ID-DOC: algemeen zoeken

Hieronder kan u een algemeen trefwoord invoeren en een algemene zoekactie doen. 

Geef ons een seintje als je problemen ondervindt met deze pagina via info@mot.be.

Zoek naar: werktuig


Zoekresultaten 301 - 350 1,340 resultaten gevonden
IJspriem (m.)
Priem (ca. 20 cm lang) waarmee men grote blokken ijs in stukken breekt. Men houdt de priem in een hoek van 45° en stoot de punt in het ijs om dit te breken. Zo gaat men door totdat men schilfers van de gewenste grootte heeft. Een ijspriem kan ook bestaan uit een zestal kortere priemen (ca. 3 cm) op enige afstand naast elkaar zodat deze een vorkachtige vorm heeft (1). [MOT] (1) Volgens BRIDGE & TIBBETTS: 55 zou dit instrument gebruikt worden om ijs te sculpteren.
Kelnersmes (o.)
Samengesteld werktuig waar de professionele wijnkelner bij zweert om flessen te ontkurken. Het bestaat uit een kurkentrekker en een mesje die uitgeklapt kunnen worden. Soms is er ook een flesopener voor kroonkurk aanwezig die tevens als steunpunt voor de hefboom (tweede soort) dient. Hij rust dan op de hals van de fles als de kurk getrokken wordt. Met het mesje kan het halslood doorgesneden worden. Een merkwaardig model bevat een uitklapbare hefboom dat werkt volgens het hefboomprincipe van de eerste soort (1).  Een nieuwer model werkt met een heugel. De spiraal wordt in de kurk gedraaid en met een op-en neerwaarste beweging van hecht, waardoor een borgbeugel over een getande stang loopt, worden spiraal en kurk uit de fles gehaald. Nadien kan men door de borgbeugel op te lichten het systeem terug in zijn gesloten vorm brengen. Er is ook een uitschuifbaar mesje aanwezig om het halslood door te snijden. Zie ook zakmes. [MOT] (1) WATNEY & BABBIDGE: 71, fig. 62.
Karn (bokaal) (v.)
Werktuig waarmee men melk opklopt om er zo de boterdelen uit te halen. Het bestaat uit een glazen recipiënt (ca. 10 cm breed; ca. 15-20cm hoog) waarin één of meerdere houten of metalen schoepjes zitten, die in beweging gebracht worden door een houten of metalen zwengel. Deze karn is te onderscheiden van de mayonaiseroerder. [MOT]
Keihak (v.)
Zware hak met licht gebogen blad en botte snede (lengte: 25-35 cm; breedte: 5-6 cm), waarmee de steenbakker de septaria (keien) uit de kleilaag verwijdert. Ook een houweel wordt daarvoor gebruikt. [EMABB]
Kartelschaar (v.)
De kartelschaar is een schaar met dikke (ca. 4-7 mm), botte bladen waarvan de snede driehoekig gekarteld is. Wanneer men daarmee in een stuk stof knipt, verschijnt er een zigzag inkeping die het rafelen doet voorkomen. [MOT]
Klauw met lange steel/klauw met korte steel (v.)
In tegenstelling tot de handcultivator, die doorlopend getrokken wordt, wordt de klauw met rukjes getrokken en de grond oppervlakkig los gemaakt. Ze is smaller (ca. 5-10 cm) en daardoor vooral geschikt voor de nauwe ruimtes in de rijen en groenten in de moestuin en voor dichtbegroeide bloemperken. De klauw is voorzien van 3 à 5 ronde en puntige tanden, waarvan de middelste voor de andere uitsteekt, en een houten of plastic steel (ca. 20-140 cm) met dille. Is de steel lang, dan staat de tuinman rechtop; is de steel kort (1), dan wordt gebukt of gehurkt gewerkt. Een ander model heeft dikke (ca. 0,5 cm) platte tanden - liggend op één rij - en is door middel van een angel met de steel verbonden. Het is te onderscheiden van een model, volledig uit metaal, dat in de ijzerwinkel wordt gebruikt om spijkers uit een hoop te trekken (2). Er bestaat ook een model met 2 platte, brede (ca. 1 cm) tanden met een lange (ca. 35 cm) angel die in een houten steel (ca. 15 cm) steekt. Zie ook klauwkrabber/klauwkrabbertje, wiedvorkje,...
Keukenrasp (v.)
