis voor de opleiding van leerling- en hulpmonteurs, Rotterdam, 1951, 126-128.
Pijpschaar (v.)
Ondanks haar naam is de pijpschaar een tang. Men warmde de kaken op om kant e.d. te pijpen of er plooien in aan te brengen. De bek bestaat uit twee ronde lange staafjes. Soms draaide men touw rond de ogen van de armen om de handen te beschermen tegen de warmte. De plooischaar kon meerdere plooien tegelijkertijd aanbrengen. [MOT]
Poothout, pootijzer (o.)
Handwerktuig bestaande uit een houten of ijzeren steel (ca. 25-70 cm) eindigend in één (1) of meerdere kegel- of wigvormige punt(en) (diam. ca. 4 cm) (2). De punt kan zowel van hout, met ijzer bekleed of volledig uit ijzer zijn. Het L-vormig, D-vormig, T-vormig of knopvormig handvat (3) kan uit hout, plastic of ijzer zijn. (4) Sommige (kleine) modellen zijn volledig uit aluminium vervaardigd en kunnen gecombineerd zijn met een plantschopje (5). De grotere poothouten zijn soms voorzien van een voetsteun (bv. V 2009.0421) (6). Een model (bv. V 2023.0003) met brede (8 cm) afgeplatte ijzeren punt dient om aardbeien te poten en tegelijk het beschermdoek ter plaatse te doorboren. Een bijzonder model, waarvoor we de benaming plantplankje voorstellen, bestaat uit een houten plank waar, langs de ene zijde, een reeks houten pennen op gelijke afstand in bevestigd is, en die aan de andere zijde, voorzien is van een rechte houten steel (7). Het poothout wordt gebruikt om plant- of pootgaten met gelijke...
Pomplepelboor, -schroefboor, -schulpboor (v.)
Om houten buizen of de buis van een houten pomp uit te hollen, worden avegaars gebruikt waar, tussen boorijzer en kruk, metalen stangen kunnen bijgevoegd worden, zodat de drie tot vijf meter lange stam doorgeboord kan worden (1). In tegenstelling tot de andere avegaars, is de stang van het boorijzer maar enkele centimeter lang (7-15 cm). Zij is rechthoekig gesmeed met een gat, om te passen in de dille van een verlengstuk waarin zij door een ijzeren pen of een bout bevestigd is. De pomplepelboor en de pompschroefboor dienen enkel om een klein gat met steeds dezelfde middellijn te boren. Daarom is het boorijzer soms op een zeer lange stang gesmeed zodat geen verlengstuk nodig is. De kruk is gewoonlijk van hout maar een kruisvormige kruk, gedeeltelijk van metaal, wordt soms aangewend (2). Twee verschillende soorten van boorijzers zijn voor het uithollen van een pompbuis nodig. Een neuslepelboor of een schroefboor (3) om een gat met kleine middellijn door het stuk te boren (4), en een stel...
Pootboor (v.)
In tegenstelling tot het poothout wordt met de pootboor een gat in de grond gemaakt door deze te verwijderen. Het gat is steeds even groot en diep. Ideaal voor het (ver)planten van (grotere) bolgewassen en planten waarbij de wortels niet ontbloot mogen worden. De pootboor is ofwel een holle, al dan niet gesloten (1), metalen cilinder van verschillende diameter (ca. 4-18 cm) - soms boven iets wijder dan onder - met bovenaan een ijzeren, houten of plastic handvat, waartussen zich al dan niet een steel (ca. 20-40 cm) bevindt. Bij sommige modellen bestaat de cilinder uit twee helften die langs beide zijden door scharnieren met elkaar zijn verbonden. Langs één zijde heb je de mogelijkheid om een stalen pen uit de scharnier te verwijderen zodat de cilinder opendraait (2). Bij andere modellen, waar de snede door tandjes kan vervangen zijn, bestaat de cilinder uit twee helften die van elkaar verwijderd kunnen worden (3)(zie ook planttang). Aan de buitenzijde van de cilinder kan een maatverdeling...
Priem (m.)
Handwerktuig om gaatjes in hout (1) te steken. Het gaat om een ronde of vierkantige, soms driehoekige metalen punt van ca. 5-20 cm, die in een houten of kunststof hecht van ca. 10-15 cm steekt. De Japanse priem (Japans: tatsupu horuda) is kegelvormig en lijkt op het splitsijzer. Ze is zo'n 14 cm lang en ongeveer 2,5 cm dik. Het houten handvat past in een dille. Er wordt op de priem in de theorie niet geslagen, behalve met de hand. Ze wordt enkel gebruikt om kleine en ondiepe gaten te maken, bv. voor schroeven. Niet zelden vervangt ze de afschrijfpunt. [MOT] (1) Om gaten in leer te steken, gebruikt de leerbewerker een els. In een zeil steekt de zeilmaker een zeilpriem.
Potloodslijper (m.)
Metalen of plastic blokje (ca. 2,5-3 cm bij 1,5-2 cm) met een kegelvormige opening aan één van de korte zijden, en met een rechthoekig ingezet mesje. Men steekt de punt van het potlood in de opening en draait het potlood rond totdat de punt aangescherpt is. Er bestaan ook potloodslijpers met twee openingen van verschillende grootte, voor potloden van verschillende diameter. Een ander model bestaat uit een kegelvormig hulsje met een rechthoekig klemmetje, waarin precies het mesje van een veiligheidsscheermes past. Wanneer het mesje versleten is, kan men het vervangen door het klemmetje los te schroeven. Op kantoor gebruikt men vaak een automatische potloodslijper, die men veelal aan het bureaublad kan bevestigen. Wanneer men daar een potlood in steekt, draait het mesje rond, en wordt de punt geslepen. Zie ook zakmes. [MOT]
Prikstok 1 tand / Prikstok 3 tanden (m.)