Keukengerei om groenten te raspen. Het bestaat uit een metalen plaatje waarin rijen gaatjes 'uitgeprikt' zijn. Op dit ruw oppervlak worden de groenten heen en weer geschuurd en zodanig fijn geraspt. Er bestaan vlakke, rechthoekige, piramidevormige, halfronde, ronde enz. raspen. De rasp kan ook op een schaal bevestigd zijn waar de fijn geraspte waren in worden opgevangen. Er kunnen verschillende raspvlakken aanwezig zijn met telkens kleinere gaatjes om steeds fijner te raspen. Vaak bevindt er zich in het raspvlak ook een scherpe gleuf die als schaaf dienst doet. Er bestaat ook samengesteld keukengerei dat naast een rasp ook als botertrekker, appelboor en dunschiller kan gebruikt worden. Om nootmuskaat te raspen, worden speciale raspen gebruikt (zie muskaatrasp). Naast de keukenrasp kunnen groenten ook geraspt worden met behulp van een raspmolentje. Daarmee kunnen zelfs de kleinste stukjes helemaal opgeraspt worden. Zie ook aardappelrasp en zeeprasp. [MOT]
Klauwhamer (timmerman) (m.)
De klauwhamer is een hamer - die sterk op de hoefhamer van de hoefsmid lijkt - met vierkantige of ronde baan, van 300-900 gr, waarvan de gebogen pen gespleten is. De klauw dient om nagels uit te trekken (1). Daarvoor vat de timmerman zijn hamer met het ijzer onder zijn hand, plaatst hij de nagel in de spits toelopende spleet en trekt hij de steel achteruit. Wegens de kracht die op de verbinding uitgeoefend wordt, is ze vaak door twee veren versterkt. Zie ook tengelhamer. [MOT] (1) De dubbele klauw - twee klauwen boven elkaar - komt slechts uitzonderlijk voor (vb. SLOANE: 99). Deze werd waarschijnlijk gebruikt om lange nagels uit te trekken.
Kistenbijltje (o.)
Sommige omvangrijke of breekbare goederen worden in houten kisten vervoerd. Om ze te openen wordt soms een nageltrekker maar meestal een koevoet gebruikt. Deze laatste is soms gecombineerd met een bijltje en een hamer; het wordt dan een kistenbijltje. Er bestaan verschillende modellen van dat samengesteld werktuig. Over het algemeen is het geheel van ijzer gemaakt. Het weegt 0,4-0,8 kg. Boven het bijltje en de hamer loopt de steel door; hij vormt daar een koevoet. Soms is er ook een druppelvormig gat in de steel geboord of een inkeping in het blad van het bijltje aangebracht, om lange nagels uit te trekken. [MOT]
Kimschaaf (v.)
De kimschaaf is een schaaf van de kuiper om de top van de duigen gelijk te schaven zodat de geleider van de kroosschaaf of van de krooszaag erop zou kunnen glijden (1). Het is een schaaf van ca. 30-40 cm zonder keerbeitel, waarvan het blok zijdelings gebogen is. Daar de zool vlug verslijt, wordt er dikwijls een metalen plaat op bevestigd. [MOT] (1) Hiervoor wordt ook soms een blokschaaf gebruikt.
Kiepboom (m.)
De kiepboom is een houten hefboom voorzien van een ijzeren lip om metalen vaten te kiepen. De lip vat de kim. [MOT]
Kloversmes (o.)
Met het kloversmes (1) splijt de diamantbewerker het diamantkristal. Het kloversmes is uit staal vervaardigd en kan van verschillende grootte en gewicht zijn. Het is rechthoekig van vorm, ca. 3 bij 10 cm, en weegt ca. 70 gr. Het kloversmes moet niet scherp zijn daar het moet splijten en niet snijden. Vóór het kloven wordt met een scherpe diamant of laser een kerf in de steen gemaakt. De kerf moet V-vormig zijn. Vervolgens wordt het kloversmes tegen één der schuine zijden van de kerf geplaatst. Met de klovershamer, een ijzeren staaf van 20 à 30 cm of een houten hamer, geeft men een korte slag op het kloversmes om de steen in twee stukken te verdelen. Het doel is aan de ruwe diamant een goede vorm te geven, zodat hij vervolgens gezaagd en/of geslepen kan worden. [MOT] (1) VLEESCHDRAGER: 127-132.
Knopsteker (m.)
De knopsteker (1) bestaat uit een metalen pijpje (middellijn ca. 0,5-1 cm) - scherp aan één uiteinde en met een hecht of een kruk aan het ander uiteinde - om cirkeltjes, hartjes e.d. als versiering te snijden op de klompen (2). De knopsteker wordt op de klomp gedrukt, nooit geslagen zoals de holpijp van de leerbewerker. [MOT] (1) BORREMANS: 341. (2) Soms wordt de huls van een patroon gebruikt (VAN BAKEL 1958: 68).
Koordjesmes (o.)
Het koordjesmes dient om stevig koord - gebonden om pakken - door te snijden. Het heeft een kort (ca. 7 cm), vrij dik (ca. 2 à 6 mm) lemmet eindigend in een gebogen stompe punt. De snede (3 à 7 cm) is glad of getand. Parallel met de snede, op ongeveer 5 mm ervan, bevindt zich soms een bot stangetje. Stompe punt en stangetje voorkomen elke vorm van beschadiging of verwonding. Een ander model bestaat uit een klein gebogen mesje (koordjesmes (vinger) genoemd) dat aan een ring is vast geklonken. Het werktuig wordt rond een van de vingers gedragen en gebruikt om garen, lint, plastic band, palletwikkel, tape, karton, enz. door te snijden. Ook hier is het vrijwel onmogelijk jezelf of iemand anders te verwonden. [MOT]
Koordnaald (v.)
Een koordnaald is een ca. 30-40 cm lange priem met een gat in de punt, waardoor een koordje gestoken kan worden. De gareelmaker, de zadelmaker, de matrassenmaker en de zetelmaker gebruiken dit handwerktuig wanneer ze dikke voorwerpen naaien. Blijkens de catalogus van de firma Osborne gebruikte de slager een koordnaald om ham te binden (1). [MOT] (1) OSBORNE: 49.
Kolenschop (v.)
Schop met breed blad en schuin opstaande randen, voorzien van een houten D-steel. De kolenschop wordt gebruikt voor het scheppen van steenkool. Zie ook stookschop. [MOT]
Leghaak (m.)
Nadat men met de buizenlepel de drainsleuf nauwkeurig heeft afgewerkt, kan de arbeider, die op de rand van de sleuf - of er dwars over - blijft staan, de draineerbuizen met een leghaak erin laten zakken en ze tegen de andere aandrukken. De leghaak bestaat uit een haaks of C-vormig gebogen ijzeren stang (ca. 20-30 cm) die door middel van een dille aan een lange (ca. 180-230 cm) houten steel is bevestigd. Deze wordt in de holle draineerbuis (buitendoorsnede ca. 7-10 cm; lengte ca. 30 cm) gestoken. Voor het plaatsen van draineerbuizen die met elkaar verbonden worden door een ronde ring, gebruikt men een gelijkaardig model (1) voorzien van twee schijven waarvan de ene in de ring past en de grotere hem tegenhoudt. De afstand tussen beide is gelijk aan de helft van de breedte van de ring zodat deze beide draineerbuizen evenveel zal overlappen. Soms is er maar één enkele schijf (de kleinste). In dat geval is de afstand tussen die schijf en de knik gelijk aan de helft van de breedte van de ring. [MOT] (1) Bv. LECLERC...
Laatmes (o.)
Het laatmes van de veearts is een samengesteld werktuig. Het dient om abcessen open te snijden en aderlatingen uit te voeren. In het hecht, dat soms van koper of hoorn is, passen 2 tot 4 driehoekvormige mesjes in verschillende maten en vaak een operatiemes. Bij het laatmes hoort het slaghout, een knuppelvormige stok, dat soms voorzien is van een loden kop. Men plaatst één van de mesjes op een gezwollen ader en drijft de punt erin door een klap met het slaghout. Bij de mens werden ook aderlatingen uitgevoerd. Daarvoor werd het lancet gebruikt, een dun lansvormig aan twee zijden snijdend mesje. Het mesje werd tussen duim en wijsvinger vastgehouden zodat de scherpe punt in een ader gestoken kon worden. Zie ook zakmes. [MOT]
Leertrekmes (o.)