De prikstok met 1 tand wordt gebruikt om bespannen ossen aan te sporen of bij te sturen; de landbouwer loopt dan meestal naast de voorste ossen mee (1). In de Camargue (Frankrijk) wordt een prikstok met 3 tanden gebruikt om runderen of paarden bijeen te drijven door ze te prikken of te bedreigen. De prikstok met 1 tand is een lange (ca. 140-300 cm) stok, veelal uit hazelaar of lijsterbes, waarbij één uiteinde is aangescherpt tot een punt, of voorzien is van een fijne ijzeren punt, meestal een afgeknipte spijker. Het werkend deel van de prikstok in de Camargue bestaat uit drie korte (ca. 3 cm) tanden, verdeeld over een breedte van ca. 10 cm, met een dille (ca. 10 cm lang) waarin een steel van ca. 2-3 meter steekt. Soms is de prikstok met 1 tand gecombineerd met een ploegstok (2). [MOT] (1) Wanneer de Lappen op hun slee met 2 lopers zitten, maken ze gebruik van een lange (ca. 4 m) prikstok om de rendieren te mennen. (2) Bv. LEGROS: 113.
Potlood (o.)
Het potlood is een algemeen bekend voorwerp maar de houtbewerkers gebruiken doorgaans een plat potlood en geen rond (1), dat niet wegrolt. Om het gemakkelijker in de spaanders weer te vinden is het meestal rood geschilderd. Zie ook zakmes. [MOT] (1) Volgens LEBEER: 165 is het potlood plat voor de stoelenmaker en rond voor de schrijnwerker.
Prikradertje (schoenmaker) (o.)
Het prikradertje (ca. 20 cm lang) van de schoenmaker heeft een metalen wieltje (ca. 2 cm doorsnede) met scherpe puntige tanden, dat in een U-vormig beugeltje aan het uiteinde van een metalen schacht bevestigd is; de schacht zit met een angel bevestigd in een houten hecht. Het wordt gebruikt om op het leder de gaatjes te markeren waar later de els doorheen moet. De afstand tussen de tandjes varieert naargelang de gewenste afstand tussen de steken. Zie ook prikradertje (zadelmaker) en prikradertje (voor sjablonen). [MOT]
Slijpsteen (m.)
Fijnkorrelige cilindervormige zand- of kunststeen (10-80 cm), op een as geplaatst, voor het slijpen van gereedschappen (1). Aan één uiteinde van de as is een draaikruk bevestigd zodat de steen met de hand in beweging gebracht kan worden. De steen draait in een bak (2) met water om het slijpsel af te voeren en zo de steen proper en scherp te houden. Het water zou er ook voor zorgen dat het stuk koel blijft. Het geheel wordt vaak op een onderstel bevestigd; andere kunnen opgeborgen worden in een houten koffer. De rondtrekkende scharenslijper gebruikte meestal een slijpsteen die op een stootkar, kruiwagen of fiets stond. Sommige slijpstenen worden ook wel met de voet, met behulp van een pedaal, aangedreven. In dat geval kan de slijper zelf de steen in beweging brengen, anders moet dit werk door een tweede persoon uitgevoerd worden. Sommige slijpstenen hebben ook een houten of ijzeren steun om het werktuig vast te zetten terwijl het geslepen wordt. Na het slijpen mag de steen niet in het...
Smeedtang (v.)
De hitte en de trillingen veroorzaakt door het hameren, dwingen doorgaans de smid het bewerkt stuk met behulp van een tang te grijpen. Om het stuk zo goed mogelijk te houden, moet het werktuig het stuk nauw omsluiten. Vandaar de zeer verschillende vormen van de bek. De gewone smeedtang met platte bek heeft twee rechte kaken die in de lengte een groef vertonen voor een betere grip en eventueel ook om kleine ronde voorwerpen vast te houden. De smid beschikt over een stel van dergelijke tangen. Bij de eerste komen de twee kaken tegen elkaar wanneer de armen samengeknepen zijn, bij de volgende, blijven ze op een bepaalde afstand zodat dikkere stukken gevat kunnen worden zonder dat de armen te wijd van elkaar komen te staan. Bij de holle tang zijn de kaken in de lengte hol. Naargelang ze ronde of vierkantige stukken moeten houden, zijn ze zelf rond of vierkantig. Andere tangen met ronde bek maken het mogelijk moeren, schijven e.d.m. te smeden. De U-vormige kaken zijn bestemd voor platte stukken....
Sluitingssleutel (m.)
De sluitingssleutel is een kleine metalen sleutel met een V-vormige sleuf. Hij wordt voornamelijk op boten gebruikt om vastzittende harpsluitingen aan kabelkettingen los te maken. Dat zijn metalen sluitingen tussen uiteinden van twee kettingen. Ze hebben de vorm van een hoefijzer met twee ogen, waar een sluitbout of pinnetje doorgaat en stevig vastzit. Om dit pinnetje los te maken, schuift men de harpsleutel over het uitstekende deel. De harpsleutel wordt onder meer gebruikt door watersporters en (zee)scouts. Hij is voorzien van een oog om hem vast te maken aan andere scheepswerktuigen. Hij kan onderdeel zijn van een zeemansknipmes en is vaak gecombineerd met een schroevendraaier en flesopener voor kroonkurk. [MOT]