Het leertrekmes (1) is een mesvormig handwerktuig met een lengte van ca. 20 tot 25 cm. Het heeft een vrij dik blad (4 mm), een rechte, botte snede (12 à 13 cm) eindigend in een punt, en een afgeronde rug. Het leertrekmes dient niet om te snijden, maar om de gerimpelde en golvende boord van een stuk leder glad te trekken alvorens de handschoenmaker uit dit stuk leder een handschoen snijdt. De lap leder wordt plat op een werkbank gelegd, de gerimpelde boord hangt daarbij over de rand van de werkbank. Met de linkerhand houdt men het stuk leder goed tegen, terwijl met de rechterhand het mes onder de gerimpelde boord van het leder wordt gehouden met de rug van het mes schuin tegen de werkbank. Het stuk leder wordt tussen de rechterduim en het blad van het mes geklemd, terwijl men het leder tussen beide glad trekt. [MOT] (1) SALAMAN 1986: 213.
Lasmes (o.)
Handwerktuig om een keep in de smalle zijde van de hoepels te houwen en om er de uiteinden van af te hakken wanneer ze geplaatst zijn (1). Het kan een licht bijltje met kort en breed blad zijn of vaker, een recht hakmes (hout), beide met één vouw en meestal uit de as liggend blad. Soms wordt een zwaar mes gebruikt i.p.v. het lasmes (2). [MOT] (1) Ook om duighout recht te houwen volgens FOUGEROUX DE BONDAROY 1763: 51. Een gelijksoortig werktuig wordt soms door de draaier gebruikt om het hout te behakken. (2) VAN BAKEL 1962: 17.
Lasbikhamer (m.)
Bikhamer van de lasser voor het verwijderden van slakken op de lasrups. In tegenstelling tot de bikhamer heeft de lasbikhamer een lichter (300-450 gr) smaller en een licht naar de steel toe gebogen ijzer met aan één uiteinde een scherpe punt, i.p.v. een pen. De steel kan van hout of ijzer zijn. Laatstgenoemde zijn niet brandbaar en veelal voorzien van een spiraalhandvat (1) tegen de hitte. [MOT] (1) Bv. BAIRD & COMERFORD: 69.
Leidekkersschaar (v.)
In plaats van met een leidekkershamer en leidekkersbrug kunnen leien ook op maat gemaakt worden met een leidekkerschaar. Dit is een schaar met een vlakke benedenkaak die schuin naar beneden loopt en waarin zich een rechthoekige uitsparing bevindt waarin de bovenkaak past. De lei wordt op de benedenkaak gelegd en met de schaar dicht te knijpen wordt er een stukje van de lei afgeknipt. Zo kan men telkens verder knippen langs dezelfde lijn om een volledig stuk van de lei te verwijderen. Vaak is er op één van de armen een uitsteeksel aanwezig dat vermijdt dat de hand naar voren schuift bij het knippen. Er bestaan ook vaste modellen met een scherp uitsteeksel dat men in het dakbeschot kan slaan. [MOT]
Lardeernaald (v.)
Met een lardeernaald kan men kleine reepjes spek doorheen magere stukken braadvlees trekken. Zij is lang (ca. 15-25 cm) en hol en heeft een scherpe punt aan één kant en een klem of een gespleten uiteinde aan de andere kant waarin een reepje spek bevestigd kan worden. Wanneer men de naald nu volledig doorheen het vlees duwt, sluit het zich om het vet heen. Zie ook lardeerpriem. [MOT]
Lepel (houten) (m.)
Lichte (ca. 10-20 gr), monoxiele lepel (ca. 25-45 cm lang) die in de keuken gebruikt wordt om mengsels te roeren of beslag te kloppen. Hij moet van hardhout gemaakt zijn dat niet gauw vocht of smaak opneemt, splintert of barst. Naast de ovaalvormige bestaan er ook lepels die een rechte hoek hebben voor het uitschrapen van hoekige pannen of schalen. [MOT]
Letterbeitel (m.)
De letterbeitel is een smalle (ca. 0,5-1 cm) beitel, volledig van metaal, met een afgeplat, scherp uiteinde. Hij dient om fijne groefjes in steen te hakken, o.a. beeldhouwwerk en reliëf in grafzerken, zoals letters en versieringen. [MOT]
Maastang (v.)
De maastang (1) is een handwerktuig om kousen en alle breigoed te stoppen of te versterken. Ze kan ook worden gebruikt voor het maken van naaigarnituur zoals franjes, rozetten, enz. De tang bestaat uit verschillende onderdelen: een schaarvormig werktuig met als werkend deel 6 vervangbare naalden (ca. 6,5 cm), een kammetje waarvan de 6 punten in haakjes eindigen en een doorsteker (voor naald). "Bij het stoppen van bv. een gat in een kous neem je de stof tussen duim en vingers en de maastang vat je bij de naalden in de andere hand. Op enige afstand van het gat breng je alle naalden in de stof om zo steken op de naald te nemen. Stop bij het begin van het gat. Neem draad waarmee je het gat wil stoppen en plaats deze telkens, van links naar rechts, tussen de 2 rijen naalden waarmee je een op en neergaande bewegingen maakt. Doe dit tot het de lengte van het te stoppen gat heeft. Neem aan het andere uiteinde van het gat opnieuw enkele steken op. Steek een nieuwe draad, met behulp van de doorsteker (voor naald), door...
Marmertang (v.)
De marmertang wordt door de marmerwerker gebruikt om stukjes van marmerplaten (tot 3 cm dikte) af te knijpen (1). De oneffenheden worden daarna met het bordijzer verwijderd. De marmertang bestaat uit twee brede (ca. 3 cm) kaken met scherpe snede evenwijdig aan elkaar en haaks op het vlak van het werktuig. De opening tussen de twee kaken kan door stelschroeven aangepast worden van ca. 0,5 cm tot ca. 3 cm. De armen bestaan uit dubbele hefbomen. Zie ook dakpantang en tegeltang. [MOT] (1) Een jop wordt gebruikt bij harde steensoorten en marmerplaten dikker dan 3 cm om de overtollige steen af te slaan met behulp van een steenhouwersvuist.
Maatbeker (m.)
Beker - met of zonder oor of uitschenktuit - waarop maateenheden van verschillende droge ingrediënten (zout, suiker, bloem, enz.) en/of vloeistoffen op aangeduid staan. Hij kan van plastic, glas, plaatijzer, aluminium, roestvrij staal of polypropyleen zijn; de maateenheden kunnen aan de binnen- of buitenzijde staan en in druk of in reliëf weergegeven zijn. Sommige maatbekers hebben een deksel. Zie ook kurkentrekker. [MOT]
Mayonaiseroerder (m.)
Met een mayonaiseroerder kan men mayonaise, slagroom, eiwit, enz. roeren. Het bestaat uit een glazen bokaal of plastic (maat)beker met een plastic deksel. Doorheen het deksel kan een as - met aan het uiteinde een plaatje met vier gaffelvormige ijzers - gestoken worden, die met een draaizwengel vastgezet en in beweging gebracht wordt. Aan de rand van het deksel bevindt er zich een trechter voor de olie. Bij sommige modellen kan met behulp van een druppelteller - een staafje met twee gleufjes aan het benedenuiteinde en een kegelvormig kopje - de hoeveelheid olie die in de bokaal terechtkomt, geregeld worden. Andere modellen hebben een bijbehorende dooierscheider. Er bestaan ook mayonaiseroerders die als citruspers kunnen gebruikt worden. Daarvoor draait men het deksel los en verwijdert men de zwengel en de as. De druppelteller wordt in de kop van het deksel - die de vorm heeft van een afgeknotte kegel - bevestigd; zo verschijnt er een perskegel waarop een halve citrusvrucht kan uitgeperst worden. Zie ook eierklopper en...
Maatlepel (m.)
Lepel (ca. 30 cm lang) met een eivormig blad en een steel met een houten handvat. In het blad zijn vier cirkels gemarkeerd die de maat van thee- en eetlepels aanduiden. Er is een tuitje om het uitschenken te vergemakkelijken. Zie ook sauslepel. [MOT]
Malietang (v.)
De schoenmaker zet de malie of de nestel op de veter met een malieroller of met deze malietang. Hij plaatst dit ijzeren bandje op de veter om het uitrafelen te voorkomen en het rijgen te vergemakkelijken. De kaken zijn licht uitgehold voor de ronding van de nestel. [MOT]
Nagelijzer (o.)
De spijkersmid gebruikt het nagelijzer bij het vormen van koppen op klinknagels, spijkers en bouten. Het is een langwerpig stuk gereedschap van uiteenlopende vorm, al dan niet voorzien van een handvat, met één of meer, in doorsnede vierkante of ronde, conische gaten (diam. ca. 1-2,5 cm). De maat van het gat komt overeen met de dikte die de spijker onder de kop moet krijgen. De ronde gaten dienen vooral om klinknagels of spijkers met platte kop te maken. De gewone spijker wordt meestal met een nagelijzer voorzien van vierkante gaten gemaakt. Het gat is onderaan iets groter om te vermijden dat de nagel klem raakt. Sommige modellen hebben bovenaan kegelvormige uitgeboorde randen om de spijkerkop onderaan schuin te maken (1). De bovenvlakken van nagelijzers zijn soms verstaald. De spijkersmid plaatst een gesmede stift, spits toelopend en met opgestuikt uiteinde, met de punt in het nagelijzer dat op het aambeeld rust. De spijker in wording steekt ca. 1 cm boven het nagelijzer uit en wordt tot de gewenste kop gesmeed...
Mestkrabber (m.)
Om in een stal de goot achter de veestanden - groep, grep of grup genoemd - schoon te schrapen, gebruikt men een mestkrabber. De breedte van het werkend deel is ongeveer gelijk aan de breedte van de groep. Het werktuig wordt ook soms gebruikt om de paardenstal of het kippenhok uit te schrapen of op straat om de uitwerpselen van trekdieren of modder te verzamelen. De mestkrabber bestaat uit een houten plank (1) maar meestal uit een stalen plaat (ca. 15-50 cm bij 15 cm) al dan niet met een haaks gebogen (ca. 4 cm) bovenrand en dille; uitzonderlijk is haaks in het midden van het blad een beugel met dille voorzien. In de dille steekt een steel van ca. 150-180 cm. In de catalogus van J.-C. Tissot (2) wordt een gelijkaardig werktuig aangeboden bestaande uit een houten plank (ca. 50, 60, 70 of 80 cm) met rubberen rand, waarvan de stand gewijzigd kan worden. De steel zou verstelbaar zijn. De tuinier gebruikt het om modder en dergelijke bijeen te schrapen. Zie ook hak en klauwkrabber....
Muskaatmolen (m.)
Een muskaatmolen dient, zoals de muskaatrasp, om muskaatnoten fijn te raspen. Het principe van de verschillende modellen muskaatmolens bestaat uit een kleine ronddraaiende rasp in de vorm van een schijf (1), cilinder of kegel die door een kruk in beweging wordt gebracht. De modellen met een cilindervormige rasp zijn voorzien van een trechter waar de nootmuskaat met een stamper tegen de rasp kan geduwd worden. Bij de modellen met een schijfvormige rasp wordt de muskaatnoot met een arm tegen de schijf gedrukt. [MOT] (1) CAMPBELL FRANKLIN 1984: 96-99.
Naafguts (m.)
Zware guts met vouw aan de binnenzijde en een licht hol blad dat in een houten handvat met 2 beslagringen steekt. In verhouding tot de hele lengte van het werktuig (ca. 35-46 cm) heeft de naafguts een kort blad en een breedte die varieert tussen ca. 2-8 cm. De wagenmaker gebruikt de naafguts om een gat in de naaf van het wiel breder uit te hakken. In dat gat drijft hij een ijzeren, soms bronzen, naafbus in, die sleet voorkomt en de wrijving van de as vermindert. Met hetzelfde doel kan de wagenmaker ook een naafboor gebruiken. Te onderscheiden van de timmermansguts. [MOT]
Moutspaan (v.)
Tijdens het brouwen van bier wordt het gemalen mout beslaan, d.i. met water in de beslagkuip dooreen gemengd en opgeschud, met de moutspaan. De moutspaan bestaat uit een plat blad (ca. 25-30 cm bij 15-20 cm) in de vorm van een rooster, dat door middel van een dille aan een dikke (ca. 3-5 cm) en lange (ca. 180 cm) houten steel is bevestigd. Het kan ook een geheel houten werktuig zijn, met nagenoeg dezelfde vorm. [MOT]
Muskaatrasp (v.)
Meestal halfronde, maar ook wel eens volledig ronde langwerpige metalen rasp van plaatijzer waarmee muskaatnoten fijn geraspt kunnen worden. Deze raspen hebben een apart plaatsje waar de noten bewaard kunnen worden, veelal bovenaan en met een klepje afgesloten. De rasp kan ook in een houdertje geplaatst zijn waarin zowel de noten bewaard kunnen worden als waarin de fijn geraspte nootmuskaat in opgevangen kan worden. Zie ook muskaatmolen. [MOT]
Nageldrijver (m.)
Met de nageldrijver kan men zonder hamer kleine spijkers indrijven. Het bestaat uit een metalen holle schacht met veermechanisme dat in een houten of kunststoffen hecht steekt. De spijker wordt in de holle schacht gestoken. Door met de hand een stevige klap op de kop - die breder en afgerond is - te geven, gaat de spijker in één beweging in het materiaal. [MOT]
Myoomtrekker (m.)
De myoomtrekker is een handwerktuig dat bestaat uit een stevige metalen spiraal en een ringvormig of recht handvat, waarmee de chirurg een myoom, d.i. een goedaardig gezwel dat uit glad spierweefsel bestaat, verwijdert. Te onderscheiden van de kurkentrekker. [MOT]
Noodhamer (m.)
Een noodhamer is een klein (ca. 15-20 cm), metalen of plastic hamertje waarvan de cilindrische kop aan beide uiteinden een conisch, metalen dopje heeft of een conisch uiteinde combineert met een wigvormig. Je vindt deze hamer in veelvoud in bussen en treinen, tussen de vensters aan de wand geklemd. In geval van nood kan daarmee securit glas ingeslagen worden. Ook voor in de wagen bestaat er zo'n noodhamer. Die zit in een plastic houdertje, dat met uitschuifbare pennen aan de bekleding van de wagen vastgemaakt kan worden. Aan één uiteinde van het werktuig bevindt zich een hamerkop en aan het andere een noodgordelsnijder. Op de houder zit ook nog een fluorescerend dopje, opdat je de hamer makkelijk in het donker zou weten te vinden, met een naaldje waarmee de ruitensproeier schoongemaakt kan worden. Zie ook reddingsmes en brandweerbijl. [MOT]
Oculeermes (o.)
Oculeren is een vorm van enten die snel uit te voeren is en minder aanleiding geeft tot mislukking dan de andere. Men snijdt de knop met ca. 1,5 à 2 cm bast van een goed ontwikkelde scheut en verwijdert daarna het eventueel meegenomen schilfertje hout. Het is zeer belangrijk dat de schors van de onderstammen goed loskomt bij het maken van de T-vormige snede hetzij op 15 cm boven de grond voor laagstam fruit- en sierbomen, hetzij op 40 cm vanaf de grond bij tussenstammen. Bij struikrozen gebeurt de insnijding op de wortelhals. Het oculeren gebeurt met een vlijmscherp oculeermes. Zijn blad is zo'n 5 cm lang en heeft aan het uiteinde van de rug een uitsteeksel om de bast bij het enten op te lichten. Bij andere modellen eindigt het hecht in een klein metalen, benen, ivoren of houten (1) spatel voor hetzelfde doeleinde. Net zoals het entmes is het lemmet vaak opvouwbaar in het hecht. Speciaal bij de wijnbouw wordt gebruik gemaakt van een ent-oculeersnijder die stevig wordt vastgeschroefd op een werk- of tafelblad...
Noodhaak (m.)
De noodhaak bestaat uit een ijzeren pen (ca. 15 cm) waarvan het uiteinde breder wordt en voorzien is van een oog (1) (vgl.toogijzer). Het uiteinde kan ook eindigen in een T waarop een ring is bevestigd. Een ander model gelijkt sterk op een ringschroef (2). Het voorwerp behoorde tot de standaard gordeluitrusting van de brandweerman. Indien deze laatste het gebouw langs de gewone weg niet meer kon verlaten, sloeg hij de noodhaak in een (houten) raamkozijn of een andere geschikte plaats om vervolgens via het touw, dat door de ring werd gestoken, langs de buitengevel te dalen. Zie ook brandweerbijl. [MOT] (1) Vb. Catalogus Konrad Rosenbauer: 29. (2) Vb. Catalogus Konrad Rosenbauer: 29.
Noodgordelsnijder (m.)
Met de noodgordelsnijder snijdt men de autogordel van o.m. een automobilist in nood snel door. Het bestaat uit een vlijmscherp mesje dat in een plastieken omhulsel is vastgemaakt. Het mesje heeft een langwerpig, rechthoekig blad dat eindigt in een scherp, hoekig mesje van ca. 1cm en een blokvormig handvat dat in het doosje past. Bij het installeren van de noodgordelsnijder wordt het doosje opengeschroefd en legt men de autogordel in de daarvoor bedoelde uitsparing, vervolgens schroeft men het doosje met vier bolle kruiskopschroeven weer dicht. De noodgordelsnijder wordt net boven de schouder omheen de autogordel geïnstalleerd. In noodgeval trekt men het handvat van het mesje uit het doosje. Zodoende snijdt het vlijmscherpe mesje de autogordel feilloos door. Een gelijkaardig mes wordt bij ''kitesurfing'' gedragen om bij nood de lijnen door te snijden. Zie ook de noodhamer en het reddingsmes. [MOT]
Oestervorkje (o.)
Klein (ca. 12-13 cm lang) vorkje met drie scherpe, korte (ca. 2-3 cm) tanden waarmee men oesters uit hun schelp kan halen. De tanden zijn recht of lichtjes naar binnen gebogen; meestal heeft één tand aan de buitenzijde een snede om de oester los te snijden. Het oestervorkje kan ook aan het andere uiteinde voorzien zijn van een mesje. [MOT]
Oogstmes voor paddenstoelen (o.)
Wie in het bos of in een weide eetbare paddenstoelen oogst, snijdt ze met een mes tegen de grond af (behalve wanneer het om plaatzwammen gaat, die uitgegraven moeten worden). Hij of zij maakt ze ter plaatste schoon. Daarvoor bestaat een speciaal hang- of knipmes, dat een samengesteld werktuig is, met een lemmet om de steel van de paddenstoel af te snijden en een borstel van everzwijnhaar om aarde en vuil te verwijderen; die borstel is al dan niet inklapbaar. Op de rug van het blad zijn er soms tandjes om grover vuil te verwijderen of, volgens sommigen, de buitenlaag van de huid (het cuticula)(1). [MOT] (1) http://www.opinel.com/ (november 2009).
Paaluittrektang (v.)
Smeedijzeren tang bestaande uit 2 hefbomen van de eerste soort die rond een spil draaien. De getande kaken (ca. 15 cm) zijn gebogen en eindigen in een stompe punt. De armen (ca. 15 cm) zijn elk voorzien van een korte (ca. 20 cm) ketting die met elkaar verbonden zijn met een ring. In de hopteelt wordt een paaluittrektang gebruikt in combinatie met een hefboom om de staken van het staakveld jaarlijks uit de grond te trekken. Te onderscheiden van de steenschaar van de steenhouwer. Zie ook kiezentrekker. [MOT]
Palingtang (v.)
De visser kan palingen makkelijk vasthouden met een palingtang. Deze vissen zijn zeer bewegelijk en glad en glijden makkelijk weg. De kaken zijn vrij lang en geribd voor een betere grip. Kort bij de draaispil blijft er een opening tussen de gesloten kaken, zodat men de vis niet verplettert. Ter vervanging van deze tang nemen sommige vissers een vod of wat zand in de handen, waardoor ze een betere grip verkrijgen op de vis. Net als bij de visserstang is de buitenzijde van één van de kaken vaak getand, zodat men de schubben van de vis makkelijk kan afkrabben. Zie ook palingschaar. [MOT]
Paknaald (v.)
De paknaald is een ca. 8-15 cm lange naald waarbij het onderste gedeelte afgevlakt, verbreed (ca. 5 mm) en gebogen is. De zeilmaker gebruikt de paknaald om iets in zeildoek in te pakken, bij het repareren van een scheur in een presenning - d.i. een geteerd zeildoek dat men over luiken of goederen vastsjort om ze tegen instortend water te beveiligen - en bij het innaaien van hoepels in koelzeilen, enz. [MOT]
Overzijboorschaaf (v.)
De overzijboorschaaf (1) is een boorschaaf met T-vormige doorsnede en schaafbeitel om een kloostersponning te verbreden. Er bestaan overzijboorschaven met boogvormige zijkanten (2). [MOT] (1) RAUWERDA 1958: 27. (2) Bv. FOKKENS: pl. 2.
Pennenmes (o.)
Het pennenmes diende oorspronkelijk om de punt van een ganzenveer te snijden en inktvlekken uit perkament of papier weg te krabben, zoals een radeermesje. Het heeft een smal, scherp blad met een lengte tussen 2,5 cm en 4,5 cm. Het pennenmes is nu meestal een knipmes, uitzonderlijk met vervangbaar blad, dat voor allerlei doeleinden, onder meer als nagelmesje, gebruikt wordt. Een licht (ca. 10 gr) model, van de Christy Company, bevat een blad dat in vier posities in het hecht kan geschoven worden zodat men de lengte van het blad kan bepalen. Op vele zakmessen is er naast het groot blad ook een klein scherp mesje dat als pennenmes wordt gebruikt. Niet verwarren met het operatiemes. [MOT]